De kleine, grote dame

Op het eerste gezicht is ze kwetsbaar. Klein en fijn, onschuldig en verlegen. Maar zodra je haar de kans hebt gegeven meer van zichzelf te tonen, blijkt ze sterk en evenwichtig. Ontdaan van haar masker richt ze dan haar stralende ogen op je en blijkt ze veel steviger dan het fragiele wezentje waarvoor je haar altijd hebt gehouden. Een vrouw van 28 jaar die op de judomat heeft geleerd dat vluchten voor het onbekende weinig zin heeft. Door judo heeft ze geleerd dat stoeien verhelderend werkt en elkaar aanraken aangenamer is dan elkaar vermijden.

Jessica Gal is meer dan zomaar een judokampioene, die tien nationale en vier Europese titels veroverde en viermaal derde van de wereld was. Ze is grootser dan de feeks die vijandige vrouwen uit Mongolië of de Oeral op de mat met armklemmen en verwurgingen tot overgave dwingt. Ze is de kleine, grote dame van het Nederlandse judo, misschien al wel van de Nederlandse sport. Een vrouw met inzicht en verstand, die wil weten waarom ze lichaam en geest in dienst van de sport stelt. Het begrip `Waarom' staat bij haar in hoog aanzien.

De basisstudie medicijnen heeft ze bijna afgerond. Dan kan ze zich richten op de opleiding voor sportarts. Maar eerst gooit ze zich met haar hele ziel en zaligheid op het olympisch judotoernooi in Sydney, komend najaar. Want na de teleurstelling van de Spelen in Seoul, het verdriet van de Spelen in Barcelona en de pijn van de Spelen in Atlanta, dient toch eindelijk een medaille gewonnen te worden. Het zou een beloning zijn voor haar inzet, maar vooral voor haar ouders die jarenlang hebben meegeleefd zonder ook maar enige druk op haar uit te oefenen – en dat is zeldzaam in deze tijd van sportverdwaasde ouders.

Het gezin Gal is gek van sport – al weet ik het niet zeker van vader Gal. Haar moeder is Amerikaanse. Een vrouw die niet beter weet dan dat kinderen aan sport behoren te doen zonder van hen wereldrecords te verlangen. Haar vader is een Hongaar die in Roemenië werd geboren, in Boedapest heeft gewoond, in Parijs leefde en in de Verenigde Staten zijn huidige vrouw ontmoette. Een man die zich verdiept in mensen. Dan is er Jennie, oudere zus van Jessica, als verlegen tiener uit pedagogische overwegingen op judo gestuurd, als judotalent voorbijgestreefd door haar assertieve zusje, bevriend met een Italiaanse judoka en woonachtig in Rome. Dan is er een zoon, Jonathan, ook met een J, maar geen judoka met een hoofdletter – een Gal met andere talenten.

Jessica als rolmodel? Voor haar hoeft het niet. Dan toch liever op bescheiden wijze haar ervaring, inzicht en verstand aanwenden om de sport van dienst te zijn. Anton Geesink, voortdurend begaan met sporters die echt over sport nadenken, heeft verkondigd dat zij een spoedcursus besturen bij de judobond zou moeten volgen om te worden ingewijd in de sportambtenarij. Sportmensen als Gal zijn volgens het IOC-lid nodig om het `bobo-gehalte' van enig inzicht in de sportbeoefening te voorzien. Vooral zonder commerciële belangen, zoals bijvoorbeeld de omstreden oud-voorzitter NOC*NSF Huibregtsen wilde.

Jessica Gal wil graag een bobo worden. Daarom zal haar ster snel moeten rijzen, met of zonder olympische medaille. Eens wordt ze wat mij betreft lid van het IOC, nota bene als tweede met een judo-achtergrond. Eens krijgt zij de waardering voor haar inzicht in sport. Een vrouw uit een sport met een hoog pedagogisch gehalte. Een vrouw die in judo heeft geleerd sport te bewandelen op een zachte weg.