Het mobiele Mekka

Elke Fin voelt zich wel een beetje deelgenoot in het succesverhaal van Nokia, met afstand nummer één op de wereldmarkt voor mobiele telefoons en inmiddels het grootste beursfonds van Europa. Vorig jaar kreeg het bedrijf er twaalfduizend werknemers bij. Nokia en alles wat er aan toeleveringsbedrijven bij hoort, groeit jaarlijks met 30 procent. Finland en Nokia zijn vol zelfvertrouwen, eenvoudigweg omdat de groeivooruitzichten voor de mobiele telefonie annex Internet zo gigantisch zijn.

Wel telefooncellen op straat waarin je nog ouderwets muntjes kunt werpen, maar nergens Finnen die en masse mobiel bellend zich een weg door de natte sneeuw banen. Ook in de volle cafés en restaurants van Helsinki zie je ze amper: mensen met mobiele telefoons. Op een doordeweekse dag op de Coolsingel zijn het er aanzienlijk meer.

Dit is het land met de grootste dichtheid aan mobiele telefoons ter wereld, het voorland van de mobiele commercie, de thuisbasis van Nokia, dit is kortom het mobiele Mekka. Waar zijn al die mobiele bellers dan?

Op deze dag wordt de nieuwe president ingehuldigd, de eerste vrouwelijke president van het land. Geen Fin die het iets schijnt te kunnen schelen. Op straat is het niet drukker dan gewoonlijk. Wel overal vlaggen. Op deze dag wordt ook de nieuwe grondwet van kracht. Een vooruitstrevende grondwet.Ook daarmee schijnt Finland koploper te zijn. De bescherming van het milieu is er zo goed in geregeld dat roken aan de bar van een café voortaan verboden is. Overal zie je stickers die de bezoekers dat inprenten. Rondom de toog is het voor de roker Sperrgebiet. Het verbod moet het barpersoneel tegen de rokende gasten beschermen, wordt de buitenlandse bezoeker welwillend uitgelegd.

Zijn dit allemaal voortekenen dat het land anders is dan het beeld dat de media er doorgaans van geven? De bezoeker herinnert zich een advertentie uit The Economist: een drukke straat in Manhattan waar iedereen mobiel loopt te bellen. Het was maar een advertentie. Maar alle berichten over de mobiele voortvarendheid van de Finnen gaven toch de indruk dat het straatbeeld van Helsinki zo ongeveer moest zijn.

Finland is welvarend. De economie bloeit. Finland lijkt vol zelfvertrouwen. Op de Esplanaden, de boulevard in hartje Helsinki, gaan de passanten chic gekleed. De verlichte winkeletalages zijn er weelderig en sprookjesachtig. Uit niets blijkt dat dit land nog maar een aantal jaren geleden in een diepe recessie verkeerde. De ineenstorting van het Sovjet-imperium bracht de handel met het grote buurland abrupt tot stilstand. En van de export van hout alleen kon Finland niet leven. Wat te doen? De mobiele telefoon bracht uitkomst.

Tien kilometer buiten het centrum van Helsinki, aan een dichtgevroren baai van de Finse Golf, ligt het fraaie, uit blauwgrijs aluminium en glas opgetrokken hoofdkwartier van Nokia. Voor Finse begrippen een geheel nieuwe architectonische stijl. Aan de buitenkant is nog een tweede wand gebouwd om de kou te weren. In Finland wintert het vijf maanden. Buiten staat een kleumende werknemer een sigaretje te roken. Binnen is roken natuurlijk verboden.

Naast het hoofdgebouw wordt met man en macht gewerkt aan een tweede gebouw. Nokia groeit snel. Vorig jaar kwamen er wereldwijd twaalfduizend werknemers bij – gemiddelde leeftijd van het personeel: 32 jaar. Inmiddels is Nokia het grootste beursfonds van Europa. En in Finland zelf maakt het al net zoveel winst als eenderde van alle Finse beursfondsen bij elkaar.

,,Elke Fin voelt zich wel een beetje deelgenoot in het succesverhaal van Nokia'', zegt Niklas Geust (spreek uit: Goist, de Nokia-analist in Finland en werkzaam voor beleggingsanalist van FIM, een gevestigde naam in de Finse beursmakelaardij, die kantoor houdt aan de Esplanaden. ,,Elke Fin is er wel een beetje trots op.'' Finnen zijn nogal verlegen mensen, niet zulke praters, maar ze maken tegen praten geen bezwaar zolang ze dat door een apparaat kunnen doen, niet van aangezicht tot aangezicht, legt hij uit. De mobiele telefoon heeft, net als vervolgens Internet, de Finnen in sociaal opzicht assertiever gemaakt.

Van alle Finnen beschikt nu bijna 70 procent over een mobiele telefoon (tegen een gemiddelde van 40 procent in heel Europa). Vrijwel alle kinderen die voor het eerst naar school gaan hebben er een, zegt hij.

Maakt Nokia – dezer dagen verkocht het zijn 200 miljoenste mobiele telefoon – daarmee Finland niet volkomen afhankelijk van zijn succesverhaal? De Finse economie is altijd eenzijdig geweest, zegt Geust. Vroeger was het hout (het `groene goud'), nu is het Nokia (het `mobiele goud'). Maar Nokia en alles wat er aan toeleveringsbedrijven bijhoort, groeit jaarlijks met 30 procent, terwijl de houtindustrie nooit meer dan 4 procent haalde en daarbij heel gevoelig is voor schommelingen in de conjunctuur. Het is riskant, die afhankelijkheid, geeft hij toe, maar toch minder dan vroeger bij hout, eenvoudigweg omdat de groeivooruitzichten voor de mobiele telefonie annex Internet zo gigantisch zijn.

Zo gebeurt al de helft van alle transacties (in aantallen) op de beurs van Helsinki via Internet en daarin hebben mobiele transacties via Internet een almaar groeiend aandeel (in geld uitgedrukt is het aanmerkelijk geringer, hooguit 10 procent van de omzet). En Merita bank, de grootste bank in Finland (Zweeds/Fins), behoort tot de meest geavanceerde banken in de wereld op het gebied van Internet: vrijwel al zijn één miljoen klanten doen hun transacties elektronisch. Het gaat vliegensvlug en bespaart de bank zodoende een hoop kosten, zegt Geust, zij het dat – opnieuw – nog maar heel weinig klanten dat met hun mobiele telefoon via Internet doen, of liever: kunnen doen, eenvoudigweg omdat de techniek zich daar nog niet goed toe leent.

Dit jaar komt in Finland het systeem beschikbaar (GPRS genaamd) waarmee een always on verbinding mogelijk wordt – je hoeft je e-mails dan niet meer `op te halen'. Ook in dit opzicht loopt Finland voorop (alleen Japan is er al verder mee, geeft Geust grif toe zij het met een eigen gesloten standaard `om de concurrentie buiten de deur te houden').

Omdat Japan zich tot nu toe op zijn binnenlandse markt concentreerde, werd het voor Nokia gemakkelijker om elders zijn slag te slaan wat ze overigens bij Nokia krachtig weerspreken. Daarbij kwam volgens Geust dat de concurrentie strategische blunders maakte. Zo meende het Amerikaanse Motorola dat de tien tot twintig miljoen Amerikanen die nog analoog mobiel belden het niet bij het verkeerde eind konden hebben. Dat hadden ze wel. Bovendien concentreerde Motorola zich te veel op de Amerikaanse markt. Ze raakte daardoor het zicht kwijt op wat er zich op digitaal gebied in Europa en Azië allemaal afspeelde. Motorola verloor een paar waardevolle `mobiele' jaren. Ten slotte meenden de Amerikanen dat het mobiele verkeer via satellieten de toekomst had. Ook dat bleek niet zo te zijn. En Nokia's andere concurrent, het Zweedse Ericsson, maakte eveneens een paar fouten, zij het niet zulke grote.

Dat alles stelde Nokia de afgelopen twee jaar in staat op zijn mobiele apparaten een uitzonderlijk hoge marge te behalen van liefst 25 procent. ,,Er was eigenlijk geen nummer twee en geen nummer drie in de wereld'', constateert Geust.

Maar de concurrentie is volgens hem weer helemaal wakker. En ze zal hevig worden als straks de derde generatie mobiele telefoons wordt ingevoerd (net als de huidige GSM-standaard een open systeem), waarmee je pas echt soepel op Internet kunt surfen (met Japan weer als eerste). Dan wordt de concurrentie echt mondiaal, komt Japan naar het Westen en het Westen naar Japan (Onzin, zeggen ze bij Nokia, Japan zit al zo lang in het Westen, de concurrentie is al wereldwijd).

Dit jaar al zal voor Nokia een moeilijk jaar worden, voorspelt Geust. De concurrentie (Ericsson en Motorola voorop) zal misschien geen marktaandeel van Nokia afsnoepen, maar Nokia zal ook geen marktaandeel meer winnen.

Zullen dan ook de Amerikaanse telecomconcerns die op hun thuismarkt mobiel actief zijn zich in de strijd mengen? Nee, dat gelooft Geust niet. De Verenigde Staten liggen daarvoor te ver achterop. Goed, ze zouden in Europa of nog liever in Finland – tenslotte `Europa's mobiele laboratorium' – kunnen gaan `winkelen' en `mobiele ervaring' opkopen. Maar het zou hem verbazen als de Amerikaanse telecomreuzen het zouden wagen een echt grote overneming in Europa te doen.

En Microsoft? Niet alleen de Amerikaanse telecomconcerns hebben een achterstand op het mobiele Europa, ook het grootste softwarebedrijf ter wereld moet in dit opzicht in andere (met de grootste tegenzin) zijn meerdere erkennen: in Symbian bijvoorbeeld, het conglomeraat waarin de hardwarereuzen als Nokia, Ericsson, Motorola en het Japanse Matsushita broederlijk samenwerken aan besturingssoftware voor hun mobiele telefoons die volgens kenners superieur is aan die van Microsoft. Werden ze bij Nokia niet nerveus toen Microsoft begin dit jaar een deal met Ericsson sloot? Het leek immers of Microsoft erin was geslaagd Ericsson uit het conglomeraat los te weken?

Nee, klinkt het beslist uit de mond van Nokia's vice-president Ilkka Raiskinen, verantwoordelijk voor mobiele toepassingen en diensten. Die hele strijd tussen Microsoft en Symbian is een uitvinding van de media: `strijd' verkoopt nu eenmaal goed. Voor Nokia – dus voor zijn mobiele telefoons waarmee je op Internet kunt surfen – is Symbian simpelweg de beste. Nu de pc (en daarmee het besturingssysteem Windows van Microsoft) niet langer het alleenvertoningsrecht heeft, maar je een proliferatie ziet van allerhande (mobiele) apparaten, zie je die proliferatie ook bij de besturingssoftware. Niet langer zal één allesomvattend systeem overheersen. Het wordt allemaal aanzienlijk complexer, zowel bij de besturingssoftware als bij de toepassingen. Exit Microsoft.

Dat neemt niet weg dat de Verenigde Staten op het gebied van Internet heel sterk zijn. Ruwweg kun je volgens Raiskinen de volgende indeling maken: Internet is Amerika, telecom is Europa en `miniaturisatie' is Azië. Beperk je het tot mobiel internetten, dan gaat Europa aan de leiding. Japan is weliswaar ook ver daarmee, maar bij Nokia wil men graag de indruk vermijden dat Europa zich in dit opzicht voor Japan zou moeten schamen. Wat ze nu in Japan doen, gebeurde in Europa al eerder, meent hij.

Een geluid dat je in de consumentenelektronica in Europa wel meer hoort. Hoezo: Japan heeft een voorsprong? Dat kunnen wij ook allemaal hier. Kunnen, ja, maar doen ze het in Japan niet al?

Bij Philips in Amsterdam bevestigt topman Adri Baan, verantwoordelijk voor consumentenelektronica, dat: ,,Er is tussen Europa en Japan geen verschil in kunnen (`performance'), wel in toepassen.'' Baan schat de achterstand van Europa in dit opzicht op `bijna één jaar'. Al voegt hij eraan toe dat hij van de inmiddels vier miljoen mobiele Internetsurfers in Japan niet wakker ligt. En ook bij Ericsson in Zweden erkent men de `zeer geavanceerde' positie van Japan, al maakt men de kanttekening dat Japan er een eigen standaard op na houdt. Maakt dat wat uit, nu er al zoveel Japanners gebruik van maken? ,,Nee, eigenlijk niet'', geeft directeur Christian Testman, verantwoordelijk voor mobiele e-commerce bij Ericsson, per e-mail toe.]

Wie zal volgens Nokia in de hele mobiele keten de sleutelrol spelen? Zijn dat de hardwareverkopers als Nokia, de telecomconcerns als Vodafone, de Internet-bedrijven als Yahoo, de aanbieders van `content' zoals AOL Time Warner of misschien wel de bedrijven die traditionele ondernemingen helpen bij toepassingen op Internet, zoals het Duitse softwarebedrijf SAP – om de belangrijkste functies in de keten te noemen?

,,Wij zitten in de zakken van de consument'', zegt Raiskinen kortweg, ,,ons handelsmerk is mensen met elkaar verbinden, al of niet via Internet, dat is de kern van onze activiteiten.'' Er zijn wel allerlei dwarsverbindingen, bovendien zijn er bedrijven (bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid) die in de hele keten een rol vervullen, en er is vooral in de telecomwereld en bij de Internet-bedrijven van alles aan de gang (allianties, fusies, overnames), maar Nokia wil zich zoveel mogelijk bij zijn leest houden: mobiele telefoons maken. Het klinkt als de vakman die lol in zijn werk heeft en verstoord opkijkt omdat hem niet naar zijn werk, maar naar iets heel anders werd gevraagd.

Ook over de voorspellingen omtrent de hoge vlucht die e-commerce zal nemen – of over de tien keer zo grote business to business e-commerce (b2b) als business to consumer e-commerce (b2c) – wil hij geen concrete uitspraken doen, anders dan: het grootste deel van de transacties zal mobiel zijn, door de consument geëntameerd. ,,Of je dat nu b2b of b2c noemt, doet niet ter zake.'' Punt uit.

Waarin blinkt Finland in mobiel opzicht nu precies uit? In een samenstel van factoren, zeggen ze bij Nokia, waarbij het geheel meer is dan de som der delen. Raiskinen: ,,De hoge penetratie van mobiele telefoons, van Internet, de geavanceerde positie van de telecombedrijven, de Internet-ontvankelijkheid van de banken, dat alles samen schiep een gunstig klimaat, veroorzaakte een sneeuwbaleffect, bewerkstelligde een bepaalde interactie en leverde de juiste synergie op.''

Terug in het centrum van Helsinki is het straatbeeld hetzelfde: betrekkelijk weinig mobiele bellers. Alles straalt een weldadige kalmte uit. Het tempo ligt laag. In het volle restaurant klinkt een enkele gedempte stem. Gezichten die zwijgend monsteren; als je binnenkomt lijkt er opeens een stilte te vallen. De bezoeker denkt terug aan de woorden van Geust: de Finnen zijn over het algemeen niet zulke praters.