Greenpeace koopt pakket aandelen Shell

Greenpeace is eind vorige week aandeelhouder van Shell geworden. De milieuorganisatie hoopt het bedrijf langs deze weg tot een investering van een miljard gulden in een fabriek voor zonnepanelen te bewegen. Het is voor het eerst dat de milieuorganisatie zich van het aandeelhouderschap bedient om een volgens haar wenselijk project te realiseren. Ze liet vorige week vrijdag aandelen ter waarde van 250.000 euro (ruim 500.000 gulden) aankopen op de Amsterdamse effectenbeurs. Onlangs koos ook de Britse tak van Greenpeace al voor deze benadering en kocht aandelen van BP aan.

Greenpeace, dat de aankoop van de aandelen via een lening regelde, is niet van plan lang aandeelhouder te blijven. Eén dag na de aandeelhoudersvergadering van 9 mei wil ze haar aandelen weer verkopen.

Greenpeace wil proberen een deel van de honderdduizenden aandeelhouders van Shell de komende weken op zijn hand te krijgen voor het idee van de investering. Daarover zou op de aandeelhoudersvergadering van 9 mei een besluit kunnen vallen. ,,Wij vinden dat Shell meer moet doen aan deze vorm van energie'', aldus een woordvoerder van Greenpeace vanmorgen.

De zegsman verklaarde dat de organisatie zelf onlangs een onderzoek heeft laten uitvoeren door het adviesbureau KPMG. Hieruit bleek volgens hem dat een dergelijke fabriek bij een jaarlijkste productie van vijf miljoen zonnepanelen al spoedig een rendement van 15 procent zou opleveren. Daardoor zou het project voor Shell ook commercieel gezien lonen.

Shell reageert terughoudend op de nieuwe aanpak van Greenpeace, dat de oliemaatschappij het afgelopen decennium al heel wat hoofdbrekens heeft bezorgd. ,,Ik ben blij dat Greenpeace aandeelhouder is geworden'', aldus een woordvoerder op het hoofdkantoor in Den Haag, maar hij wilde niet ingaan op de kans dat Greenpeace zal slagen in zijn opzet. Wel wees hij erop dat Shell zich al serieus bezighoudt met zonne-energieprojecten.

Maar het concern verschilt van mening met Greenpeace over de commerciële perspectieven hiervoor. ,,Er moet eerst een markt voor worden ontwikkeld'', aldus de woordvoerder.

Greenpeace brengt daar weer tegen in dat door de bouw van zo'n fabriek de prijs van de panelen zou kunnen dalen tot ongeveer een derde van de huidige. Nu worden die nog op een kleinschalige, kostbare manier gemaakt. De prijs van zonne-energie zou na de investering vrijwel overeenkomen met de huidige elektriciteitsprijs en dus concurrerend zijn.