Politieke correctheid

Maarten Huygen voert mij in een bespreking van het programma `Buitenhof' (NRC Handelsblad, 6 maart) op als een overspannen verdediger van de politieke correctheid. Ik zou journalisten en politici willen verbieden om te bespreken hoe vol Nederland is, en zelfs om Ed van Thijn een `hogepriester van het multiculturalisme' te noemen.

In deze rol voel ik mij erg slecht thuis. Huygen gaat dan ook voorbij aan de kern van mijn betoog – zowel in het Buitenhof als in Trouw van 3 maart jl. Er is niets op tegen om de problematische of zelfs pijnlijke aspecten van de multi-etnische samenleving aan de orde te stellen. Het maakt me ook niet uit of Van Thijn of welke andere autoriteit dan ook spottend wordt bejegend.

Maar het wordt heel anders wanneer, zoals sinds enige tijd in het weekblad Elsevier gebeurt, de gemiddelde asielzoeker bij herhaling wordt afgeschilderd als een `gelukzoeker' die `jokt, bedriegt, vervalst en spelletjes speelt'; wanneer politici die betrokken zijn bij het vreemdelingenbeleid stelselmatig als `slap', `lafhartig' en `bang' worden afgeschilderd; en wanneer het `ieders democratisch recht' wordt genoemd om te bepleiten dat er jaarlijks 50.000 immigranten in Nederland bij mogen komen – dan wel dat er 50.000 uit moeten. Een en ander gelardeerd met incidentele steunbetuigingen aan Janmaat en Haider.

Zo lijkt het er even op alsof de permissive society (`alles mag') een onverwacht en naargeestig vervolg krijgt in het debat over immigratie en integratie.

Daartegen protesteren is geen kwestie van politieke correctheid, maar van zorg om het handhaven van enkele elementaire omgangsvormen in het democratisch debat.