Wat er nog staat en wat niet meer

De kraanvogels trompetteren in de lucht en de bosanemonen schemeren witjes op de grond, maar de blik is strak gericht op de eik van de buurman: hij staat er nog. De storm die in de nacht van 27 op 28 december over Frankrijk raasde had hem makkelijk kunnen vellen op zijn vooruitgeschoven post. Maar nog steeds overziet de oude boom de vallei van de Tardoire, tot diep in de Dordogne. En waakt over het huis. Een paartje bonte spechten zit elkaar achterna in zijn grote kruin.

Ik ben naar Frankrijk gereisd om de schade op te nemen aan mijn buitenhuis, maar op een paar gesneuvelde dakpannen na valt het mee. In de tuin hebben de jonge bomen het geweld goed doorstaan, alleen de coniferen buigen allemaal naar het oosten, en dat blijkt in de wijde omtrek het geval.

Na de inspectie van het eigen bezit ben ik naar boven gegaan, naar de grote eik. Als ik verder loop naar de rivier, maakt de opluchting plaats voor schrik. De beboste helling is opengebroken, hele happen zijn omgewaaid, en het pad ligt bezaaid met stammen. Er is al veel gezaagd, maar er ligt nog voor jaren hout. Nu begrijp ik waarom de taxichauffeur op de weg hier naar toe aanraadde: ,,Nú kopen. Straks wordt het hout duur, want gekapt mag er voorlopig niet meer.''

Vooral de kastanjebosjes, die elkaar altijd stonden te verdringen, zijn met wortel en tak omgekiept. Beneden bij het water zijn de grote populieren omgegaan, de meeste geknakt, maar van sommige is ook de wortelkluit in het natte weiland omhoog gekomen. Een grote boom die de punt van het eiland in de Tardoire markeerde, is over de stroom gevallen. In het gat dat hij heeft achtergelaten heeft de rivier zich een weg geboord, en er zijn nu twee eilanden. Behalve de populieren hebben ook bijna alle sparren die op het eiland waren geplant het loodje gelegd.

Tweehonderd meter stroomafwaarts houdt de ravage op, in een bocht. Alsof de wind er niet bij kon. Gewoon oeverbos, met veel bemoste omgevallen bomen. Ook oude kapplekken op de wanden hebben niet bijzonder te lijden gehad. Maar als de vallei weer naar het westen draait en zich opent, nemen de omgevallen bomen weer toe. Nu liggen er ook eiken langs het pad en in de wei. Bij de brug over de Tardoire heeft een hevige strijd gewoed, en ook de brugleuning is getroffen door een boom.

Als ik het dal weer uitklim op weg naar huis zie ik dat de wind alle maretakken uit de bomen in het hekwerk langs de weg heeft geblazen. De naar het westen gekeerde kop van de boerderijen is met landbouwplastic afgeschoten, en een golfijzeren hangar is opengereten als een sardineblikje. Net goed. Maar de fruitbomen die de wijngaarden beschutten zijn ook allemaal geknakt. De schuur aan de weg, een ruïne vol gaten die ik heb gekocht als barrière tussen mij en het verkeer, heeft het overleefd. En dus ook het onderkomen van de steenuilen. 's Avonds hoor ik er één schetteren voor het huis. Eik en schuur zijn veteranen op een platteland dat steeds meer groentjes teelt.