Uit Zuid-Afrika

HET MAG WEER. Zuid-Afrika ligt goed in de markt en politici scheppen er een eer in om daar gezien te worden. Vorige week reisde een delegatie van vijf fractievoorzitters (PvdA, VVD, D66, CDA en GroenLinks) plus Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven door Zuid-Afrika om van de postapartheidssituatie ter plekke kennis te nemen. Dat is een nuttige bezigheid. Zuid-Afrika is voor Nederland een belangrijk land, emotioneel beladen door de historische banden, de taalverwantschap, de kerkelijke contacten, door de zakelijke belangen en de onevenredig grote invloed die de anti-apartheidsbeweging jarenlang in Nederland heeft gehad. Bovendien heeft zo'n politieke reis een momentum van zichzelf: uit het licht van de camera's van Den Haag Vandaag kunnen de fractieleiders ongedwongen met elkaar van gedachten wisselen over politieke agendapunten van een wat grotere betekenis dan de waan van de dag.

Zo'n bezoek mondt ook onvermijdelijk uit in observaties over de situatie in het gastland. Zuid-Afrika mag dan de apartheid van zich hebben afgeschud, bezig zijn de economie te liberaliseren en een vreedzame overgang naar een pluriforme samenleving doormaken, bepaald florissant is de situatie er niet. Misdaad en geweld zijn alom aanwezig, de sociale en economische vooruitzichten zijn somber, de aidsramp is gigantisch. De geschoktheid van de parlementariërs over wat ze op hun reis ontmoetten, was ongetwijfeld oprecht. De confrontatie ter plaatse met zoveel vormen van menselijke ellende liet ze niet onberoerd.

Toch heeft zo'n geschokte reactie ook iets wereldvreemds. Over het aidsdrama in Afrika is inmiddels veel gepubliceerd – deze krant heeft hieraan vorig jaar bijvoorbeeld indringende reportages gewijd – en iedere ontwikkelingswerker kan vertellen hoe vernietigend aids (plus andere epidemische ziekten) is voor het ontwikkelingsperspectief van Afrika. De Nederlandse parlementariërs ontdekken dat rijkelijk laat en komen niet veel verder dan wat gratuite opmerkingen over hulp.

HETZELFDE GELDT de oproepen om de economie van Zuid-Afrika te helpen zich te ontwikkelen. Daarbij wordt steevast een beroep gedaan op `het bedrijfsleven' om actiever te investeren. Natuurlijk zijn er individuele ondernemers die succesvol zaken doen met Zuid-Afrika. Maar – los van de omslag van boycot naar bevordering van de zakelijke betrekkingen – zo werkt het niet in het bedrijfsleven. Ondernemers kijken naar de zakelijke omgeving – de onveiligheid, de bureaucratie – en hebben overigens wel wat anders aan hun hoofd. De dot.com-revolutie die op het ogenblik door het Westerse bedrijfsleven raast, geeft aan investeringen in politiek sympathiek bevonden ontwikkelingslanden geen prioriteit.

Zo krijgen opmerkingen en aanbevelingen van de parlementaire delegatie een hoog correctheidsgehalte. Ze illustreren onbedoeld ook het gebrek aan werkelijkheidszin van een zestal Nederlandse parlementsleden die zich buiten Den Haag een weekje op missie in de grote wereld begeven.