Regering Congo vreest pottenkijkers van de VN

Waarnemers van de Verenigde Naties gaan in Congo toezien op het vredesakkoord. Maar de regering wil de VN alleen in het gebied van de rebellen.

,,De Verenigde Naties zweren samen om de democratische republiek Congo op te delen'' , schrijft het Congolese blad Luminaire onder de kop `het complot van de VN' . En de Congolese krant Forum waarschuwt voor een `valstrik' van de VN die ,,onze onafhankelijkheid in gevaar brengt en onze soevereintiteit bedreigt''. ,,Wij kunnen de VN-missie in Congo niet meer serieus nemen'', luidt het hoofdredactionel commentaar van het dagblad L'Avenir dat zich graag opwerpt als spreekbuis van de regering. ,,De krakkemikkigheid van het vredesakkoord van Lusaka opent de weg voor een oorlog die niemand meer beheersen kan.''

Veel van de bladen die in de Congolese hoofdstad Kinshasa verschijnen, hebben met wantrouwen, soms met openlijke vijandigheid, gereageerd op het twee weken oude besluit van de Veiligheidsraad om een waarnemersmisie van 5.537 mensen naar Congo te sturen. Die missie moet toezien op naleving van het vredesakkoord van Lusaka dat vorige zomer is gesloten en dat sindsdien stelselmatig is geschonden. Maar de strijdende partijen hebben twee weken geleden beloofd dat ze zich alsnog aan de afspraken houden. Aan de ene kant de Congolese regering en haar bondgenoten Zimbabwe, Angola en Namibië. Aan de andere kant drie Congolese rebellenorganisaties en hun steunpilaren Rwanda en Oeganda. Het opgefriste akkoord voorziet in een staakt-het-vuren dat 1 maart is ingegaan, naast een nationale dialoog die tot verkiezingen moet leiden, ontwapening van milities en een terugtreking van alle buitenlandse troepen op het Congolese grondgebied.

De scepsis van de Congolese media weerspiegelt de ambivalentie van de regering tegenover het akkoord van Lusaka en de komst van de VN-vredesmissie. Officieel heeft ze het besluit om 500 waarnemers en 5.000 man ondersteunende troepen te sturen met een vloedgolf van grote woorden verwelkomd. Maar informeel spreken overheidsvertegenwoordigers in Kinshasa met het grootst mogelijke wantrouwen over de VN-missie. Ze zien de VN als een mantelorganisatie van de Verenigde Staten, en zijn ervan overtuigd dat de VS achter de ,,buitenlandse agressors'' staan: achter Rwanda en Oeganda. Ze weten zeker dat de oorlog tegen de wettige regering van Congo met Amerikaans geld wordt gefinancierd.

De relatie tussen Congo en de Verenigde Naties is al moeizaam sinds de jonge republiek in 1960 de hulp inriep van de VN om het uiteenvallen van het land te voorkomen. Sinds Kabila in 1997 de macht greep, is de relatie tussen Congo en de VN alleen maar verslechterd. Eerst blokkeerde de president een onderzoek naar betrokkenheid van zijn leger bij de slachting van Rwandese Hutu-vluchtelingen. Vorig jaar nog klaagden de verbindingsofficieren van de VN over gebrek aan medewerking van de regering bij hun pogingen om de militaire situatie in kaart te brengen, zoals in het akkoord van Lusaka overeengekomen was.

Of de vredesmissie in Congo er ook daadwerkelijk komt, zal binnen drie weken blijken. ,,Deze maand is beslissend'' , zegt Kamel Morjane, in zijn rode tweezits-sofa, het pronkstuk van het VN-hoofdkwartier in de Congolese hoofdstad Kinshasa. De Tunesiër Morjane is de speciale afgezant van VN-secretaris-generaal Kofi Annan in Congo en chef van de waarnemersmissie MUNOC. De Veiligheidsraad heeft het doorgaan van de operatie nadrukkelijk aan voorwaarden gebonden. Het staakt-het-vuren dat vorige week woensdag inging, mag niet geschonden worden. En de VN willen spijkerharde garanties voor de veiligheid van de missie en voor de onbeperkte bewegingsvrijheid van het personeel. Volgens de plannen opereren de waarnemers vanuit vier bases: Kindu en Kisangani in het oostelijk deel waar de rebellen heersen. En Mbuji-Mayi en Mbandaka, in het gebied dat door de regering wordt gecontroleerd.

De Congolese regering ziet weinig heil in een stationering in Mbuji-Mayi en Mbandaka, zo heeft ze eerder laten weten. Ze vindt dat de VN zich moeten richten op de `bezette gebieden' . De positie van rebellen en `buitenlandse indringers' mag niet worden gelijkgesteld met die van de `legitieme regering'. Maar volgens Morjane heeft de keuze van de vier locaties voor de bases een zuiver logistieke achtergrond, en gaat de operatie niet door als de Congolese regering geen medewerking verleent. Morjane: ,,Zonder de goede wil van alle betrokken partijen heeft deze missie geen schijn van kans.''