Een podium voor tussengebieden

Rutger Wolfson, de nieuwe directeur van de Middelburgse kunstinstelling De Vleeshal, wil de traditie van experiment voortzetten. Maar het gaat nu om andere dingen dan vroeger. ,,Ik wil het op beeldende kunst georiënteerde perspectief loslaten'', zegt hij.

Rutger Wolfson ziet het al helemaal voor zich: het marktplein van Middelburg vol met jongeren die uit hun dak gaan tijdens een muziekshow van kunstenaar Geert Mul en dj Speedy J. Toeristen die vanaf campings uit de wijde omtrek naar het centrum van de Zeeuwse stad trekken om de dansmuziek te beluisteren en de videobeelden te bekijken. En de muziekzender TMF die erbij zal zijn om verslag te doen van het evenement. De kersverse directeur van De Vleeshal heeft grootse plannen voor het tentoonstellingsprogramma van de Middelburgse kunstinstelling: niet alleen beeldend kunstenaars moeten er werk kunnen presenteren, maar bijvoorbeeld ook muzikanten, regisseurs, architecten en mode-ontwerpers.

Wolfson, met zijn 30 jaar een van de jongste museumdirecteuren van Nederland, begon zijn carrière als stagiair bij het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With. Na zijn studie Kunst- en Cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit ging hij als curator bij Witte de With aan de slag. In februari trad Wolfson aan als opvolger van Lex ter Braak, de directeur die de Vleeshal een goede reputatie gaf met een sterk programma van jonge internationale kunstenaars.

De nieuwe directeur zwart colbert, adidasgympen en bakkebaarden - is niet bang voor een radicale breuk met het beleid van zijn voorganger. ,,De Vleeshal heeft al jaren een traditie van experiment. Die voorhoedepositie wil ik alleen maar verder uitbouwen. Lex ter Braak heeft geëxperimenteerd binnen het discours van de late jaren tachtig, waarbij alle kunstenaars die in de Vleeshal exposeerden een dialoog aangingen met de ruimte. Dat paste toen binnen het tijdsbeeld, maar in mijn ogen zijn er nu andere dingen aan de hand.''

Wolfsons affiniteit ligt bij de muziek. Als drummer speelde hij in verschillende bandjes en samen met andere muzikanten en kunstenaars maakt hij geluidswerken. Afgelopen zomer werkte Wolfson met de Britse kunstenaar Craigie Horsfield in het Württembergischer Kunstverein in Stuttgart aan een zeven uur durend muziekstuk, een mix van ambient en metal.

,,Dat muziekproject is een voorbeeld van de richting die ik met de Vleeshal wil inslaan'', zegt Wolfson. ,,Ik wil het op beeldende kunst georiënteerde perspectief loslaten en afgaan op de ideeën die in disciplines als muziek, mode en architectuur omgaan. Juist omdat ik op verschillende terreinen gewerkt heb, zie ik de beperkingen van de manier waarop er in musea wordt omgegaan met kunstenaars die bijvoorbeeld met muziek werken. Bij een tentoonstelling van Mike Kelley ligt er dan een platenhoesje in een vitrine. Terwijl zijn band, Destroy all Monsters, heel serieuze muziek maakt. De kunstwereld heeft last van koudwatervrees. Dat is de afgelopen jaren heel duidelijk geworden in de houding die musea ten opzichte van nieuwe media innamen. Er was geen museum dat daar op een zinnige manier mee om wist te gaan.''

Wolfson is het eens met critici die beweren dat het instituut museum een failliet model is. ,,Kleinere instituten als de Vleeshal en De Appel in Amsterdam hebben al jaren geleden de taak overgenomen om avantgardistische kunst te tonen. En een instelling als Witte de With is in het buitenland bekender dan het Stedelijk Museum. Het zijn plekken waar echt met kunstenaars samengewerkt wordt. Vroeger was het duidelijk: je kocht als museum een schilderij en hing het op. Maar tegenwoordig wordt er kunst gemaakt die helemaal niet in een museum gepresenteerd kan worden. Plekken als de Vleeshal hebben wel de flexibiliteit om met nieuwe ontwikkelingen om te gaan.''

Het versmelten van de verschillende disciplines vindt Wolfson de interessantste ontwikkeling in de hedendaagse cultuur. ,,Ik wil in de Vleeshal een podium bieden voor de tussengebieden die door iedereen verkend maar door niemand geclaimd kunnen worden. De Vleeshal moet een soort produktiehuis worden, waar projecten speciaal voor die ruimte ontwikkeld worden. Dat hoeven niet alleen projecten van beeldend kunstenaars te zijn. Je kunt ook studenten van de Antwerpse mode-academie uitnodigen. Ik zou graag eens samenwerken met Spike Jonze, een filmer die prachtige videoclips heeft gemaakt voor bands als de Beastie Boys en Fatboy Slim. Ga eens op de Rijksakademie kijken en je zult zien dat al die video's met blote lichamen en dagboekfragmenten flut zijn vergeleken bij de clips van regisseurs als Chris Cunningham of Spike Jonze. Zij beheersen de taal van het medium.''

Het presenteren van beeldende kunst in combinatie met mode, design of popcultuur is niet helemaal nieuw binnen de museumwereld. Museumdirecteuren als Frans Haks van het Groninger Museum en Sjarel Ex van het Centraal Museum gingen Wolfson daarin voor. ,,Haks begon al in de jaren tachtig met het kopen van de modefotos van Inez van Lamsweerde. Dat vind ik fantastisch. Zo zat ik gisteren Artforum te lezen en vond ik de advertenties van de merken Jill Sander en Prada eigenlijk interessanter dan de rest van het tijdschrift. Maar ik ben het niet eens met Haks ideeën over kunst dat alles aan elkaar gelijk is. Je kunt de Mona Lisa niet vergelijken met een pakje boter, en dat was wel de uiterste consequentie van zijn manier van denken.

,,Het is jammer dat Haks en Ex binnen de kunstwereld vaak worden gezien als populisten, als mensen die alleen aan kijkcijfers of spektakel denken. Ik vind het een rare misvatting dat kwalitatieve, inhoudelijke kunst niet spectaculair zou mogen zijn. Een andere grote misvatting die ik vaak hoor is dat de overdaad aan beelden in onze maatschappij en het bijbehorende zappende kijkgedrag iets negatiefs is. Ik heb nog nooit overtuigende argumenten gehoord waarom zappen slecht of oppervlakkig is. De wereld verandert, en als je je met kunst bezighoudt kun je niet om dit soort maatschappelijke tendensen heen. Je kan best op een diepzinnige manier met oppervlakkigheid bezig zijn. Iemand als Rem Koolhaas gaat daar op een goede manier mee om. Hij zag dat mensen het grootste deel van hun vrije tijd winkelend doorbrachten en ging het fenomeen `shopping' analyseren. Lifestyle is momenteel in. Heb je Glamorama van Bret Easton Ellis gelezen? De beste zin uit dat boek luidt: `I have only three words for you, my man: Prada Prada Prada.''

De programmering van Rutger Wolfson begint met tentoonstellingen van Folkert de Jong (vanaf 26 maart), Krijn de Koning (vanaf 28 mei) en Geert Mul (vanaf 30 juli). De Vleeshal, Zusterstraat 7 en Markt, Middelburg. Di t/m zo 13-17u.