Wie is deze man?

De man met de leren hoed op, in het lege landschap van Death Valley, begint alvast met een leugen. ,,Hi, I'm Johnny Quick'', zegt hij joviaal tegen de camera, ,,the last of the living Comets!'' Dat is aantoonbaar niet waar. De vijf muzikanten die in 1955 met Bill Haley de legendarische hit Rock around the Clock op de plaat hebben gezet – het nummer waarmee, globaal gezegd, de rock & roll begon – leven allemaal nog. Ze zijn zelfs weer geregeld op tournee; vijf grijze, buikige mannen die feestvreugde scheppen uit hun simpele pioniersdeuntjes. Hun namen en gezichten kloppen met de pubiciteitsfoto's van 45 jaar geleden. Zij zijn The Comets.

Maar wat is dan de rol van deze Johnny Quick, die vanavond de hoofdpersoon is in de NPS-documentaire De laatst levende Komeet van Fred van Dijk? En sterker nog: hééft hij eigenlijk wel een rol?

Hij beweert dat hij van 1954 tot 1979 de drummer van The Comets is geweest, en hij kan er ook geloofwaardig over vertellen. Hij heeft een gouden plaat voor 25 miljoen verkochte exemplaren van Rock around the Clock; die hangt aan de schrootjesmuur van het eethuisje in Stove Pipe Wells Village, waar hij – na veel tegenslagen – aan de kost tracht te komen als ober. Al zijn andere memorabilia is hij kwijt; gestolen, zegt hij. Maar als er een groepje Schotse touristen komt eten, weet hij nog precies te vertellen in welke Schotse zaal hij tijdens de gloriejaren met Haley heeft opgetreden. Ja, dat kan kloppen, knikken de Schotten aan tafel, die zaal is nu afgebroken.

Nergens in de documentatie over de in 1981 overleden Bill Haley, de eerste rock-ster uit de geschiedenis, is echter de naam van drummer Johnny Quick te vinden. Wel een groot aantal andere drummers, maar niet deze. Toen de man met de spuuglok in oktober 1979 voor het laatst in Nederland was – waar hij opnamen maakte voor TopPop, te gast was bij Sonja Barend en optrad in een seksclub in Brabant – werd hij begeleid door een Engelse combo. Met de oorspronkelijke Comets werkte hij al jaren niet meer, antwoordde hij toen op mijn vraag. Ook dat is dus in strijd met de door Johnny Quick gedebiteerde jaartallen.

Toen de journalistiek nog min of meer tegen de bohème aanhing, heette het dat men een goed verhaal nooit moest doodchecken. Liever een lekker artikel in de krant dan dat het na degelijk verifiëren onjuist zou blijken te zijn, en niet kon worden gepubliceerd. Zo redeneert ook Fred van Dijk. Hij heeft een man met een kleurrijk verhaal gevonden en laat die in zijn waarde. Liever dan de onderste steen boven te halen, vergaapt hij zich aan de onherbergzame Death Valley en brengt veel te vaak een formatie van kale bergtoppen in beeld.

Omdat hij zelf niet blijkt te weten hoe de vork precies in de steel zit, laat Van Dijk ook de kijker in het ongewisse. Johnny Quick oogt als een dolende ziel in een leeg landschap. Maar wie hij was, blijft in het midden.

De laatst levende Komeet, Ned.3, 20.55-21.55u.