Omarming teken van berouw

Aan het einde van de mea culpa mis deed de paus zondag zelf een emotionele oproep om niet in oude fouten te vervallen. ,,Nooit meer discriminatie, uitsluiting, onderdrukking, minachting voor de armen.''

Stapje voor stapje, in een donkerpaars boetekleed, schuifelde Johannes Paulus II gisteren naar het bebloede veertiende-eeuwse kruisbeeld dat traditioneel wordt vereerd in een jubeljaar. Stram met zijn 79 jaar, maar met een intense blik in de ogen, omhelsde hij het en drukte een kus op het been. Dit was het symbolische hoogtepunt van het mea culpa, een teken van berouw voor de fouten uit het verleden en een verzoek om vergiffenis.

Nooit eerder heeft een paus op deze manier fouten binnen de katholieke kerk aan de orde gesteld. In 1522 schreef paus Hadrianus VI, de enige Nederlandse paus, openlijk over ,,misstanden'', maar zonder daar vergiffenis voor te vragen. In een theologisch gecompliceerde en moedige stap, deed Johannes Paulus dat wel. ,,Nederig vragen wij om vergeving,'' zei hij.

In zijn preek tijdens de mea culpa mis, met een speciaal hiervoor bedachte liturgie, maakte de paus duidelijk dat deze openbare schuldbekentenis bedoeld is als een gebaar van verzoening naar andersdenkende gelovigen. ,,Wij vergeven en vragen om vergeving,'' zei hij. ,,We vragen om vergeving voor de verdeeldheid die is opgekomen tussen christenen, voor het gebruik van geweld dat sommigen van hen hebben gemaakt in de dienst aan de waarheid, en voor de houding van wantrouwen en vijandigheid die soms is ingenomen tegenover de volgelingen van andere godsdiensten.''

Om te onderstrepen dat dit geen persoonlijke schuldbekentenis is, maar een gebaar dat heel de katholieke kerk aangaat, noemde hij de specifieke zaken waaarvoor de kerk vergiffenis vraagt in samenspraak met toonaangevende kardinalen als Jozef Ratzinger, prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer (de vroegere inquisitie) en kardinaal Roger Etchegaray, voorzitter van de commissie voor het jubeljaar.

Maar aan het einde van de mis deed hij zelf een emotionele oproep in vijf punten. ,,Nooit meer contradicties met de barmhartigheid in de dienst aan de waarheid. Nooit meer gebaren tegen de eenheid van de kerk. Nooit meer beledigingen tegen welk volk dan ook. Nooit meer toevluchten tot de logica van geweld. Nooit meer discriminatie, uitsluiting, onderdrukking, minachting voor de armen en de nederigen.''

Het plechtige mea culpa van gisteren was een samenvatting van wat de paus eerder heeft gezegd over zaken als de holocaust, de inquisitie, de veroordeling van wetenschappers die tegen de leer van de kerk ingingen, de verhouding met andere godsdiensten. Om in het jubeljaar met een schone lei te beginnen aan het derde millennium, heeft de paus nu al deze thema's tezamen aan de orde gesteld.

In een reactie op kritiek dat het mea culpa in te algemene bewoordingen is gesteld, dat er niet wordt gesproken over individuele schuld, zei Johannes Paulus na de mis dat het niet aan hem is om personen te veroordelen. Dat mag en kan alleen God doen, zei hij.

De bewoordingen van gisteren waren minder specifiek dan vorige week op een persconferentie was gesuggereerd. Toen werd gesproken over de inquisitie, de kruistochten, godsdienstoorlogen, ,,het stilzwijgen'' in de relatie met joden. Dit verschil illustreert de bedenkingen binnen het Vaticaan, waar veel kardinalen zich verzetten tegen het idee van een proces tegen het verleden. Het verschil komt voort uit de wens ,,om goed begrepen te worden en te voorkomen dat (het mea culpa) wordt geïnstrumentaliseerd,'' zei kardinaal Poupard, voorzitter van de Pauselijke raad voor de cultuur.