TWEEDE TAAL

Een flinke wansmaak hield ik over aan het artikel over taalachterstand van de hand van hoogleraar René Appel in W&O van 4 maart (`Aan bezighouden heb je niks'): die dekselse onbekwame leerkrachten met hun onbeholpen methoden geven vaak niet goed les aan allochtone leerlingen. Het is tragisch dat juist dit soort wetenschappers het beleid heeft kunnen bepalen. Het is tragisch dat er nooit gevraagd is naar de ervaringskennis die juist door die onderwijsgevenden was opgedaan. Appels 7 aanbevelingen corresponderen met 7 open deuren!

Tot zover mijn boosheid. Hoe kan en moet het beter? Veel allochtone leerlingen komen op school zonder enige vaardigheid in Nederlandse taal. Wat autochtone kinderen op school leren, proberen ze thuis uit op hun ouders, allochtone leerlingen missen deze ondersteuning. Ook buiten school leren deze allochtoontjes er weinig Nederlands bij. Er wordt naar allochtone tv gekeken en op straat wordt allochtoons gesproken. Hierdoor gaat het in het verdere leerproces mis, want taal is de basis van kennisverwerving en sociale vaardigheden. Het respect voor de uitheemse cultuur moet daarom gekoppeld worden aan plichten. Plichten die tot het besef – en tevens tot het doel – leiden dat thuis Nederlands de voertaal is. Verplichte intensieve scholing in de Nederlandse taal dus voor zowel jong als oud; les in eigen taal en cultuur moet dan maar naast de gewone lestijd worden gegeven.