Boetekleed

PAUS JOHANNES PAULUS II heeft de vastentijd in het Jubeljaar 2000 uitgekozen om boete te doen voor de zonden die rooms-katholieken de afgelopen millennia op hun geweten hebben. De zeven zonden (een bijbels getal) waarvoor de paus gisteren in de Sint-Pieter vergiffenis heeft gevraagd, bestrijken een ongemeen breed spectrum van de kerkgeschiedenis. Zijn verzoek om vergiffenis heeft niet alleen betrekking op het algemene feit dat katholieken eveneens ,,zondaars'' zijn, maar ook op concrete handelingen: zoals de schisma's binnen het christendom, de gewelddadige evangelisatie van ketters tijdens de Inquisitie, de houding jegens de joden, het uitsluiten van vrouwen en etnische minderheden, de schending van de rechten van de mens en het algemene gebrek aan respect voor liefde en vrede. Alleen door deze ,,zuivering van het geweten'' kan de Lijdensweek een nieuwe dimensie krijgen.

De paus is bij zijn boetedoening niet over één nacht ijs gegaan. Een speciale commissie, onder leiding van de Duitse kardinaal Ratzinger, had de openlijke boetedoening voorbereid met het document Herinnering en verzoening waarin de geschiedenis én de interpretatie ervan uitvoerig waren uitgewerkt. Zoals gebruikelijk in een instituut, dat pretendeert dé waarheid te kennen, moet de tekst tussen de regels worden doorgelezen. Zo heeft de paus geen boete gedaan voor de zonden van de kerk maar alleen voor daden van haar ,,kinderen''. Sinds de 19de eeuw is de paus immers ,,onfeilbaar''. Over de rol van zijn voorganger Pius XII bijvoorbeeld, die tijdens de Tweede Wereldoorlog over de jodenvervolging zweeg, kon hij kennelijk niet explicieter worden.

DE WIJZE WAAROP de paus deze onfeilbaarheid gisteren ex-cathedra heeft opgerekt, gaat niettemin verder dan ooit. Tot nu toe deed het Vaticaan alsof het alle wijsheid in pacht had. Sinds gisteren staat de paus echter aan het hoofd van een machtscentrum dat als instituut niet ter discussie gesteld mag worden maar intussen wel wordt bevolkt door falende mensen. Dat schept een precedent met nog ongekende consequenties. Onder meer voor vrouwen, die door het mannenbolwerk tot nu toe over het hoofd zijn gezien maar intussen wel het parochiale werk dragen.

Desondanks is niet iedereen tevreden met de boetedoening. Er is met name kritiek op de halfslachtige schuldbelijdenis over de antisemitische praktijk van de kerk. Bij zijn bezoek aan Israel moet binnenkort blijken of de paus deze dubbelzinnige formuleringen ook in de politieke praktijk zal handhaven. Bovenal wordt Johannes Paulus II echter verweten dat hij alleen maar terugkijkt in de geschiedenis en zijn handen niet wil branden aan de vragen van de 21ste eeuw. Overbevolking en aids bijvoorbeeld zouden nopen tot een rationelere benadering van anticonceptie. Daartoe is de kerk nog altijd niet bereid, hoewel dat toch problemen zijn die de belangen van de katholieke geloofsgemeenschap nadrukkelijk overschrijden. Hetzelfde geldt, in een tijd waarin godsdienstoorlogen aan de orde van de dag zijn, voor een oecumene die zich niet tot het christendom beperkt.

Tijdens zijn pontificaat heeft de paus het Vaticaan met succes uit het isolement gehaald waarin het in de jaren zestig en zeventig was verzeild geraakt. Zijn boetedoening van gisteren is de voorlopige climax van dit interne proces. Maar als het hierbij blijft, dan zal de ambitie van de paus om ook de niet-christenen buiten de kerk te inspireren slechts papieren waarde houden.