Doesburg wil stuk Fassbinder alsnog opvoeren

Regisseur Johan Doesburg van toneelgezelschap Het Nationale Toneel uit Den Haag wil het vermeend antisemitische toneelstuk Het vuil, de stad en de dood van Rainer Werner Fassbinder gaan opvoeren. Dit staat in het beleidsplan voor de komende Cultuurnota-periode 2001-2004, dat in april wordt gepresenteerd. Doesburg: ,,Dit heeft niets te maken met de weer losgebarsten rel eromheen. Het beleidsplan is vorig jaar al geschreven.'' Een precieze datum voor de opvoering heeft Doesburg nog niet.

Als student regisseerde Doesburg het omstreden toneelstuk reeds in 1987. Toen leidde de opvoering tot de affaire Fassbinder, die weer uitmondde in de ontvoering van acteur Jules Croiset, die door hemzelf in scène bleek te zijn gezet. Tegenstanders van opvoering vonden het stuk verwerpelijk omdat een van de personages, die 'De rijke jood' wordt genoemd, voldeed aan een antisemistisch stereotype. Door de grote weerstand was `Het vuil' slechts één keer, in een besloten voorstelling, te zien, daarna is het alleen nog een keer voorgelezen. Onlangs werd de affaire weer opgerakeld omdat Harry Mulisch deze als uitgangspunt nam voor zijn boekenweekgeschenk Het theater, de brief en de waarheid, dat vanavond op het Boekenbal in Carré wordt gepresenteerd. Cabaretier Freek de Jonge, die een show geeft op het Boekenbal, is hier zo boos over dat hij gisteren in een try out van de voorstelling zei: ,,Dit boek moet branden.''

Doesburg: ,,Met `Het vuil' ben ik jaren geleden binnengekomen bij Het Nationale Toneel. Ik zei: `Ik wil hier dolgraag werken, maar ik wil wel dit stuk opvoeren.' Ik moest alleen het goede moment afwachten, totdat de rel eromheen was geluwd. Ook dit zou dus geen goed moment zijn. Ik voel me verbonden met de inhoud van het stuk. Het gaat over antisemitisme, maar het is niet antisemitisch. Door `De rijke jood' op te voeren, doorbreekt Fassbinder de eenduidige scheiding tussen slachtoffer en beul.

,,Bij die rel denk ik alijd: `Laat het stuk dan zien. Speel het!' Dan pas krijg je helderheid. Wat ik altijd mis is een serieuze, inhoudelijke discussie over het toneelstuk. Ik heb me verder afzijdig proberen te houden van de affaire omdat het niet over mij of over het toneelstuk gaat. Ik vind het uitstekend dat Mulisch er een boekje over schrijft en ik vind het uitstekend dat Freek de Jonge dat wil verbranden. Maar laat mij dan regisseren wat ik wil. Ik kan mijzelf alleen maar verdedigen door toneel te maken.''