MIKE STERN

Het omfloerste en afstandelijke geluid van de via Miles Davis opgeklommen gitarist Mike Stern is vooral in fusionkringen populair. Op Play, geheel gevuld met eigen stukken, gaat hij echter zo recht door zee dat ook jazzfans er genoegen aan zullen beleven. Voor gitaarfreaks is deze plaat verplichte kost omdat Stern (1953) zich hier afwisselend meet met twee befaamde generatie-genoten, John Scofield en Bill Frisell.

Met de aards spelende Scofield, eveneens ex-Miles Davis, zoekt Stern het niet ver: Small World is een dansante bluesy shuffle en het thema van Outta Town zou ook door een bebopper uit de jaren '50 kunnen zijn bedacht.

Met de zuiniger Bill Frisell, zijn geluid is uit duizenden herkenbaar, doet ook Stern een stapje terug. Blue Tone verplaatst zich daardoor als een wolk bij windstilte. En als Frisell de blues speelt dan klinkt het Frizz.

Dat Stern zijn composities graag strak in de hand houdt blijkt het sterkst in All Heart. In echte jazz moeten saxofonisten altijd improviseren maar de rol van Bob Malach in dit fraaie, wat jankerige liedje gaat niet verder dan het spelen van een tweede stem. De afwisselend ingezette drummers Ben Perowsky en Dennis Chambers functioneren zo goed dat je ze soms nauwelijks hoort. De enige die meespeelt in alle stukken, bassist Lincoln Goines, maakt ook deel uit van het kwartet waarmee Stern op 14/3 optreedt in de Melkweg in Amsterdam.

Mike Stern: Play (Atlantic 7567-83219). Distr. Warner.