Nieuwe flinkheid

Zijn ze verwend, en pakken ze hun biezen als het ze niet bevalt? Of misschien te gevoelig voor de harde `echte' wereld van het werk, de mannenwereld? Dit zijn de ondertonen in de discussie over de onverwacht grote toestroom van vrouwen in de WAO. Het onverwachte zit niet alleen in die grote aantallen maar ook in de groep die de ziektewet ingaat. Want dat zijn niet die dubbelbelaste eeuwig rennende werkende moeders maar juist jonge vaak alleenstaande vrouwen die het toch niet drukker hebben of zwaarder belast zijn dan hun mannelijke collega's. Zoiets is intrigerend, en ik zou graag beter willen weten waar dat nu precies aan ligt. We weten inmiddels wel iets over de getallen, over wie zich vaker ziek melden, eerder afgekeurd worden en vooral: afgekeurd blijven. Maar wat er zich precies afspeelt blijft vooralsnog onduidelijk.

Niettemin ligt het morele oordeel alweer klaar en wint het van de nieuwsgierigheid: de keuringsartsen zijn te soft jegens vrouwen en moeten harder optreden. En vrouwen gedragen zich verwend, beschouwen werk als luxe, en moeten zich maar aanpassen als ze zo nodig willen werken. Als ze serieus genomen willen worden moeten ze harder worden, zich beter leren weren, terugmeppen en eelt ontwikkelen. Flinker worden om volwaardig mee te kunnen doen in de echte wereld. Worden zoals mannen: die werken ook door als ze het niet leuk vinden. Sterker nog: die stellen zich die vraag niet eens.

Dit geluid lijkt de laatste tijd sterker te worden en dat stemt me niet vrolijk. Want die nieuwe flinkheid heeft gevaarlijke kanten, zoals elke arts en psychotherapeut omstandig kan uitleggen. Flink zijn kan mensen behoorlijk de das omdoen, het maar doorgaan, niet zeuren, de duimschroeven nog even aandraaien. Een interview met Sonja van Zweden over burn out in het laatste nummer van Opzij (maart 2000) doet je de schellen van de ogen vallen. Ze wijst op het gevaar van het negeren van symptomen, van het voorbijgaan aan gevoelens van malaise en ongerief, die houding van doorzetten, tanden op elkaar, met veronachtzaming van tekenen van overbelasting. De muisarm is natuurlijk een prachtig voorbeeld van de manier waarop het lichaam zich verzet tegen verdergaand verkeerd gebruik van onderdelen. Het enge is dat mensen een tijdlang gevoelloos kunnen worden voor pijn, zich op kunnen werken tot langer, meer en hoger en niet meer voelen hoe moe ze zijn of wat er trekt en piept in het lichaam. Niemand zal zo slordig met zijn auto omgaan als sommige mensen met zichzelf.

Voor hoeveel mensen dit geldt die in de WAO belanden weet ik niet. De drie verhalen bij een artikel over steeds meer vrouwen in de WAO in deze krant (26 februari 2000, met als kop `Presteren als een man') gaan in elk geval niet over vrouwen die met een verwende zwaai het bijltje erbij neer gooiden zodra het werk ze niet meer beviel. Het verhaal van de muisarm (vrouw van 34) gaat over hoge werkdruk, chronische deadline stress, lange werkdagen, over een werkcultuur die erg mannelijk is, prestatiegericht. Maar ook de stoelen waren op maat van mannen, dus ook fysiek moest ze zich forceren. Haar baas had weinig oor voor haar problemen, en dan volgt het verhaal de vaste route van afknappen, afgekeurd worden, in de WAO belanden, en daar graag weer uit willen. Het verhaal van de knie (27 jaar) gaat over een meisje uit een provinciestadje dat niet goed kan aarden in de grote stad, struikelt in haar opleiding, gaat werken, met grote inzet, maar daar gepasseerd wordt door een nieuwe jongen, afknapt, haar knie scheurt, in de ziektewet belandt en daar niet meer uit is gekomen. Het derde verhaal (verpleegkundige, depri, 32) gaat weer over jarenlange hoge werkdruk, gepasseerd worden, neerslachtigheid, klachten die niet serieus worden genomen, en dan ziek worden, gevolgd door een snelle en totale afkeuring. Dit zijn natuurlijk maar drie verhalen, maar ze gaan meer over gebrek aan aandacht voor problemen dan over verwendheid en verweking. Ik vrees dat de combinatie van oud calvinisme en nieuwe arbeidsdruk een gevaarlijk mengsel kan vormen als mensen daardoor nog minder stilstaan bij wat hen beweegt en vooral wat hen verlamt. Dat is slecht voor het geluk. En voor de volksgezondheid.