`De auto-monarchie Fiat is een republiek geworden'

Kostenbesparing staat centraal in de alliantie tussen Fiat en General Motors. Zij blijven concurrenten bij de verkoop van auto's, maar gaan samenwerken bij de productie en inkoop van onderdelen. Italië ziet het als de beste oplossing.

De ,,strategische industriële alliantie'' tussen Fiat en General Motors betekent voor het Italiaanse bedrijf de beste reddingsboei die het zich kon wensen. ,,De twee doelen die we onszelf hadden gesteld waren: de sterkst mogelijke bondgenoot én autonomie,'' verklaarde Gianni Agnelli, ere-voorzitter van Fiat en de belangrijkste aandeelhouder. Beide doeleinden zijn hiermee bereikt, zei Agnelli, die zondag 79 jaar is geworden.

Gezien de keiharde concurrentie op de automarkt was Fiat als autoproducent te klein geworden om op langere termijn zelfstandig te kunnen overleven. General Motors neemt nu een belang van 20 procent in Fiat Auto, via een nieuwe kapitaalsuitgifte binnen drie maanden. Wat betekent dat de familie Agnelli, die via twee houdstermaatschappijen de Fiatgroep controleert, voor het eerst de macht moet delen in deze sector. ,,De grote auto-monarchie is gisteren een republiek geworden,'' schreef La Repubblica. Maar veel Italianen waren bang dat het autobedrijf helemaal in buitenlandse handen zou komen, wat zou zijn gebeurd als Fiat was ingegaan op de avances van DaimlerChrysler.

,,Dit is een historische alliantie,'' zei Fiat-president Paolo Fresco. Hij verklaarde dat Fiat hierdoor verder kan groeien, maar ,,controle houdt over zijn eigen lotsbestemming. Dit is een samenwerking tussen twee bedrijven die onafhankelijk willen blijven.''

Het verlangen om baas in eigen huis te blijven heeft centraal gestaan in de onderhandelingen tussen Fiat en andere autoproducenten. Het akkoord voorziet in de mogelijkheid dat GM binnen vijf jaar de controle krijgt over Fiat Auto - als Fiat wil verkopen. Maar die bepaling is volgens Fresco ,,een theoretische garantie''. Hij sprak van ,,een parachute voor de aandeelhouders'' en voegde daaraan toe: ,,Als we hadden willen verkopen hadden we het meteen gedaan.''

De felle onderlinge concurrentie dwingt autoproducenten om alle kansen voor kostenbesparing aan te grijpen. Daarom is General Motors akkoord gegaan met de wat curieuze constructie dat de twee bedrijven elkaars concurrenten blijven bij de verkoop van auto's, maar wel samen motoren, versnellingsbakken en niet-gezichtsbepalende onderdelen gaan produceren, gezamenlijk gaan inkopen, en hun financiële diensten onder één kap zullen brengen. De eerste joint ventures hiervoor moeten over drie maanden van de grond komen.

,,Wij zien dit als een belangrijke mogelijkheid om onze kosten omlaag te brengen, en we geloven dat dat essentieel is,'' zei GM-topman Jack Smith op de persconferentie in Turijn. Hij zei dat de alliantie het Amerikaanse bedrijf in staat stelt ,,zijn positie in Europa en Latijns Amerika te versterken''. Fiat is de grootste autoproducent van Brazilië en heeft met de Palio een model dat overal ter wereld wordt verkocht.

Het akkoord heeft geen directe consequenties voor andere onderdelen van de Fiat-groep, zoals de vrachtwagen- of tractorendivisie. Fiat-president Fresco onderstreept dat Iveco nog steeds geïnteresseerd is in samenwerking met Volvo-trucks als de Europese Commissie Volvo's plan om rivaal Scania over te nemen tegenhoudt. Fiat heeft vorig jaar geprobeerd heel Volvo te kopen, maar verloor van Ford, dat de autodivisie van het Zweedse bedrijf heeft overgenomen.

De beurs in Milaan reageerde vanmorgen met een daling van het aandeel Fiat. Volgens beursanalisten was een totale verkoop van Fiat Auto beter geweest voor de aandeelhouders. Maar in Italië is opgelucht gereageerd dat Fiat, dat al geruime tijd op zoek was naar een partner, vooralsnog Italiaans blijft. ,,Dit is het beste akkoord dat kon worden bereikt,'' zei minister van industrie Enrico Letta.

Premier Massimo D'Alema was iets voorzichtiger. Vanuit Chili liet hij weten de indruk te hebben dat dit ,,een positief en belangrijk'' akkoord is, maar hij wil op korte termijn met de Fiat-top praten over de gevolgen die de samenwerking heeft voor de werkgelegenheid.

Op de persconferentie gisteren wilde Paolo Cantarella, managing director van de Fiat-groep, geen rechtstreeks antwoord geven op vragen of dit betekent dat er banen moeten verdwijnen. Fiat is met 221.000 werknemers in Italië de grootste particuliere werkgever. Cantarella onderstreepte dat het akkoord Fiat de kans geeft te groeien en dat dit de beste garantie is voor werkgelegenheid. De leiders van de drie grote vakfederaties hebben enige scepsis getoond over de plannen en willen hierover snel nader worden geïnformeerd.