Ruzies kleuren het debat in Roemenië

Onderling gekrakeel kenmerkt het debat binnen de regerende coalitie in Roemenië. Er komen verkiezingen aan. En dus rollen ministers ruziënd over straat.

De abcessen barsten één voor één open. Roemenië stroomt letterlijk over van ellende. Nauwelijks zes weken na de cyanidegolf die de Tisza en de Donau over duizend kilometer vergiftigde, is er nu een golf van zware metalen onderweg van de heuvels van de Karpaten naar de Donaudelta – een traject dat ironisch genoeg vooral buiten de landsgrenzen van het getergde Roemenië ligt en door Hongarije loopt, dat opnieuw moord en brand schreeuwt, door Joegoslavië en door Bulgarije.

De cyanidegolf zaaide eind januari dood en verderf. Wat het effect zal zijn van de zware metalen moet nog worden afgewacht. Hoever ze zullen komen is ook nog niet duidelijk. Waterdeskundigen verwachten dat het koper, de zink en het lood dat bij het laatste ongeluk is vrijgekomen vrij snel naar de bodem zullen zakken. Maar ook zij weten niet wat het effect zal zijn van het smeltwater dat zich op dit moment in het betrokken gebied door de stroompjes en rivieren perst. Het is het jaargetij van de hoge waterstanden. De ongewone hoeveelheid sneeuw dit deze winter in de Karpaten viel maakt het verdere verloop onvoorspelbaar.

Minister Romica Tomescu van Milieu is opnieuw in allerijl naar de getroffen gebied afgereisd. ,,Het valt wel mee'' was zijn eerste reactie, net als zes weken geleden toen de Roemenen pas wakker werden nadat de Hongaren honderden tonnen dode vis uit hun geliefde Tisza hadden gesleept. Van vissterfte lijkt nu nog geen sprake te zijn.

Maar na de eerste `ontkenning' kwam Tomescu al snel met een oorlogsverklaring aan zijn eigen regering. ,,Er zijn minstens 41 mijnen die op een milieugevaarlijke manier opereren. De directies weigeren zich aan de regels te houden en het ministerie van Industrie grijpt niet in'', aldus Tomescu.

Ruzie dus tussen de Roemeense ministers van Milieu en Industrie. Wat overigens nauwelijks opvalt omdat binnen het Roemeense kabinet iedereen met iedereen ruzie schijnt te maken. De recente milieurampen lijken wat dat betreft slechts een illustratie van de algehele malaise die het land in zijn greep houdt.

Wat te denken van een minister van Buitenlandse Zaken, de sociaal-democraat Petre Roman, die zijn partijpolitiek tot ver buiten de landsgrenzen uitvecht. Hij was het immers die de Nederlandse minister van Defensie liet weten dat hij beter niet naar Boekarest kon komen in verband met de onduidelijke positie van zijn eigen voormalige partijgenoot Babiuc, de minister van Defensie – die over Romans initiatief niet eens werd geïnformeerd.

Babiuc heeft inmiddels ontslag genomen maar de politieke honger van Roman lijkt nog niet gestild. Later deze week zal hij de top van de Democratische Partij laten bepalen of zijn sociaal-democraten in de regeringscoalitie moeten blijven. Roman weigert zich voorlopig vast te leggen op afspraken over een aantal hoognodige hervormingen in zijn land.

Het politieke schaakspel van Roman en zijn collega-politici heeft alles te maken met de parlements- en presidentsverkiezingen die later dit jaar in Roemenië worden gehouden. De huidige brede regeringscoalitie onder leiding van de christen democraten zal volgens de opiniepeilingen roemloos ten onder gaan, reden voor Roman om de deur naar de voormalige communisten van ex-president Ion Iliescu alvast op een kier te zetten.

Maar de verkiezingen vormen niet de enige bal die de immer Byzantijns opererende politici in Boekarest in de lucht moeten zien te houden. Nog veel eerder, en veel urgenter, staan de openingsgesprekken met de Europese Unie op het programma. Deze week nog moet de arme premier Mugur Isarescu, die eind vorig jaar van de Centrale Bank gehaald werd om het economische imago van zijn land op te poetsen, een openingsbod doen. Roemenië mag onderhandelingen beginnen over vijf punten die geen enkel kwaad kunnen: onderwijs, onderzoek, vrede, veiligheid en het midden- en kleinbedrijf. En daarmee ligt Roemenië, na Polen het tweede toetredingsland in grootte, ver achter op alle andere kandidaten. Zelfs Bulgarije wordt door Brussel serieuzer genomen.

Maar zelfs een cosmetisch toetredingsproces is voor de Roemenen op dit moment van het grootste belang omdat er dan tenminste Europees geld naar Roemenië zal stromen. En dat is waar de politieke dans van dit moment eigenlijk om draait. Zonder het Europese geld kan geen enkele Roemeense minister de industrie saneren, land teruggeven aan de boeren, het bestaansminimum van ambtenaren in onderwijs en gezondheidzorg garanderen – laat staan de 41 mijnen beveiligen die nu met hun hooggiftige afval tikken als tijdbommen onder Roemenië en grote delen van Oost Europa.