De krant op zondag

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) verplichtte de NOS vorig jaar de gegevens van televisieprogramma's vrij te geven. Die uitspraak kwam voor De krant op zondag te laat. In 1992 verbood het gerechtshof dat blad televisie-overzichten te publiceren. Dat betekende het begin van het einde van de zondagskrant.

Nieuws gaat het hele weekend door. Toch slaan dagbladen de zevende dag over. Onzin, vonden de oprichters van De krant op zondag tien jaar geleden. Ze namen de gok en zetten, als eerste nieuwkomer sinds 1946, een landelijke zondagskrant in de markt. Een krant met veel onderzoeksjournalistiek moest het worden, naar Angelsaksisch model.

Toenmalig Nieuwe Revu-verslaggever Pieter Storms was de man achter het initiatief. Hij vond geldschieters, onder wie zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen, en strikte Elsevier-journalist René de Bok als hoofdredacteur. Op zondagochtend 14 oktober 1990 kon in een Amsterdams café het eerste product worden getoond. Animo was er wel. Van het allereerste nummer werden er 70.000 verkocht. Rond de eerste verjaardag van de zondagskrant was de betaalde oplage gestabiliseerd rond de 100.000, waarvan 85.000 abonnees.

Gezien de problemen waarmee het blad in het eerste jaar kampte, was dat een enorme score. Vooral in de randstad was de distributie in de begintijd een crime. Pieter Storms weet dat aan de mentaliteit van de krantenbezorgers in de grote steden, die zich wat vaker bleken te verslapen dan die in het noorden of oosten van het land.

Daarnaast was de Nederlandse Dagblad Pers (NDP), waarbij alle dagbladen in Nederland zijn aangesloten, niet gediend van de zondagskrant. De NDP adviseerde de leden advertenties van de zondagskrant te weigeren. Het ministerie van Economische Zaken verklaarde dat advies in strijd met bepalingen over kartelvorming.

Maar er lag nog een kartel in de weg: dat van de omroepen. De zondagskrant publiceerde begin 1992 televisiegegevens en ging daarmee in tegen het monopolie van de omroepverenigingen. Het Amsterdamse gerechtshof oordeelde dat de krant daarmee moest stoppen. Die beslissing op zich was vervelend, maar echt problematisch was de verhouding met een potentiële geldschieter die financiering had laten afhangen van het vonnis.

Vanaf dat moment gleed de positie van de krant in snel tempo omlaag. De eerste tien maanden van het bestaan hadden al 19 miljoen gulden gekost. In het vroege voorjaar van 1992 was het startkapitaal op, ondanks tussentijdse injecties van beleggers en het Bedrijfsfonds voor de Pers. De kosten voor marketing en distributie waren torenhoog en het abonneebestand bleef steken.

Ook inhoudelijk kwam de krant niet uit de verf: onthullingen deed de krant nauwelijks. Hoofdredacteur De Bok sprak later zelf van ,,vlakke stukken en vage koppen''. Half mei 1992 rolde de laatste Krant op zondag van de persen. Ondanks pogingen van weekblad HP/De Tijd om de fakkel over te nemen, bleef de Nederlandse krantenlezer sindsdien verstoken van gedrukt nieuws op zondag.