Wiener luiden Brahms Festival in

Als de herauten van de Wiener Philharmoniker én Brahms waren ze vooruitgereisd, gewapend met strijkinstrumenten in plaats van trompetten. Het Küchl Kwartet, geheel bestaande uit leden van de Wiener Philharmoniker en versterkt door collega's Peter Ochsenhofer (altviool) en Ernst Ottensamer (klarinet), leidde gisteravond het driedaagse Brahms Festival in het Amsterdamse Concertgebouw in met wisselvallige uitvoeringen van drie hoogtepunten uit het kamermuziekoeuvre van Brahms: het Eerste en Tweede strijkkwintet en het Klarinetkwintet. Vandaag en morgen spelen de Wiener onder leiding van Seiji Ozawa in volle bezetting Brahms' symfonieën nrs 2, 3 en 4, de Tragische Ouvertüre en de Haydn-variaties.

Zó tevreden was de 57-jarige Brahms in 1890 over zijn Tweede strijkkwintet, dat hij het als zijn afscheidswerk wilde beschouwen. Hoewel hij nog veel zou componeren, deed hij zijn motto `Frei aber froh' eer aan met dit voorlopige vaarwel. Een vriend karakteriseerde het kwintet als `Brahms in het Prater', waarop Brahms reageerde: `Je slaat de spijker op de kop. Je denkt zeker aan al die knappe meisjes daar, hè?' Maar vrolijk is bij Brahms een relatief begrip. De walsachtige thematiek van het openingsdeel wordt gecontrasteerd met een treurmarsachtig Adagio, de Hongaarse ritmiek van de finale wordt voorafgegaan door een melancholiek Un poco allegretto.

De leden van de Wiener Philharmoniker streken zich door al deze stemmingswisselingen heen zonder er dieper op in te gaan. Ze profileerden zich als voortreffelijke strijkers met weinig affiniteit met (of te weinig tijd voor) de zielenroerselen van Brahms, al begon er tijdens de laatste delen van het Tweede strijkkwintet iets te schemeren dat leek op waarachtig contact met de partituur.

Ook in het Eerste Strijkkwintet verstoorde primarius Rainer Küchl de balans en het trommelvlies met zijn scherpe, óver-gedisciplineerde fraseringen, die zijn gevolg te weinig ruimte lieten om te ademen. Alleen alviolist Heinz Koll onttrok zich met succes aan dit stramien en maakte indruk met zijn zangerige soli. In het wonderschone Klarinetkwintet slaagde de wat aarzelende en weinig genuanceerde solist Peter Ochsenhofer er niet in zijn collega's mee te voeren naar hogere regionen.

Wie kamermuziek tussen de bedrijven van het orkestleven door beoefent loopt onvermijdelijk het risico over de essentie heen te walsen. Als muzikaal `specialisme' op één terrein zijn vruchten afwerpt, dan wel in het complexe universum van trio's, kwartetten en kwintetten. Deze Brahms uit Wenen klonk te grofbesnaard en algemeen om te imponeren.

Concert: leden van de Wiener Philharmoniker. Programma: Brahms: Strijkkwintet in F, op. 88; Strijkkwintet in G, op. 111; Klarinetkwintet in b, op. 115. Gehoord: 12/3 Concertgebouw, Amsterdam.