Onschuld onbewezen

De zaak is geseponeerd, maar de dreigbrieven blijven komen. Daarom eist een ex-verdachte van ontucht dat hij toch wordt vervolgd. Om zijn naam te zuiveren. `Ik ben op zoek naar snippertjes rechtvaardigheid.'

Zijn nachtmerrie is in één beeld te vangen. Op een schoolplein staan zijn twee dochters en zijn zoontje, met rond hen een grote groep kinderen. Ze worden uitgejouwd om hun vader en hij kan niets doen.

Haar grootste angst: ,,Dat je om je gezin te beschermen soms juist uit elkaar moet gaan. Dat heb jij wel eens gezegd.''

Hij: ,,Ja. Zolang ik in de buurt ben, blijf ik een bedreiging voor ons allemaal. Dan gaat dit door.''

John B. (42) en zijn echtgenote Liesbeth (41) uit Hengelo zijn samen sinds ze tieners waren. Vorig jaar zijn tegen John drie aangiftes gedaan van seksueel kindermisbruik. Justitie ging niet over tot vervolging. De zaak is geseponeerd, omdat het opsporingsonderzoek `onvoldoende, onbruikbaar of niet overtuigend bewijs' opleverde. Dat schreef de zaaksofficier aan hen. Liesbeth: ,,We dachten: Nu krijgen we excuses en is het achter de rug.''

Wat ze kregen waren dreigende telefoontjes waarbij werd meegedeeld dat `de honkbalknuppel klaarstaat'. En ze kregen post, waaronder een ansichtkaart met de tekst Wij zijn niet blij met jullie in deze buurt ga weg!

Nooit is onschuld van `daders' bij seksueel misbruik van kinderen absoluut vast te stellen. Een alibi is vrijwel kansloos als kinderen geen data kunnen noemen. Getuigen à decharge zijn een zeldzaamheid. En het verhoren van kinderen die misbruikt zouden zijn, is een precaire zaak. Niet zelden heet een verklaring van een kind onbetrouwbaar. Waardoor je aan een schuldvraag niet eens toekomt. Het is in de zaak-B. allemaal aan de orde.

Laat dus voorop staan dat de onschuld van John B. niet is bewezen. Dat is nu juist het probleem: dat kan niet.

Maar John B. wil ,,redden wat nog te redden valt''. Hun raadsman, Robert Speijdel, zal daarom een juridisch novum uitproberen. Voor het eerst zal in een zedenzaak een ex-verdachte via een zogenoemde `artikel 12-procedure' eisen dat justitie hem tóch vervolgt (zie kader). John B. wil een proces. Hij zegt zeker te zijn van vrijspraak. En hij wil dat zwart op wit. Dit wordt een testcase: Mag het Nederlandse strafrecht gebruikt worden voor rehabilitatie? En heeft John B. daar recht op?

Psychopaat

Hij heeft eigenlijk alle kinderen in de buurt gehad. De meeste kinderen durven het alleen niet toe te geven. Zijn vrouw deed ook mee. En video-opnames! Die maakten ze ook. Nee, die zijn niet gevonden maar intuïtief weet je wat je kind bedoelt. Hij is ook een psychopaat, kijk maar hoe intelligent hij te werk gaat met zijn mooie brieven aan justitie. Over dat hij het niet gedaan heeft. Hun nichtjes en neefjes hebben ze vast ook gepakt. Maar onze kinderen zeggen te weinig in de verhoorkamer. Moet er dan eerst een kind vermoord worden? Wij zijn bang geweest dat hij zijn hele gezin om zeep helpt.

De ouders die aangifte deden willen hun naam niet in de krant. De raadsman van John B. dreigt hen met een kort geding wegens smaad en laster als ze doorgaan met verdachtmakingen. Maar als `X' wil een van hen bovenstaande opvattingen over B. graag kwijt. Een tweede wil niet reageren ,,omdat we natuurlijk heel zwak staan''. Eén vader, meneer H., wil zelf wel onder naam vertellen, maar mag dat niet van zijn vrouw. ,,Er zijn alleen losers in deze zaak'', zegt hij.

Alle ouders die aangifte deden, wonen in de Godfried Bomansstraat in Hengelo, de straat waar de familie B. tot december 1998 woonde. Ze verhuisden naar een groter huis, dat ze in een nieuwbouwwijk aan de rand van Hengelo hebben laten bouwen.

Tot die tijd was er niets aan de hand. John en Liesbeth B. waren zelfs populair in de Bomansstraat, die kinderrijk is en waar de bewoners veel contact hebben. Een gemoedelijke sfeer, de kinderen liepen elkaars huizen in en uit. Liesbeth B. was geliefd bij alle kinderen, zegt zelfs meneer H.

In de zomers dronken John en Liesbeth buiten koffie met de anderen, op het speelveld in de straat. Met een familie die later aangifte deed, hebben ze nog gekampeerd. Een andere moeder die aangifte deed, was lange tijd de oppas van hun kinderen als John en Liesbeth B. moesten werken. John is werktuigbouwkundige met een managementfunctie; Liesbeth werkt als specialistisch verpleegkundige.

Kort voor hun verhuizing hebben John en Liesbeth een afscheidsfeestje voor de Bomansstraat gegeven waar `iedereen' kwam. De kinderen uit de straat speelden toen boven. Ze laten foto's van die dag zien: Een uitgelaten kluwen kinderen heeft zich op een bed gestort. Lachen, gieren, brullen. Twee stralende kinderen op de foto hebben later volgens hun ouders gezegd dat ze eerder misbruikt waren door John.

Ze hebben hun oude straatgenoten nog uitgenodigd om hun nieuwe huis te komen bekijken. Maar zo ver kwam het niet meer. Want na de verhuizing van B., zeggen de ouders die aangifte deden, begonnen hun kinderen in de Godfried Bomansstraat te praten.

De eerste twee aangiftes gingen over `doktersspelletjes' op de zolder van hun oude huis. John B.: ,,En ik zou de dokter zijn.'' Drie kinderen tot vijf jaar oud uit de straat zouden er ruim twee jaar geleden bij betrokken zijn geweest. En de dochters van John en Liesbeth ook. Alle kinderen zouden seksuele handelingen hebben moeten verrichten bij John. Het meisje dat daarover in april 1999 het eerst begon te vertellen, had volgens haar moeder eerst opvallend aan haar genitaliën gefriemeld en ze had eens voor het in slaap vallen de vijf voornamen van de familie B. genoemd. Toen is haar moeder door gaan vragen.

De moeder heeft de ouders van de twee andere kinderen die volgens haar dochter op de zolder waren geweest, gewaarschuwd. Meneer H. is de vader van het ene jongetje. ,,Mijn zoontje was tweeënhalf toen het gebeurde. Hij beschreef het als een spel, had niet in de gaten dat het ernstig was.'' Kon zijn peuter zich het `spel', inmiddels bijna twee jaar later, nog herinneren? ,,In het begin heb ik lang getwijfeld'', zegt meneer H.. ,,Maar als je ook de andere moeders over hun kinderen hoort: de puzzelstukjes vielen op hun plek.''

Het woord `puzzelstukjes' valt vaak in de Godfried Bomansstraat. Alle ouders vonden een stukje, samen werd het de aanklacht.

De ouders van een ander jongetje dat op zolder zou zijn geweest, hebben hun zoon uitgehoord en hielden het op fantasie. In totaal zijn er nu nog drie gezinnen in de Godfried Bomansstraat die John B. geloven. ,,Nee, die kunnen niet meer leuk meedoen met de buurt'', zegt aangever H.

Op 9 juni 1999 ontvangt John B. een schriftelijke oproep van de afdeling jeugd- en zedenzaken van de politie in Hengelo. Op 17 juni moet hij er verschijnen, ,,dit in verband met enkele aangiftes welke zijn gedaan en waarin uw naam wordt genoemd''. John B. ervaart het als een `beleefd' gesprek, geen verhoor, en vraagt de rechercheurs dus na een kwartier wat het probleem is. Dan wordt hem gezegd waarvan hij wordt verdacht. Als een rechercheur daarbij in zijn dossier bladert, ziet John daarin een tekening: Een anatomisch correct mannetje, vol groene viltstiftkrassen. Duidelijk van een onhandige kinderhand. John: ,,Pas toen drong het door dat het heel erg was.''

Het meisje en het jongetje namens wie door hun ouders aangifte is gedaan, zijn door de zedenrecherche verhoord in de speciale verhoorstudio van de regiopolitie Twente. Het meisje zei daar dat ze droomde. Het zoontje van H. had een verward verhaal dat niet op misbruik duidt.

Kinderarts B. Bosschart onderzocht de kinderen in het Enschedese Medisch Spectrum-ziekenhuis en vond geen fysieke sporen van misbruik. ,,Maar Bosschart zei me dat hij wél absoluut zeker wist dat mijn kind misbruikt is, gewoon door het verhaal dat hij vertelde'', zegt een van de ouders. Desgevraagd kan Bosschart om redenen van privacy niet op de zaak ingaan. Maar in algemene zin wil hij het graag helder stellen: ,,Ik zal nooit zeggen dat ik honderd procent zeker weet dat een kind misbruikt is. Wat wel voorkomt is dat ik aan de politie schrijf dat een verhaal van een kind of van de ouders aan alle kanten stinkt. En dat dan later blijkt dat de ouders dat verhaal verzonnen hebben.''

Begin juli 1999. Terwijl John B. voor zaken in China is, beginnen de moeders uit de Godfried Bomansstraat Liesbeth te bewerken: ,,Jij moet er ernstig rekening mee houden dat John het wél gedaan heeft, zeiden ze. Volgens mijn oude oppas had John ook onze eigen dochter misbruikt. Omdat zij vroeger vaak huilde als haar luier verschoond werd. Ze hadden aangifte gedaan om mijn eigen kinderen tegen John te beschermen, zeiden ze.''

Liesbeth raakt totaal in paniek. ,,Ik heb geen moment aan John getwijfeld. Maar ik werd panisch bij de gedachte hoe vreselijk het voor hem zou zijn als hij terugkwam.'' Vrienden en familie komen om haar op te vangen tot John uit China terugkeert. Hij vraagt na thuiskomst onmiddellijk een gesprek aan bij de politie: ,,Doe iets, stop dit.''

Escalatie

Een week later vertelt een zedenrechercheur John B. dat het onderzoek naar de eerste twee aangiften is geseponeerd. Maar het duurt tot december tot hij dat zwart op wit krijgt.

Want de zaak escaleert intussen. Hun oude oppas uit de Bomansstraat blijft `ter waarschuwing' rondbellen in Hengelo. John dreigt met een kort geding wegens laster en smaad. Zijn raadsman stuurt daarover strenge brieven rond.

Dan doet ook de ex-oppas aangifte, de derde.

Het is de ernstigste van de drie. John zou haar zoontje jarenlang hebben verkracht. Ook dit jongetje wordt verhoord in de speciale studio.

Daarna schakelt de zedenpolitie een deskundige in: R. Bullens, hoogleraar forensische kinder- en jeugdpsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Bullens wordt in geval van twijfel vaak door de politie ingeschakeld. Hij onderzoekt de studioverhoren van de kinderen.

In zijn rapport laat Bullens weinig heel van de wijze waarop de verklaringen tot stand kwamen. Hij signaleert `een stelselmatig trachten meer informatie uit de kinderen te krijgen door hun moeders'. En ook `het gevaar [...] dat er een zekere wenselijkheid bij het kind kan ontstaan om bepaalde informatie te verschaffen (c.q. te creëren) ten einde de (bezorgde) ouder tevreden te stellen'. Voorts signaleert Bullens dat met name het meisje dat als eerste over misbruik zou zijn gaan praten `suggestibel' reageert, gevoelig voor invloeden van buitenaf. Over het jongetje uit de ernstigste derde aangifte schrijft Bullens: `De kans dat de feitelijke gebeurtenissen zich in de loop van de tijd hebben vermengd met de fantasieën van [dit jongetje] en met elementen uit de gesprekken met zijn moeder dient als substantieel te worden ingeschat.' De kinderen leken in de startblokken te zitten om een verhaal te doen, meent Bullens. Zij waren opvallend eager to tell. Bullens geeft ter overweging dat er de facto sprake van misbruik kan zijn geweest, maar dat het niet meer bewezen kan worden.

Desgevraagd mag ook Bullens zich om redenen van privacy niet over de zaak-B. uitlaten. Met nadruk wil hij daarom hier vermeld zien dat niet hij de citaten uit het rapport heeft verstrekt. En dat hij hieronder in algemene termen spreekt.

,,Ik geef als deskundige alleen de argumenten pro en contra de betrouwbaarheid van de verklaringen die kinderen afleggen'', zegt Bullens. ,,Ik concludeer niets. Het is aan de rechter om uiteindelijk te beoordelen of de verklaring betrouwbaar is.'' En als er wat aan betrouwbaarheid mankeert, zegt Bullens, kan nooit meer iets gezegd worden over het werkelijkheidsgehalte van verklaringen. ,,Vergelijk het met een wazig negatief: Daar kun je nooit meer een scherpe foto van maken.'' Dus moet Bullens in die gevallen schrijven dat er de facto sprake van misbruik geweest kan zijn. Bullens komt met een vergelijking om de portee van zo'n officiële zinsnede te verduidelijken: ,,Is het mogelijk dat Elvis Presley nog leeft? Het is de facto mogelijk, al lijkt het mij niet waarschijnlijk.''

Na de eerste twee aangiften is John B. onder code `VE', als verdachte, in het registratiesysteem van de politie opgenomen.

Op 22 december 1999 stuurt de zaaksofficier John B. eindelijk de schriftelijke bevestiging van het sepot waar hij al maanden om vroeg. Het is een briefje van acht regels.

Persofficier P. van Kesteren van het openbaar ministerie in Almelo: ,,Er is een sepot en daar moet de verdachte het mee doen. Punt. Ik hoef me echt niet te betreuren als iemand het toch niet gedaan heeft. Ik ga daar niet meer over nadenken. Dat is niet mijn vak.''

In het politieregister wordt code `VE' vervangen door `BE': `betrokkene' bij de zedenzaak. John B. krijgt dit pas na lang aandringen zwart op wit. De vermelding zal, standaard, vijf jaar blijven staan. Overigens geeft de derde aangifte de politie na de rapportage van Bullens geen aanleiding hem opnieuw als verdachte aan te merken of te horen.

Ons is ter ore gekomen dat dhr. J. B. (...) en zijn vrouw betrokken zijn bij sexuele spelletjes met kinderen. (...) Hij verkracht de kinderen via de mond, anus en vagina. Alle kinderen huilen en schreeuwen, maar zij moeten hun bek dichthouden zegt hij. (...) Hij schijnt ook in het bijzijn van de kinderen gemeenschap te hebben met zijn vrouw.

In januari krijgen de werkgevers van John en Liesbeth anonieme brieven met deze tekst. Die voor Johns werkgever is nogal curieus ondertekend: `Aktie groep tegen sexueel geweld van kinderen'.

John B.: ,,We hadden op ons werk al gewaarschuwd dat dit speelde, dus toen die post kwam is daar goed op gereageerd.''

Maar deze brieven zijn de druppel. John B. doet aangifte wegens smaad en laster en besluit vanaf nu ,,keihard terug te gaan vechten''.

John B.: ,,Ik wil dat iedereen beseft dat hij morgen óók het stempel `kinderverkrachter' kan krijgen. En dat het justitie en politie een zorg zal zijn hoe het daarna met je afloopt. Is het niet normaal dat als de politie aan een zaak begint die tot niets leidt, dat dan ook ruimhartig wordt doorgegeven dat ik geen verdachte meer ben?''

Dat is de politie niet van plan. Woordvoerder Harry Holslag wil er op wijzen dat een geseponeerde zaak bij nieuwe bewijzen ,,direct'' weer kan worden geopend. Er zijn de afgelopen maand weer `meldingen van mogelijk misbruik' uit de Bomansstraat bij de politie binnengekomen – geen aangiftes. En off the record zegt een politieman in Hengelo: ,,Als de ouders die aangifte deden zoveel ophef maken, dan kan ik me echt niet voorstellen dat er níets is.''

Dat blijft een onoplosbaar raadsel: waarom zouden de ouders B. váls willen beschuldigen? En hun eigen kinderen nodeloos opzadelen met het stigma `misbruikt'? Ze hebben daarvoor geen enkel motief. Pleit dit tegen B.?

Het optreden van de politie sterkt de ouders die aangifte deden in hun overtuiging. De politie organiseerde voor hen vorig najaar een voorlichtingsavond over B.. John B. en zijn raadsman zijn daarover ingelicht – na afloop. Aanvankelijk is bovendien tegen de ouders gezegd dat B. nog wél als verdachte geregistreerd bleef. Een vergissing, maar voor de meeste ouders een blijvend feit. En dat de `privacy-officer' van de politie weigert stukken aan John B. en zijn raadsman te verstrekken, zien zij ook als een bewijs van schuld. Eén rechercheur waarschuwde de ouders al in een vroeg stadium voor `kletsverhalen' en `het Oude Pekela-effect'. Zij werd ziek en is vervangen door een andere rechercheur. ,,Een betere, die ons gelooft'', zeggen de ouders.

En de familie B.? ,,Die kunnen naar slachtofferhulp'', zegt de politiewoordvoerder.

Dat John en Liesbeth B. aangifte wegens smaad en laster hebben gedaan, ontkent hij eerst. ,,Daar is mij niets van bekend.'' Dan zoekt hij in zijn computer: ,,O ja. U hebt gelijk. Die brieven zijn naar de technische recherche doorgezonden maar dat heeft niet geleid tot het horen van een verdachte.'' Kort na dit telefoontje blijken de drie ouderparen die aangifte deden, voor verhoor te zijn ontboden op het bureau. Volgens X. hebben ze `een waarschuwing' gekregen.

Motief

Gepensioneerd huisarts Bob Coppes kent Liesbeth B. sinds zij een baby was en John sinds hij haar vriend werd. ,,Ik ben ervan overtuigd dat dit een gemeen spel is, maar objectief ben ik dus niet'', zegt hij.

Deskundig is hij wel. Hij was lid van de raad van bestuur van de overkoepelende zorginstelling Medisch Spectrum in Twente en trad jarenlang op als bemiddelaar bij zedenzaken op scholen. Coppes erkent dat de ouders uit de Bomansstraat geen motief hebben om John en Liesbeth vals te beschuldigen.

Coppes ziet een mogelijke verklaring in `het onvoorwaardelijke geloof' van ouders in hun kinderen. ,,Het heilig verklaren van je kind: Mijn kind liegt niet. Ik kan u verzekeren dat ik mijn ouders vanaf mijn vroegste jeugd heb belazerd. Te beginnen bij de koekjestrommel.''

Ook in de nieuwe buurt waar John en Liesbeth B. wonen, raken intussen steeds meer mensen op de hoogte. De basisschool in de buurt, de Europaschool, besprak het in de medezeggenschapsraad. Voorzitter Erik Witteveen zegt dat B.' naam daarbij niet is genoemd, maar ontkent ook niet dat hij `op persoonlijke titel' soms zijn ongerustheid uit. Eén vader van een kind op de Europaschool durfde zelf naar John B. te stappen, hem op de man af te vragen of de verhalen kloppen en met het antwoord genoegen te nemen. Anderen weten genoeg.

Er gaat geen week voorbij of de kinderen van John en Liesbeth krijgen te horen dat ze bij alweer een vriendje voortaan niet meer welkom zijn. Ook moeders uit de nieuwe buurt beginnen briefjes te sturen. Liesbeth laat het laatste zien: Beste Liesbeth, hierbij wil ik je laten weten dat ik steeds meer mijn twijfels heb (...) Een logeerpartij heb ik liever niet.

Hun eigen kinderen van vier, zeven en negen jaar, weten vooralsnog alleen dat er `ruzie' is met de ouders van hun vriendjes. Niet dat zij aangifte deden en niet dat hun vriendjes zijn verhoord. De kinderen van John en Liesbeth schrijven eindeloos feestelijk versierde briefjes aan de kinderen in de Godfried Bomansstraat. Om te vragen wanneer ze weer samen mogen spelen: Ik hoop dat het snel weer ofer gaat jij ook, en Je kan stiekem mij belen. John en Liesbeth verstoppen ze, om te voorkomen dat ze gepost worden. Ze zijn bang dat de woede zich straks tegen hun kinderen richt.

Liesbeth is bezorgd over de artikel 12-procedure. Niet dat ze twijfelt, maar ze wil niet dat haar man ook nog eens `een Don Quichot' wordt. John weet dat ook vrijspraak een kwestie van gebrek aan wettig bewijs is. En net zo min een brevet van onschuld als een sepot. ,,Maar ik ben zo ontzettend op zoek naar snippertjes rechtvaardigheid.'' Hij vroeg advies aan de raadsman van René Lancée, de politiechef op Schiermonnikoog die ten onrechte is vervolgd wegens incest. ,,Die zei: geef geen millimeter toe. Want dan grijpen ze je helemaal.''