`We mogen de stad niet aan z'n lot overlaten'

Woningcorporatie Het Oosten timmert aan de weg. De verantwoordelijkheid houdt niet op bij de voordeur, maar strekt zich uit tot de omgeving.

Woningcorporatie Het Oosten had al ooit bordelen gekocht op de Amsterdamse Wallen en een hotel op de Nieuwendijk. Niemand was er over gevallen. Maar toen Het Oosten vorig voorjaar het spiritueel centrum Oininio opkocht, vroegen Kamerleden onmiddellijk opheldering aan staatssecretaris Remkes (Volkshuisvesting). Was deze ruime taakopvatting van woningbouw wel wettelijk toegestaan? En nam de woningcorporatie geen onaanvaardbaar risico met deze investering van dertig miljoen gulden?

Nu moet Oininio vertrekken uit het kapitale pand aan de Prins Hendrikkade. Directeur Ronald Jan Heijn heeft bij de corporatie een huurschuld van 1,2 miljoen gulden. Maar niemand nog die zich bij Het Oosten heeft gemeld met `zie-je-wel-had-ik-het-niet-gezegd'.

Door het politiek gekrakeel rondom Oininio heeft de directeur van Het Oosten, F. Bijdendijk, uitgebreid de kans gekregen zijn woningcorporatie nieuwe stijl voor het voetlicht te brengen. Natuurlijk, zegt hij, is het vandaag de dag nog steeds de hoofdtaak van de woningcorporatie om te zorgen dat ,,klanten met een smalle beurs kunnen kiezen uit goede woningen''. Maar de klanten van Het Oosten zijn niet langer alleen arbeiders, maar ook allochtonen, asielzoekers, ouderen en kunstenaars. En de verantwoordelijkheid van de woningcorporatie houdt niet meer op bij de voordeur. ,,De woonomgeving is in hoge mate bepalend voor het woonplezier van onze klanten. Hun woning staat in de stad. Dus die stad mogen we niet aan zijn lot overlaten. Doen we dat wel, dan kunnen we op de lange termijn geen kwaliteit van wonen garanderen.''

Het is daarom, zegt Bijdendijk, dat de gemeente Het Oosten een paar jaar geleden vroeg om – met subsidie – een aantal bordelen op de Geldersekade te kopen. Om de panden uit handen te houden van speculanten, witwassers en andere onderwereldfiguren. Daarom ook kocht het Oosten op de Nieuwendijk een hotel, en een aantal winkels en woningen. En denk maar niet, zegt Bijdendijk, dat wij de eersten waren die zich meldden bij Ronald Jan Heijn voor het pand van Oininio. ,,Hij was reeds gefrequenteerd door een bonte stoet kopers met totaal andere bedoelingen dan wij.''

Bijdendijk zou nooit op het idee zijn gekomen om Oininio te kopen, als hij niet in 1983 voor het eerst van zijn leven, op uitnodiging van een kerkelijke organisatie, voet in een kraakpand had gezet. Bijdendijk was opgevoed met het idee dat de overheid weet wat goed is voor de stedeling: ruime flats in het groen. ,,Zeg maar het monomane stampwerk van snel en goedkoop bouwen.''

Het was in de tijd van de krakersrellen, de ontruiming van de Lucky Luyk en de brandende tram in de Van Baerlestraat. ,,Pap, pas maar op met die krakers'', hadden zijn kinderen hem gewaarschuwd. Bijdendijk ging ,,met een zeker vooroordeel'' de voormalige lettergieterij Tetterode binnen. Maar daar moest hij constateren dat er maar een paar krakers met een bivakmust rondliepen. ,,Over het algemeen waren het hele gewone mensen, alleen met een andere filosofie over wonen.''

De ambtelijke directeur zag hoe deze burgers blijkbaar behoefte hadden om wonen, werken en recreëren in één ruimte samen te brengen en op een manier zoals zij dat willen. Hij zag hoe het hun niet alleen om de woning was te doen, maar ook om de woonomgeving. In dat kraakpand viel bij Bijdendijk het kwartje. Het Oosten had als statutaire doelstelling `te voorzien in de huisvestingbehoeften van diegenen die daartoe zelf niet in staat zijn'. Hoorden daar ook niet deze kunstenaars en studenten bij?

Bijdendijk wilde met de krakers samenwerken. Hij maakte vele emotionele `pandvergaderingen' mee tot diep in de nacht. De krakers van de harde kern wilden niet capituleren voor de burgermaatschappij van Bijdendijk en vertrokken. Met de overgebleven bewoners sloot hij een casco-verhuurcontract af: de krakers betalen huur voor het casco van het gebouw, maar beslissen zelf over de inrichting en het gebruik van de binnenkant. Nu behoren de bewoners van Tetterode tot de betrouwbaarste huurders van Het Oosten.

Het duurde volgens Bijdendijk tot begin jaren negentig voordat de overheid ,,het monofunctionele denken kon loslaten''. De renovatie van het Mercatorplein in stadsdeel de Baarsjes is volgens hem het eerste voorbeeld in Amsterdam van ,,een gebiedsgerichte aanpak''. De Mercatorbuurt stond bekend om de drugshandel, dichtgespijkerde panden en moord en doodslag. Samen met de gemeente en particuliere eigenaren heeft Het Oosten toen besloten dat de woningen ,,opknappen, isoleren en van dubbel glas voorzien'' geen soelaas zou bieden.

In plaats daarvan werden woningen gesloopt of samengevoegd en werden er huur- en koopwoningen gebouwd. Er kwam een bibliotheek en een parkeergarage en het plein zelf werd opnieuw ingericht. ,,Sommige koopwoningen die bij oplevering voor 280.000 gulden zijn verkocht, gaan nu voor 549.000 gulden weg'', zegt Bijdendijk. ,,Zes jaar geleden was het überhaupt ondenkbaar dat er op het Mercatorplein werd verkocht.''

Intussen heeft Het Oosten vergevorderde plannen voor een asielzoekerscentrum in Buitenveldert, een grootschalig Moskeecomplex in de Baarsjes en een eco-dorp voor de bewoners van kunstenaarskolonie Ruigoord. En als het aan Bijdendijk ligt komen aan weerszijden van Oininio - waar panden nu nog vaak in gebruik zijn als opslagruimte - weer woningen. Dan moet Het Oosten wel eerst een aangesloten stuk van de Prins Hendrikkade in zijn bezit zien te krijgen. ,,Wat dat betreft is het net Monopoly.''