School als hangplek

Goede opleiding, graag willen werken en toch geen baan; dat is in Nederland al lang geen realiteit meer, maar om te weten hoe dat voelde, hoeven we maar een paar honderd kilometer naar het zuiden. In Frankrijk waar de economische ontwikkeling een paar jaar achter loopt bij die van ons, is dat nog steeds het geval. Van de leerlingen met een `bac pofessionel', vergelijkbaar met ons mbo, middelbaar beroepsonderwijs, is 5 jaar na het eindexamen 7,2% werkloos. Slechts 7,2, want dit percentage dient als aanbeveling voor dit soort opleidingen. Van de leerlingen die naar het veel hoger aangeschreven lycée gaan en daar een bac technologique halen, een diploma vergelijkbaar met ons atheneum B, is na 5 jaar 14% werkloos.

De Franse `patrons' hebben heel wat in de melk te brokkelen wat die professionele baccalaureaatsopleidingen betreft. Zij bepalen grotendeels de inhoud en eisen dat die precies aansluit bij wat ze in een bepaalde sector nodig hebben. Hun eisen hebben ertoe geleid dat er inmiddels 51 verschillende opleidingen zijn. En nog steeds klagen ze dat die te weinig zijn toegesneden op de behoeften van het bedrijfsleven. Déjà vu, het schaamteloze geklaag van Rinnooy Kan en zijn trawanten, jaren tachtig. Het lijkt inmiddels alweer eeuwen geleden want inmiddels kennen we de luxe van een heel andere probleem: er zijn, hoe dan ook, al dan niet goed opgeleid, te weinig werkwillige jongeren. De directeur van een school voor middelbaar beroepsonderwijs vertelde mij daarover onlangs het volgende.

Na het voorbereidende beroepsonderwijs, het vbo, kunnen leerlingen doorstromen naar het mbo. Het vbo kent verschillende niveaus. Die doorstroming kan alleen maar succesvol zijn en heeft dus ook alleen maar zin wanneer een leerling eindexamen heeft gedaan op een bepaald theoretisch niveau. Voor de leerling voor wie dat te moeilijk is, is de aangewezen weg: gaan werken bij een baas en daarnaast één dag in de week naar school. Het bedrijfsleven zit te springen om personeel dus banen te over. Maar wat doen nu sommige leerlingen? Die gaan niet werken bij een bedrijf, maar schrijven zich in voor een mbo-opleiding die gewoon veel te moeilijk voor hen is. De school mag die leerlingen niet weigeren. Ze gaan zelden naar school en als ze daarop worden aangesproken zijn ze ziek geweest of hebben ze een andere smoes. Soms gaan ze naar school en hangen zich ostentatief te vervelen in lessen die veel te moeilijk voor hen zijn. Als ze van school worden verwijderd omdat ze nooit verschijnen laten ze zich elders inschrijven. Waarom nu kiezen die leerlingen voor een dergelijk kansloos traject?

Door zich bij een school in te schrijven hebben ze recht op studiefinanciering. Daarnaast werken ze een dag of twee in de week zwart. Daarmee verdienen ze meer dan hun leeftijdgenoten die gaan werken en daarnaast een deeltijdopleiding volgen. Hier kunnen we niets tegen doen, vertelde me de directeur. Het gaat voornamelijk om allochtonen en omdat ze niet een vak leren en niet de discipline ontwikkelen van een vaste werkkring is dit het voorportaal voor een carrière in de criminaliteit.

In Frankrijk wordt ook geklaagd over het probleem van leerlingen die op school blijven hangen, ook als ze er niet geschikt voor zijn. Het grote verschil is echter dat de jongeren daar geen keuze hebben. Werk is er niet. De leraren pikken dit niet langer. Op sommige scholen staken ze nu al 7 weken uit onvrede met dit soort situaties. Maar in Nederland hoor je er niemand over. Ons grote stedenbeleid zou gericht moeten zijn op dergelijke bronnen van maatschappelijke problemen. Niet dweilen, maar kranen opsporen en dichtdraaien.