Column

Supporter

Fräser en De Wolf een rode kaart en onze Jos is na een rondje of wat uitgevallen. In de loop der jaren verandert zo'n sportpagina niet echt. Jos had pech. Materiaalpech. Kan gebeuren. Wij thuis zijn niet zo van de autoracerij. Ik ken gezinnen die de wekker zetten en 's nachts naar een of andere vage zender gaan zitten loeren. Ik heb van de Grand Prix nooit iets begrepen.

,,Alleen al de geur'', zegt de een, terwijl de ander voor de pitsmutsen gaat.

,,Ruiken die vrouwen ook naar Castrol?'', vroeg ik een keer balorig aan een Ferrari-fan en had bijna een ouderwetse dreun te pakken. Het schijnt de sfeer te zijn.

Ze zeggen dat het de zwaarste sport ter wereld is. Eén stuurfout en je bent dood. Zou dat de kick zijn? Trekt het daarom zoveel mensen? Ben je daarom een held? Omdat je elke wedstrijd weer met je leven speelt? Ik vind autoracen zo kinderachtig. Volgens mij houdt het je bezig tot je twaalfde. Dan hang je voetbal- en autofoto's aan de muur en weet je hoe vaak de broer van Schumacher getrouwd geweest is. Je weet zelfs nog met wie. Maar dat houdt toch een keer op. Ik vind het nu al heel erg dat er een hersencel in mijn hoofd de informatie opgeslagen heeft dat Beckham getrouwd is met een ex-Spicegirl. Zonde van de ruimte.

Zelf hard rijden vind ik wel weer leuk. Vorige week mocht ik op de Franse autobaan eventjes tweehonderd. Mijn zoontje trots en mijn vrouw boos. Of ik gek was? Of ik dood wilde? Ik zweeg en begreep in een keer waarom die coureurs altijd alleen in de auto zitten. Hebben ze dat gezeur niet naast zich.