Buitenlanders squashen in lege Arena

Soms belandde een balletje ergens bij de middenstip. Zwolle werd in de ijzig lege Amsterdamse Arena squashkampioen van Nederland.

In het Nederlandse voetbal hebben sommige ploegen meer buitenlanders dan Nederlanders op het veld staan. Maar het kan nog erger. DKPT IT/Zwolle werd gisteren in Amsterdam Nederlands squashkampioen zonder Nederlandse inbreng. De winnende ploeg bestond in de finale uit een Belg, een Welshman, een Australiër en een Zuid-Afrikaan. ,,Dat slaat toch nergens op'', vond Lucas Buit.

Buit, veelvoudig nationaal kampioen, pleit ervoor dat elke ploeg in de competitie minstens één Nederlander in de gelederen moet hebben. Hij stond zelf bij verliezend finalist Weert op de vierde en laatste positie opgesteld. Maar als de Brabantse ploeg met zijn sterkste formatie had gespeeld, was ook Buit op de reservebank beland. De Nederlander rechtvaardigde zijn uitverkiezing door in de openingspartij van de finale Glenn Whittaker uit Zuid-Afrika in drie games te verslaan. Daarna lieten de drie buitenlandse ploeggenoten van Buit het afweten en verloor Weert met 3-2.

Het probleem is dat Nederland internationaal weinig goede squashers heeft. De Brabander Tommy Berden is met zijn zestigste plaats de hoogste Nederlander op de wereldranglijst, daarna komt Gabor Marges pas als 149ste. Dus halen de clubs voor de competitie hun spelers uit het buitenland. De toppers komen graag naar het gezellige Nederland om tussen hun andere bezigheden door voor een leuke vergoeding even een partij te spelen. Soms zorgen die bliksembezoekjes voor vreemde situaties. Zo miste de Australiër John White, de nummer acht van de wereld, zaterdag de halve finale van Weert tegen het Haagse HSRC, omdat hij zich 's ochtends in Dublin had verslapen en het vliegtuig miste. Zijn club haalde desondanks de eindstrijd.

Als de buitenlandse toppers niet beschikbaar zijn of de tegenstander niet al te sterk wordt geacht, zetten de meeste clubs wel Nederlanders in. In totaal kwamen in de reguliere competitie veertien Nederlandse spelers in actie, net zo veel als Australiërs. Er deden afgelopen seizoen squashers van liefst veertien verschillende nationaliteiten mee in de mannen-eredivisie. Buit vindt dat de Nederlandse spelers ook in de belangrijke wedstrijden moeten worden ingezet. ,,Anders leren ze niet onder druk spelen'', zegt de veteraan. De squashbond (SBN) overweegt nog geen regelwijziging om zodoende ruimte te maken voor Nederlanders. ,,Ze moeten het sportief afdwingen'', vindt bondsdirecteur Marc Ghering. ,,Als Lucas Buit de andere Nederlanders steeds met 3-0 verslaat, is het ook weer niet goed.''

Eigenlijk zou Nederland gezien het aantal beoefenaars – 535.000 mensen squashen minstens één keer in de week – een topspeler moeten kunnen voortbrengen. White, die al geruime tijd in Scheveningen woont, denkt dat het misschien aan de mentaliteit ligt. ,,Ik was als jeugdig talent altijd bij toernooien en wedstrijden te vinden. Daar hoopte ik van de toppers te kunnen leren. Maar ik kom in Nederland bijna nooit een jeugdspeler tegen. En ik zou best een balletje tegen ze willen slaan en ze wat tips willen geven.''

Bij de vrouwen staat Nederlands kampioene Vanessa Atkinson sinds kort elfde op de wereldranglijst. Nog nooit stond een Nederlander in de top-10. Babette Hoogendoorn stond in het verleden ooit elfde. De huidige coördinator van de SBN voorspelt Atkinson een plaats in de top-5. Atkinson werd gisteren met Dickeysquash landskampioen bij de vrouwen. Haar aanstaande echtgenoot, de nummer 21 van de wereld Billy Haddrell uit Australië, is gezien de reglementen – hij woont dan vijf jaar in Den Haag – vanaf volgend jaar gerechtigd tijdens landenwedstrijden voor Nederland uit te komen. Beide partijen, de speler en de bond, hebben daar wel oren naar. ,,Kijk maar eens wat voor een belangstelling badminton krijgt door de Indonesische Audina'', stelt Ghering.

Zonder een topper in de gelederen moet de squashbond proberen op een andere manier de aandacht te trekken. Daarom zocht men voor de play-offs een bijzondere locatie uit. In de Amsterdam Arena werd in de gracht achter een van de doelen een glazen baan neergezet. Het zorgde voor de spelers voor lastige omstandigheden. Het dak van de Arena was weliswaar dicht, maar het zonnelicht scheen er wel doorheen, zodat de bal soms niet goed te zien bleek te zijn. Het was beter geweest om in de avonduren te spelen.

Ook was het ijzig koud in het voetbalstadion, dat met 300 toeschouwers op de tribune nooit eerder in zijn bestaan zo leeg bleef tijdens een evenement. De finale duurde bijna zes uur en de spelers zaten in dikke jassen langs de kant op hun beurt te wachten. Ondanks de handicaps vonden de meeste squashers het toch een belevenis om in de Arena te mogen spelen. ,,Dan neem je het op de koop toe als je de bal een keer kwijt bent en knullig misslaat'', zei Lucas Buit. ,,Onwijs gaaf'', vond Vanessa Atkinson de locatie. ,,Ik hou helemaal niet van voetbal en daarom wist ik niet dat dit stadion zó mooi is.'' Zwolle-speler Joe Kneipp, een Australiër: ,,Ik kijk op televisie altijd naar Ajax. Het is heel bijzonder om op deze plek kampioen te worden.''

Graag waren de squashers in navolging van de voetballers gisteren ook nog even het veld in de Arena opgestapt, maar de zo kwetsbare grasmat was, zo werd heel duidelijk gemaakt, verboden terrein. Alleen op de momenten dat het squashballetje uit de baan werd geslagen en in de buurt van de middenlijn belandde, knepen de suppoosten even een oogje dicht.