WERKEN AAN JE EIGEN KARWEI

Met zijn blauwe overall en gitzwarte handen valt VMBO-scholier Mathijs van Woudenberg (18) niet op temidden van zijn `collega's' in de werkplaats van familiebedrijf Nellen Constructies in Wijk bij Duurstede. Mathijs heeft de richting metaalbewerking gekozen en loopt dit laatste schooljaar één dag per week stage. En dat is nieuw, want op het VMBO (Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs, de nieuwe combinatie van het oude VBO en MAVO) gaan leerlingen doorgaans slechts een weekje op snuffelstage, net als op het oude VBO. Het project is met name bedoeld voor zwakke leerlingen en mogelijke drop-outs en moet de aansluiting tussen met de vervolg-beroepsopleiding verbeteren. En vallen ze onverhoopt uit op school dan houden ze er wellicht toch een baan aan over.

Temidden van het lawaai van lasapparaten en van staal dat op staal klettert werkt Mathijs onverstoorbaar door aan `zijn' karwei: een onderdeel voor een groot kunstwerk. Samen met zijn collega-voor-één-dag buigt hij op de rollerbuigbaan een stuk ijzer van twee meter lang in de juiste rondingen. Mathijs kijkt, knikt, meet en loopt mee tussen de verschillende machines die gebruikt worden. Even later komt hij het kleine kantoortje binnen, omgekleed en met schone handen. ``Een kop thee, jongen?'' moedert Tinie Nellen. Mathijs knikt en gaat zitten. Hij heeft het ``hartstikke'' naar zijn zin op zijn werkplek, vertelt hij. ``Ik dacht: ik ga er heen en aan het einde van de dag ga ik weer naar huis en tussendoor zie ik wel, maar het is hier hartstikke leuk. Het is hier heel anders dan op school waar je alleen kleine werkstukjes kan maken. Je krijgt meer gevoel voor het vak.'' Mathijs wil door in de metaal. De familie Nellen wil hem in ieder geval graag houden en heeft hem al een contractje voor vijfentwintig uur per maand aangeboden.

Het stageproject startte drie jaar geleden in Utrecht. Het opleidingsfonds van de metaalbranche (O+A, Stichting Opleiding en Arbeidsmarkt in de Metaal en Elektrotechnische Industrie) stelde subsidie ter beschikking om met name zwakke leerlingen in te laten stromen in de metaalbranche, die met een nijpend tekort aan arbeidskrachten kampt. Het particulier opleidingsinstituut Intop Bedrijfsopleidingen uit Woerden diende het stageproject in en nam, na de goedkeuring door het opleidingsfonds, de coördinatie van het project op zich. Intop bracht drie middelbare scholen en de bedrijfsschool AVAL (vakopleidingsinstituut gefinancierd door metaalbedrijven) samen. Met subsidie van de gemeente en de provincie konden de afgelopen twee jaar zestig - veelal allochtone - leerlingen stage lopen bij AVAL. Een derde van hen is doorgestroomd naar de beroepsopleiding.

Dit schooljaar nam Intop het initiatief om ook het opleidingsfonds van de kleinmetaal (OOM) te benaderen voor een soortgelijk project in de regio. Met succes. Intop vond zowel het fonds als drie middelbare scholen en een kleine twintig metaalbedrijven bereid om mee te doen. ``Vanuit praktisch oogpunt hebben we gekozen voor een opleiding bij bedrijven in de buurt'', legt Intop-directeur Cor Touw uit. ``De jongens wonen te ver van Utrecht om naar AVAL te gaan.'' Een speciaal daarvoor aangestelde trainer van Intop begeleidt de 21 jongens en één meisje op de werkvloer.

Eén van de scholen die meedoet aan het project is het Cals College in IJsselstein. ``Wij zijn erg enthousiast," vertelt Rob Veerkamp van het Cals College. ``Met je onderwijshart zeg je meteen `ja' tegen zo'n project, want het geeft de leerlingen een extra kans'', vindt hij. ``Ze proeven aan wat het is om in een metaalbedrijf te werken en kunnen zo een betere keuze maken. Bovendien maken ze kennis met arbeidsethos en leren ze vaardigheden die ze op het nieuwe VMBO en later op een vervolgopleiding hard nodig hebben, zoals leren plannen, informatie verzamelen en zelfstandig werken.''

De grootste zorg van Veerkamp was of de leerlingen hun examen wel zouden halen. Die angst is inmiddels weggenomen. Intop-begeleider Jan Ranzijn (zelf voormalig leraar techniek op het VBO) gaat elke week bij alle stagiaires langs om te zien hoe het gaat en te controleren of de leerling wel werk op niveau krijgt. Al zijn bevindingen bespreekt hij met de vakdocenten van de middelbare scholen. Eventuele hiaten in de praktische vaardigheden worden op school ingehaald. Veerkamp: ``Wij roosteren de jongens vijf uur uit. Drie uur leveren ze van hun vrije tijd in. Die vijf uur kan de vakdocent besteden aan individuele begeleiding van de leerlingen. Dat werkt uitstekend.'' Overigens stelt iedere school hiervoor zijn eigen regels op. Er zijn scholen die de stage geheel inroosteren en er zijn er die vinden dat dit in de vrije tijd van de leerling moet gebeuren. Ook het verplichte karakter dat de stage op het Cals College heeft, vindt niet overal navolging. Zo doet op het Schoonoord College in Zeist de fijnmechanische techniek niet mee. ``De directeuren zijn altijd erg vóór dit project, merk ik'', vertelt Touw, ``maar zij moeten de docenten meekrijgen. En dat blijkt niet altijd even makkelijk. Sommigen zijn, begrijpelijk, toch bang iets uit handen te geven.''

Voor het Cals College overtreft het project de verwachtingen, vertelt Chris Voogd, schoolleider jaar vier. ``Dit zijn jongens die al vanaf de basisschool onderaan de ladder staan en nu, in de praktijk, het voor het eerst goed doen. Die jongens glunderen als ze vertellen op wat voor mooie draaibanken ze hebben gewerkt. Ik hoor geregeld dat ze er in de vakanties gaan werken en er zijn bedrijven die de jongens na dit jaar willen houden. Zelfs al gaan ze niet door met een opleiding, dan hebben ze in ieder geval een baan en dat is belangrijk. Deze stage is goed voor hun zelfvertrouwen en dat vind ik de grootste meerwaarde.'' Het Cals College heeft om die reden het plan opgevat om het project uit te breiden naar andere vakken, zoals verzorging, administratie en elektrotechniek.

De enige reden tot bezorgdheid biedt nog het vervolgtraject. De ROC's kennen nauwelijks gedifferentieerde instroom van leerlingen, waardoor MAVO-leerlingen met een theoretische achtergrond in dezelfde klas zitten als VBO-ers met veel meer praktische vaardigheden. Om die verschillen te nivelleren beginnen de ROC's weer bij nul, vertelt Veerkamp. ``En dat is fnuikend voor onze jongens, want die gaan zich vervelen en dan zijn ze weg.'' Veerkamp hoopt dat het stageproject de ROC's eerder zal aanzetten tot differentiatie. Dit project is maatwerk, ik hoop dat de ROC's zich daarbij zullen aansluiten. In het belang van de leerling.'' Momenteel overlegt Intop hierover met de ROC's.