Applaus

Het klasje laaggeschoolde inburgeraars spreekt nog niet goed Nederlands en gaat daarom op taalstage: zes weken lang werken ze twee dagen per week in een bedrijf om te wennen aan de taal van de werkvloer. Ik ben bij hen te gast als ze op school ervaringen uitwisselen. Voor de klas moeten ze vertellen waar ze werken, hoe ze het vinden, of er problemen waren en hoe die zijn opgelost.

De Molukse Lina mag eerst. Ze loopt stage bij een filiaal van Albert Heijn en moet melkstellingen op hun plaats duwen. ,,Het is zwaar werk'', zegt Lina, ,,maar ik vin leuk.''

Dan vouwt ze een papier open en leest voor: ,,Problemen: geen. Oplossing van problemen: niet van toepassing.''

Het papiertje gaat weer dicht. Niettemin geven de klasgenoten haar op voorstel van de docent een applausje.

Ayin uit Eritrea loopt stage bij een kapper. Ze moest vegen en haren wassen. Wat hebben Nederlandse vrouwen dunne haren! En zo druk! Pas om half drie mocht ze pauzeren. Ayin is er nu nog moe van. Onder mager applaus sjokt ze terug naar haar plaats.

De jonge Irakees Soren is het zorgenkindje van de docent. Nog geen maand geleden heeft hij een steekwond opgelopen bij een ruzie in een plaatselijk café. Nu zit Soren te popelen om te mogen vertellen. Zijn stage is bij de Gamma. Om negen uur moest hij eerst de winkel vegen, dat vond hij niet leuk. Om elf uur ging gelukkig de bezem kapot, toen moest hij vakken vullen. Klanten vroegen hem om hulp: Waar is dit? Waar is dat?

,,En ik weet niks!'' roept hij nu. ,,Ik stuur ze allemaal naar de balie!'' De klas lacht.

,,Een mevrouw was heel boos, omdat ik weet niet waar liggen de stopcontacten! Ik zeg tegen haar: ik loop stage, ik weet helemaal niets!'' De klas klapt voor hem en trots als een pauw loopt Soren terug naar zijn stoel.

De Irakees Farhad, die voor zijn stage bij een computerbedrijf is geplaatst, houdt een moeizaam verhaal, slechts enkele woorden zijn te verstaan: ,,Collega's heel hoge niveau. In de pauze wij praten over geschiedenis, over filosofie.'' Zijn klasgenoten beginnen glazig te kijken. ,,Heel interessante. Praten over Spinoza. Over Philips van Oranje.''

De docent breekt haastig in op zijn betoog. ,,Fantastisch Farhad! Je hebt wel een applausje verdiend.''

Farhad incasseert de hulde en gaat buigend terug naar zijn plaats. Dan fluistert Soren in mijn oor: ,,Klappen kan wij goed. Moest voor Saddam Hussein ook altijd.''