Aandelenpassie vult pensioenkas

Pensioenfondsen beleggen nog steeds meer in aandelen, maar zij verminderen hun beleggingen op de Amsterdamse effectenbeurs. Vorig jaar was hun vijfde superjaar op rij, maar de rijkdom is ongelijk verdeeld.

Zij blijven maar aandelen kopen, de beheerders van de spaarpotten met samen 966 miljard gulden waarmee het pensioen wordt gefinancierd van van negen van de tien Nederlandse werknemers.

Vorig jaar kochten de pensioenfondsen voor meer dan 27 miljard gulden aandelen bij. En tot nu toe heeft hun aandelenpassie succes. Vorig jaar verdienden zij gemiddeld genomen meer dan 30 procent op hun beleggingen in binnenlandse en buitenlandse aandelen. Tweerderde daarvan incasseerden zij in het laatste kwartaal van 1999.

Daarbij gaat het om astronomische bedragen: een totale koerswinst op aandelen van 130 miljard gulden, zo meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vorige week. Eind vorig jaar hadden de pensioenbeheerders voor het eerst meer dan de helft van de vermogens belegd in aandelen: 488 miljard gulden, waarvan tweederde is geïnvesteerd in aandelen van buitenlandse ondernemingen.

Waarom zoveel geld in aandelen belegd? Op langere termijn, en dat is de beleggingshorizon van de pensioenbeheerders, leveren aandelen een hoger rendement op dan welke andere belegging ook. Dat is althans het beeld dat elke keer naar voren komt uit onderzoek, al zijn rendementen in het verleden uiteraard geen garantie voor de toekomst.

Dankzij hun historische omslag naar aandelenbeleggingen hebben de pensioenfondsen sinds 1994, het laatste slechte jaar, formidabele rendementen laten zien, van gemiddeld meer dan 10 procent per jaar, terwijl hun pensioenverplichtingen jaarlijks met hooguit 6 à 7 procent zijn opgelopen.

Dat heeft geleid tot lagere pensioenpremies voor werkgevers, soms zelfs nul premies en teruggave van overtollig kapitaal aan de werkgever. Tevens zijn er financiële buffers aangelegd voor het geval de beurskoersen instorten.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) becijferde het overschot, naast de verplichte buffers, recent op 140 miljard gulden, per eind 1998. Pensioenexperts schatten dat bedrag inmiddels op 200 miljard gulden.

Daarbij past een relativerende opmerking: de rijkdom is ongelijk verdeeld. De Dagobert Ducks van de pensioenwereld zijn de beheerders die het langst grote bedragen in aandelen hebben belegd, en dat zijn over het algemeen de pensioenfondsen die voor individuele grote ondernemingen werken, zoals Philips, Shell en Unilever.

Onder de pensioenfondsen die voor complete bedrijfstakken werken zijn minder nieuwe rijken, maar zij zijn er wel: het Spoorwegpensioenfonds, en de giganten PGGM (zorg en welzijn) en ABP (overheid en onderwijs). ABP, die als ,,overheidsfonds'' lange tijd belemmerd werd in haar beleggingsbeleid, heeft de afgelopen jaren op grote schaal aandelen gekocht en de traditionele beleggingen in effecten met een vaste rente, zoals obligaties teruggedrongen.

Eind van deze maand komen de pensioenfondsen gezamenlijk met hun rendementen en experts verwachten zeer uiteenlopende resultaten. Wie in aandelen zat, zat goed, maar binnen de aandelenbeleggingen moest je ook goed zitten om de beursgraadmeters bij te benen: in de Verenigde Staten en in aandelen in technologie en telecommunicatiebedrijven.

Hand in hand met de ,,aandelencultuur'' gaat een daling van de waarde van de Nederlandse aandelenportefeuille van de pensioenfondsen: vorig jaar met 10 procent (15 miljard gulden) tot 118 miljard gulden. Rekening houdend met de stijging van de beursgraadmeter hebben de pensioenfondsen voor een bedrag van zo'n 20 miljard gulden Nederlandse aandelen verkocht. Daar stond geen kooplust van verzekeraars en beleggingsfondsen tegenover. Deze aderlating verklaart mede de belabberde koersvorming van diverse oude favorieten, zoals Reed Elsevier, Oce, enkele financiële bedrijven en Hagemeyer.