Verenigd links zit Aznar dicht op de hielen

Economisch gaat het Spanje voor de wind. Daarvan zou de conservatieve regering van Aznar bij de verkiezingen van dit weekeind moeten profiteren. Toch komt verenigd links gevaarijk dichtbij.

Links Spanje verenigt u! In een eenheid die sinds het begin van de Spaanse burgeroorlog niet meer vertoond is strijden socialisten en communisten zij aan zij in de landelijke verkiezingen die morgen in Spanje worden gehouden. Doel: een nederlaag van de conservatieve regering van José María Aznar.

Socialistische lijsttrekker Joaquín Almunia: ,,Spanje is vanouds een progressief land.' Francisco Frutos, communistisch lijsttrekker van de linkse federatie Izquierda Unida (IU): ,,Geen linkse stem mag zondag thuisblijven.'

De overeenkomst tussen socialisten en communisten is deze verkiezingen de grootste bedreiging voor de conservatieve Partido Popular van Aznar. Het is de jacht op de thuisblijvers: bij de vorige verkiezingen hield 23 procent van de kiezers het voor gezien. Gecombineerd links hoopt hiervan weer een deel naar de stembus te krijgen.

Volgens de peilingen heeft de Partido Popular nog altijd tussen de vier en de vijf procent voorsprong op links. Maar diezelfde peilingen sloegen vier jaar geleden de plank radicaal mis door een zeer ruime overwinning van Aznar te voorspellen. Voormalig partijleider Felipe González wreef het de Partido Popular deze week nog eens stevig in: ,,De peilingen zijn bedrieglijk. Er staan ons nog leuke verrassingen te wachten.'

In conservatieve kring is men geenszins gerust op de goede afloop. Alles zit de huidige regering mee: de economie groeit stevig, de werkloosheid neemt spectaculair af, er worden meer auto's verkocht dan ooit. En toch wordt slechts een krappe winst voorspeld. Tekenend was dat er geen televisie-debat kwam tussen de lijsttrekkers. De kiezers moesten het doen met de een latex-confrontatie tussen Aznar en Almunia in de Spitting Image-serie van de betaalzender Canal+. Aznar als Chaplin in `The Great Dictator', Almunia als een corrupte gangster. Leuker dan in het echt, vond menigeen. Volgens de campagneleider van de Partido Popular, minister van Cultuur Mariano Rajoy, was Aznar ,,niet persoonlijk uitgenodigd' voor een tv-debat. In werkelijkheid meenden de campagnebazen dat hij er niets mee te winnen had.

Vier jaar premierschap bracht José María Aznar immers niet de allure van een staatsman van het kaliber Felipe González. Zelfs een groot deel van zijn eigen aanhang beschouwt Aznar als de Seat Toledo van de Spaanse politiek: een betrouwbare, maar weinig opwindende middenklasser. Aznar zat de rit uit zonder al te grote schandalen en trok zijn partij doelbewust naar het politieke centrum. Maar ondanks deze verdiensten blijft zijn presentatie een handicap: het nasale stemgeluid leent zich gemakkelijk voor imitaties, de starre gelaatsuitdrukking wekt niet direct gevoelens van warmte op.

Aznars directe tegenstander, de socialist Almunia, heeft vergelijkbare problemen. Almunia geldt als een betrouwbare politicus, die ongeschonden uit het socialistische moeras van de corruptieschandalen tevoorschijn kwam. De voorgeschiedenis van zijn lijsttrekkerschap verdient echter geen schoonheidsprijs. Als kroonprins van Gonzaléz werd Almunia weggestemd in de eerste experimentele voorverkiezingen voor het lijsttrekkerschap. De socialistische basis, geërgerd door het gebrek aan renovatie van het partijkader, koos voor José Borrell. Deze werd vervolgens vakkundig afgebrand door het partijbestuur en greep het eerste het beste schandaaltje aan om op te stappen. Almunia kwam zo alsnog aan de macht.

Het meest verrassend ontwikkelde zich de nummer drie onder de politieke hoofdrolspelers, de communistische lijsttrekker Francisco Frutos. Strikt genomen dankt Frutos zijn uitverkiezing aan een hartaanval van zijn voorganger Julio Anguita. Daarmee viel een belangrijke obstakel weg voor de samenwerking met de socialisten. Anguita haatte González en de sociaal-democratie in het algemeen. Oudgediende Frutos is pragmatischer, hoe graag hij ook met zijn gebalde vuist mag zwaaien. Na meer dan zestig jaar haat en nijd was een nachtje overleg genoeg om een progressief regeringsprogramma in elkaar te timmeren. Hoofdpunten: een 35-urige werkweek, verhoging van het minimum-salaris, verbetering van de gezondheidszorg, sluiting van twee kerncentrales en versterking van het openbare onderwijs.

Het debat van de afgelopen weken werd van conservatieve zijde vooral bepaald door financiële lokkertjes. Zo beloofde Aznar een verdere verlaging van de inkomstenbelasting. En ondanks de afspraak dat de ouderdomspensioenen geen inzet van de verkiezingsstrijd mag zijn, stelden zowel Aznar als Almunia een verhoging van de uitkeringen in het vooruitzicht.

Omdat een absolute meerderheid van links noch rechts waarschijnlijk is, zal andermaal de steun van de lokale nationalistische partijen van belang zijn. Dat het verrassend stil was rond Jordi Pujol, de leider van de Catalaanse nationalistische partij CiU, wijst er op dat men daar het kruit nog even droog houdt. De prijs voor de steun aan een minderheidskabinet is evenwel reeds bekend: Pujol wil 400 miljard peseta's (ruim vijf miljard gulden) om het begrotingstekort van Catalonië te dempen.

De positie van de gematigd Baskisch nationalistische partij PNV is onduidelijker. De PNV heeft zich in een isolement gemanoeuvreerd door te blijven samenwerken met de politieke tak van de afscheidingsbeweging ETA. De ETA is overigens geen groot item tijdens de verkiezingen. Van linkerzijde is wat kritiek op de starre houding van Aznar, terwijl rechts de socialisten verwijt te flirten met de PNV. Maar over de aanpak van het Baskische probleem is men het eigenlijk wel eens.

De landelijke verkiezingen vinden in Baskenland andermaal plaats in een sfeer van terreur en intimidatie. De politieke aanhang van de ETA, Herri Batasuna, propageert ,,actieve stemonthouding', waarbij het Baskische burgers die wel willen stemmen zo moeilijk mogelijk gemaakt wordt. In de 63 gemeenten die Herri Batasuna bestuurt, kost het de grootste moeite om de stemcolleges te bezetten. Extra politie moet morgen de stemmers beschermen.