Proces wordt reclame voor Moslimbroeders

In Egypte stonden gisteren weer fundamentalisten terecht. Ditmaal betrof het leden van de middenklasse, en hun verdedigers schoten de aanklacht aan flarden.

De tochtige en naar urine riekende rechtszaal, midden op een desolaat militair terrein buiten Kairo, is net een dierentuin. Alleen vliegen hier de beesten vrij rond, en zitten er mensen in een kooi.

Egypte berecht weer moslim-fundamentalisten. De aanklacht is als altijd `samenzwering met als doel omverwerping van de regering' en `het corrumperen van de samenleving', en weer loopt de zaak bij een militaire rechtbank waartegen geen beroep mogelijk is. Veel doet dan ook denken aan de eerdere militaire tribunalen tegen leden van de Gama'a Islamiyya en Jihad, de gewelddadige fundamentalistische groepen die Egypte de afgelopen twintig jaar opschrikten met aanslagen op politici en bestuurders, seculiere intellectuelen, christenen en toeristen. Ook de Gama'a- en Jihadverdachten zaten in een kooi, terwijl nu, net als toen, door gebroken ruiten en gaten in het dak luid koerende duiven af en aan vliegen, regelmatig poep en veren op de aanwezigen dumpend.

Maar veel ook verschilt, en dat maakt dit proces tot een van de interessantste sinds jaren. Zo staan geen obscure fanatici of gewapende fundamentalisten uit het economisch achterlijke zuiden terecht, maar alom gerespecteerde ingenieurs, artsen, geleerden en advocaten uit de civil society oftewel het maatschappelijk middenveld. Een van de verdachten is hoogleraar in de Delta-stad Munifiyya, en na zijn arrestatie braken op zijn universiteit massale rellen uit.

De twintig verdachten worden beschuldigd van lidmaatschap van de verboden Moslimbroederschap, een in 1928 opgericht genootschap met uitlopers in de hele Arabische wereld dat langs vreedzame weg streeft – of zegt te streven – naar een grotere rol van de islam in de samenleving. De regering ziet in de `broeders' een dekmantel voor terroristische en staatsgevaarlijke groepen. Volgens henzelf zelf zijn ze de moslimvariant van de christen-democraten in Europa, die via wettelijke kanalen de rol van religie in hun samenleving willen vergroten.

De gegoede afkomst van de verdachten is af te zien aan hun familieleden die het proces mogen bijwonen. Geen boeren in lange jurken of hysterisch schreeuwende vrouwen in lange zwarte sluiers, maar sjiek uitgedoste leden uit de hogere middenklasse met diploma's in het buitenland. ,,Dit proces is belachelijk'', zegt ingenieur Ahmed, zoon van een van de verdachten. ,,Mijn vader is een gelovig moslim, maar geen extremist en hij verafschuwt geweld.'' Zijn moeder veegt een traan weg. Ze woont elke zitting bij, want bij een veroordeling zal ze haar man nog slechts eens per half jaar drie minuten mogen zien. Als hij zijn gevangenisstraf overleeft. Want in de bloedhitte met z'n twintigen in een kleine cel, zonder medische zorg, ventilatie of natuurlijk licht en met open toilet, bezwijkt menigeen aan infectieziekten of depressie.

Het kwam eerder voor dat de verdachten bij dit soort politieke processen gerespecteerde burgers zijn in plaats van kansarme geweldenaars. Maar werkelijk geheel nieuw is dat de verdachten een bekwame verdediging krijgen. Voorheen waren dit fundamentalistische advocaten die het proces gebruikten als podium voor hun ideeën, aangemoedigd door schreeuwende verdachten in hun kooi. Ditmaal is de verdediging in handen van de mysterieuze, maar in ieder geval competente topadvocaat Ragaj Attiya. En omdat de bewijsvoering net als bij eerdere processen ,,door de veiligheidsdienst op weg naar de rechtbank in elkaar geflanst lijkt'' – zoals de Cairo Times het uitdrukte – heeft Attiya bijna vrij spel.

Beetje bij beetje schiet hij de aanklacht aan stukken. Volgens de aanklager bespraken de Broeders' op 15 oktober vorig jaar in de Kaireense buitenwijk Ma'adi hoe zij de komende vakbondsverkiezingen met hun `corrumperende ideeën' zouden `infiltreren'. Maar de boeken die waren aangetroffen in het bezit van de verdachten en waarin hun `staatsgevaarlijke ideeën' zouden staan, bleken op iedere hoek van de straat in Kairo te koop. Attiya bewees dat de kroongetuige van de aanklager niet de persoon was voor wie hij zich uitgaf, dat het huiszoekingsbevel het verkeerde huis betrof, en dat de arrestatie plaatshad voor het openbaar ministerie ter plekke was. De veiligheidsdiensten hebben dus belastend materiaal kunnen `planten'. Attiya dwong af dat de geluidsband waarop de verdachten hun plannen zouden bespreken, werd afgespeeld, waarna deze volstrekt onverstaanbaar bleek, en de transcriptie ervan dus niet deugde. Ten slotte liet Attiya tal van vakbondsvoorzitters verklaren dat hun organisaties nooit worden gebruikt voor politieke doeleinden. Hij vond zelfs de zeer gerespecteerde intellectueel en oud-minister Milad Hanna, nota bene een koptische christen, bereid te pleiten voor vrijspraak. Attiya's zegetocht schiep een bij tijd en wijle balorige en bijna surrealistische sfeer in de rechtszaal.

Twee dingen zijn duidelijk. Ten eerste dat dit proces is uitgedraaid op indirecte reclame voor de Moslimbroeders, die anders dan de gewelddadige fundamentalisten altijd al op veel populariteit bij de bevolking kunnen rekenen. ,,Wellicht dat de regering ervan uitging dat wij in onze berichtgeving de aanklagers zouden steunen'', filosofeert een prominente journalist van een staatskrant. ,,Maar wij schrijven op wat we zien, en dat is dat gewone burgers voor een militaire rechtbank geen eerlijk proces krijgen.'' De tweede zekerheid is dat er hoe dan ook een veroordeling volgt. ,,Waarom zijn ze anders voor een militaire rechtbank gedaagd?'' vraagt Muhammed Suleiman, promovendus in het Recht en uit belangstelling aanwezig. ,,Dat doe je om een veroordeling zeker te stellen. Dit is een parodie.''

De uitspraak is begin april.