Spanje is angst voor rechts voorbij

De Spaanse premier Aznar boekte dit weekeind een absolute meerderheid. Een harde klap voor links. Spanje werpt de angst voor het Franco-verleden van zich af.

Bij de vorige verkiezingen was de teleurstelling duidelijk af te lezen van het gezicht van José María Aznar toen hij op het balkon van zijn partijkantoor de nipte overwinning op de socialisten vierde. Vier jaar later krijgt Aznar alsnog wat de voorspellingen hem eertijds beloofden: de absolute meerderheid in het parlement.

De voor zijn doen bijna geëmotioneerde partijleider verscheen gisteravond met zijn stralende echtgenote aan de zijde voor zijn jeugdige aanhang, die de straat voor het partijkantoor in een openlucht-discotheek had veranderd. ,,Deze regering wordt een regering voor alle Spanjaarden'', beloofde de partijleider.

De absolute meerderheid is een persoonlijke triomf voor de man die bij vriend en vijand bekend staat als saai en zonder charisma. Met de overwinning evenaart Aznar zijn voormalige socialistische rivaal Felipe González, die ooit in zijn tweede kabinet een vergelijkbare meerderheid wist te behalen. Spanje heeft zijn angst voor rechts verloren, concludeert het conservatieve dagblad Abc tevreden. Door zijn partij duidelijk te positioneren in het politieke centrum heeft Aznar ,,stereotype spookbeelden'' van het Franco-verleden, waarmee de oppositie de kiezers bang probeert te maken, definitief van zich afgeschud, aldus de krant.

Toch zal niet iedereen in Spanje zich even gemakkelijk hebben gevoeld bij de beelden van de feestvierende partij-aanhang. In een zee van Spaanse vlaggen en onder het zingen van ,,Viva España'' werd de Catalaanse leider Jordi Pujol andermaal uitgemaakt voor dwerg die Spaans moet spreken in plaats van Catalaans. De gezichten van de partijleiding van de Catalaanse nationalisten stonden dan ook niet al te vrolijk. De afgelopen veertien jaar was regeren in Spanje niet mogelijk zonder steun vanuit Barcelona. Links en rechts betaalden hiervoor een hoge prijs in de vorm van extra geld en meer bevoegdheden voor de regio. Jordi Pujol verkreeg er de titel `onderkoning van Spanje' door. Dat is nu afgelopen. ,,Het is duidelijk dat wij niet meer doorslaggevend zijn'', concludeerde Pujol droogjes.

Bij de ,,gematigde'' Baskisch-nationalistische partij (PNV) zag men zich in zekere zin van een lastig probleem verlost. De PNV, die dankzij de boycot van de radicale nationalisten van vijf naar zeven zetels groeide, staat met de nieuwe meerderheid niet langer voor de vraag of zij de Partido Popular moet steunen. De verhoudingen tussen beide partijen liggen op het vriespunt nu de PNV blijft optrekken met de politiek ETA-aanhang. Anderzijds lijkt de uitslag de kans op een overleg rond de ETA niet groter te maken.

Ronduit dramatisch ging het er aan toe op het partijkantoor van de socialisten in Madrid. Menig kaderlid kon de tranen niet bedwingen toen secretaris-generaal Joaquín Almunia zijn aftreden bekend maakte. De klap voor de socialisten kon niet harder zijn. De afspraak met de door de communisten overheerste linkse federatie Izquierda Unida (IU) om samen een regering te vormen, bleek allerminst tot de verbeelding te spreken. Een eerste analyse laat zien dat het verlies van de bijna drie miljoen stemmen voor links vrijwel geheel overeen komt met de lagere opkomst. Izquierda Unida, dat eerder had geweigerd om zich terug te trekken uit de provincies waar deze federatie toch geen kans maakt, schrompelde ineen tot de vierde partij.

Zoals de Partido Popular met vier jaar vertraging zijn absolute winst behaalt, zo kregen de socialisten alsnog de rekening ingediend voor het falen van het laatste kabinet onder leiding van Felipe González. Ondanks de stroom van schandalen waarin de socialisten verzeild raakten, slaagde de partij er niet in zichzelf te vernieuwen. Het partijkader bleef rustig zitten waar het zat. Een revolte van de leden leidde tot de keus van José Borrell als lijsttrekker, maar deze werd zo vakkundig afgebrand door de partijleiding dat hij alsnog plaats maakte voor Almunia. En hoewel officieel niet langer als zwaargewicht aanwezig, bleef González als parlementariër nadrukkelijk zijn schaduw werpen over de partij.

Almunia maakte gisteravond geen geheim van de diepe crisis waarin de partij zich thans bevindt. De socialisten moeten zich buigen over een nieuwe boodschap, een nieuw project, een nieuwe leider. En over het lot van Felipe González, die gisteravond opvallend afwezig was bij de politieke rouwdienst van zijn partijgenoten.

De nieuwe regering van Aznar zal vooral een oefening in zelfbeheersing worden. Met de economische wind in de rug en de meerderheid in zowel het Congres als de Senaat vreest menigeen dat de autocratische trekjes binnen de conservatieve partij alsnog de overhand krijgen. Zoals tijdens deze verkiezingen al het geval was bij de manipulatie van televisiezenders die aan de regering geparenteerd zijn. Partijleider Aznar lijkt evenwel te beseffen dat een gematigde toon tot bestendiger resultaten leidt. De aangekondigde herziening van de Vreemdelingenwet zal een van de eerste proeven zijn.