Oekraïeners rouwen om tachtig doden mijnramp

De Oekraïne is in rouw gedompeld na de ernstigste mijnramp sinds mensenheugenis. In een mijn in het uiterste oosten van de Oekraïne vielen zaterdagochtend tachtig doden bij een gasexplosie.

In de mijn van Barakov ontplofte een te hoog opgelopen concentratie methaangas door een vonk of een vlam. Van de slachtoffers stierven de meesten door verbranding of verstikking. Anderen werden bedolven onder instortende gangen. Zeven mijnwerkers werden zwaar gewond maar levend uit de mijn gehaald.

Naar aanleiding van het ongeluk, de ernstigste uit de geschiedenis van de Oekraïense mijnbouw, is twee dagen van nationale rouw afgekondigd.

President Leonid Koetsjma en premier Viktor Joesjtsjenko gelastten buitenlandse reizen af en begaven zich dit weekeinde en vandaag naar Soechodolsk, de stad waar de rampmijn ligt, op zestig kilometer van het regionale centrum Loegansk.

Minister van Energie Sergej Toeloeb uitte zaterdag zware kritiek op ,,onverantwoordelijke'' mijnautoriteiten, die naar zijn zeggen ,,gebrek aan professionalisme'' aan de dag hebben gelegd en hebben nagelaten zich te houden aan ,,elementaire veiligheidsregels''. ,,Veiligheidsmaatregelen worden geschreven met het bloed van de kompels en moeten worden geëerbiedigd'', aldus Toeloeb. ,,Er is sprake van onverantwoordelijk gedrag door zowel de mijnwerkers als het management. Er komt een onderzoek en de schuldigen zullen worden gestraft.''

De mijnbouw in het oosten van de Oekraïne is economisch zeer belangrijk. Alleen al de stad Soechodolsk telt elf mijnen, waarvan de Barakov-mijn, met bijna 1.500 werknemers en een dagproductie van tweeduizend ton kolen, de belangrijkste is. In het verpauperde land ontbreekt het geld echter om de beveiliging in de mijnen op orde te houden. Verouderd materiaal wordt niet vervangen en kapotte onderdelen worden niet hersteld.

Daar komt bij dat de autoriteiten van de mijnen en de mijnwerkers zelf nalatig zijn. De discipline wordt sterk ondergraven door de vertraging bij de uitbetaling van de toch al niet hoge lonen. (Reuters, AFP)