Het Volksleger krijgt Taiwan voorlopig niet in handen

China heeft Taiwan onlangs opnieuw gedreigd met militair geweld. Maar voorlopig hoeft de `afvallige provincie' zich nog geen grote zorgen te maken.

Het scheelde weinig of een grootschalige amfibische operatie had de verovering van Taiwan ingeluid. Dat was in 1944, toen Taiwan nog Formosa heette. De Amerikaanse strijdkrachten in de Stille Oceaan waren voorbereid op de operatie Causeway, de codenaam van de invasieplannen. De bezetting van tien Japanse divisies, zo'n 100.000 man, zou door 300.000 Amerikaanse mariniers worden aangevallen. Eén op drie: dat is de minimale verhouding tussen aanvallers en verdedigers.

Causeway werd door de snel veranderde oorlogsomstandigheden afgeblazen. Maar de wetmatigheid van de getalsverhouding geldt nog steeds: wie een eiland als Taiwan met zijn 250.000 man tellende leger wil veroveren, moet 750.000 man aan wal zien te krijgen. Ondanks alle recente tromgeroffel is de Chinese Volksrepubliek daar niet toe in staat – voorlopig, althans.

De belangrijkste reden voor dat Chinese onvermogen is de afwezigheid van voldoende transportcapaciteit. De marine – die geen eigen strijdmachtonderdeel is, maar onder het leger valt – heeft rond een dozijn landingsvaartuigen die een paar duizend man kunnen vervoeren. Daarnaast beschikt China over een aantal transportschepen met een capaciteit van één divisie, 10.000 man. Het zou dus maanden duren voor de benodigde mankracht aan land zou staan. En dan zou Taiwan ook nog zo vriendelijk moeten zijn niet terug te schieten en geen mijnen te leggen. Wél zou het land voldoende kades aan moeten bieden, want over bijvoorbeeld gespecialiseerde tanklandingsschepen, kunstmatige havens en vliegdekschepen beschikt China niet. Een invasie met luchtlandingstroepen is evenmin aannemelijk. China ontbeert transportvliegtuigen en helikopters, die bovendien uiterst kwetsbaar zijn voor luchtafweer. In de wandelgangen van het Amerikaanse ministerie van Defensie heet een Chinese invasie van Taiwan ook wel de million-men-swim.

Aan de militaire tekortkomingen wordt hard gewerkt. De Chinese strijdkrachten lijken de laatste jaren te zijn overspoeld met modern wapentuig. Zo verkocht Rusland een paar dozijn moderne Soechoi-27's en -30's en verleende ook het recht op licentiebouw van een paar honderd van deze toestellen. Ook kocht China vier Russische Kilo-onderzeeërs en twee destroyers van de Sovremenny-klasse. In Israel is een radarvliegtuig besteld en ook elders in het Westen – Italië, Frankrijk, Groot-Brittannië – werden wapensystemen gekocht. Het integreren van al dit nieuwe materieel verloopt volgens studies van Amerikaanse veiligheidsorganisaties maar traag. De Chinese Soechoi-piloten trainen alleen in het luchtgevecht en niet in elektronische oorlogvoering of bijtanken in de lucht. De Kilo's zijn jaren na leverantie nog steeds niet volledig operationeel. Strategische bommenwerpers heeft China maar een paar en die zijn ook nog verouderd. Pogingen om in Rusland moderne Backfire-bommenwerpers te kopen, strandden tot nog toe. De reden hiervoor is tekenend voor de waarde van het wapentuig dat Moskou wil verkopen. Rusland heeft geen belang bij het creëren van een `Frankenstein' ten zuiden van het grondstofrijke, maar dunbevolkte Siberië. Tot over een jaar of tien de nu bestelde wapensystemen in het Volksbevrijdingsleger zijn geïntegreerd, blijft de bulk van de uitrusting bestaan uit kopieën van Sovjet-wapentuig uit de jaren vijftig. Volgens de Amerikaanse denktank Rand Corporation kan China pas in 2025 op het wereldtoneel militair meetellen. Op zijn vroegst.

Taiwan speelt daarnaast een geloofwaardige underdog: leger, luchtmacht en marine omvatten 400.000 man, terwijl China bijna drie miljoen man onder de wapenen heeft. Illustratief voor de gespeelde nietigheid was het bezoek van een journalist van The New York Times aan een zeer oude Guppy-onderzeeër, die in ieder ander land allang in een maritiem museum zou liggen. `Kijkt U nu toch eens wat een oud spul', zei de rondleidende marine-officier, `wij hebben dringend nieuwe onderzeeboten nodig.' Maar onderzeeboten – naast twee Guppy's heeft Taiwan twee Nederlandse Zwaardvis-boten – zijn het enige wapentype waaraan Taiwan gebrek heeft. De modernisering van de Chinese strijdkrachten stelt de aankopen van Taiwan alleen schijnbaar in de schaduw. De `afvallige provincie' winkelt er op de internationale defensiemarkt namelijk driftig op los. De afgelopen vier jaar is de gehele inventaris aan gevechtsvliegtuigen vervangen door zestig Franse Mirage 2000-5's, 150 Amerikaanse F-16's en 130 Tsjing Kuo jachtbommenwerpers van eigen bodem. Er zijn zes batterijen Patriot-luchtafweerraketten bij gekomen, gevechtshelikopters, radarvliegtuigen die tot ver in het binnenland kunnen `zien', en 20 Hercules transportvliegtuigen – Nederland heeft er twee. Frankrijk leverde zes, de Verenigde Staten zeven nieuwe fregatten. En de leveranties gaan in hoog tempo door. De economische stok waarmee China zwaait om landen ervan af te laten zien wapens aan Taiwan te verkopen – Nederland levert om die reden geen onderzeeboten – intimideert duidelijk niet iedereen. Bovendien zijn er omwegen voor defensiecontracten. Zo werden vier Duitse `blusboten' op een Taiwanese werf prompt omgebouwd tot mijnenleggers.

Welke azen heeft de Volksrepubliek in de mouw, waarmee ze de dreiging van `drastische maatregelen' nog kan materialiseren? Een zeeblokkade die de economische levensader afsluit, is één optie. Maar er zijn verschillende redenen waarom dat niet goed mogelijk is. Zo heeft de Chinese marine weliswaar zo'n honderd onderzeeboten, tientallen fregatten en maritieme patrouillevliegtuigen, maar die zijn bijna allemaal verouderd of gebrekkig uitgerust. De modernste Luhu-fregatten hebben geen goede luchtverdediging. Bovendien ontbreekt de ervaring van oceaan-operaties. Indien de VS, zoals bij de vorige crisis in 1996, een paar vliegdekschepen naar Taiwanese wateren zouden dirigeren, zou rond deze smaldelen een `veilig' gebied voor scheepvaart ontstaan. De Chinese marine zou met lege handen staan, want tegen deze zogeheten carrier battle groups kan zij het niet opnemen.

Wat resteert is een aanval met raketten. Sinds 1996 heeft de Volksrepubliek in de provincie aan de overzijde van de zeestraat een groeiend aantal lanceerbases ingericht voor raketten van het type M-9 en M-11, waarmee zij in 1996 een aantal `proeflanceringen' uitvoerden. Er zouden nu zo'n 200 raketten op Taiwan staan gericht. Volgens de Amerikaanse marinebevelhebber in de Stille Oceaan, admiraal Dennis Blair, vorige week op bezoek in China, komen er ,,ieder jaar zo'n vijftig bij.''

De raketten zouden veel schade kunnen aanrichten, vooral economisch. Tijdens de `crisis' in 1996 daalden de beurskoersen in de hoofdstad Taipei aanzienlijk. Het militaire potentieel moet daarentegen niet te hoog worden ingeschat. De modernste raket, M-11 met een lading van 500 kilo, heeft volgens Rand een circular error probable van 300 meter. Dat betekent dat de cirkel rond het doel waarbinnen de helft van de raketten terecht komt, een straal heeft van 300 meter. De Amerikaanse kruisraket heeft een grotere lading en is veel nauwkeuriger. De VS en Groot-Brittannië vuurden er meer dan 300 af op Servië, maar het land gaf toen geen krimp. Een raketoffensief dat niet wordt gevolgd door een invasie grondtroepen, is weinig zinvol. Er wordt vaak gezegd dat Servië vorig jaar met louter precisiebombardementen door de NAVO op de knieën werd gedwongen, maar tussen de NAVO-eenheden in Albanië en Macedonië lag geen 150 kilometer brede zeestraat.

Taiwan is tevens druk doende dit `raketgat' dichten. Begin maart werden de VS verzocht om de levering van vier destroyers van het type Arleigh Burke, die moeten worden uitgerust voor TMD, theater missile defense – anti-raket-raketten die de M-9's en M-11's op hun ballistische traject kunnen onderscheppen. Indien deze schepen de juiste positie kiezen, tuimelen de brokstukken van de geraakte Chinese raketten bovenop op hun lanceerbases. De VS nemen in april een besluit over de verkoopvergunning.