Onbelaste extraatjes

Wie veel onkosten maakt om zijn beroep te kunnen uitoefenen, kan die kosten op de belastingaangiftes over 1999 en 2000 nog aftrekken. Daarna is het afgelopen. Maar gelukkig is er nog altijd de werkgever, die heel wat onbelaste extraatjes mag weggeven.

Werken levert geld op, maar het kost ook geld. De gymleraar verslijt heel wat trainingspakken, de jurist is geabonneerd op vakliteratuur en de assurantieadviseur heeft thuis een computer nodig. Bovendien volgen de meeste werknemers zo nu en dan een cursus om hun kennis op peil te houden. Voor een training van twee dagen komt de baas wel over de brug, maar zeker bij langdurige opleidingen is het niet ongebruikelijk dat werknemers een deel van de kosten voor eigen rekening nemen.

De fiscus heeft daar wel begrip voor. Werknemers hebben – ongeacht de werkelijke uitgaven – voor dit soort onkosten jaarlijks recht op een arbeidskostenforfait van 3.538 gulden. Wie meer onkosten maakt, kan proberen een hogere aftrek te krijgen. Daar moet dan wel bewijsmateriaal in de vorm van bonnetjes tegenover staan. ,,Maar zelfs als je kunt aantonen dat je die kosten werkelijk hebt gemaakt, is het lastig'', zegt Frieda Rozemeijer, partner bij Deloitte & Touche in Beverwijk.

Dat komt niet alleen doordat de afgelopen jaren steeds meer aftrekposten zijn geschrapt, maar ook door strenge regels voor uitgaven die nog wel aftrekbaar zijn. Zo mag de leraar Nederlands die in 1999 2.500 gulden spendeerde aan Nederlandse romans dat bedrag niet volledig aftrekken, om de eenvoudige reden dat zijn gemiddelde collega in datzelfde jaar genoeg had aan 1.000 gulden.

Weinig mensen zullen zich hier druk om maken, want jaarlijks claimt slechts 2 procent van de werknemers een aftrek die hoger is dan het arbeidskostenforfait.

Als in 2001 het nieuwe belastingstelsel wordt ingevoerd, gelden er andere regels. Het arbeidskostenforfait verdwijnt en in plaats daarvan krijgen werkenden recht op een arbeidskorting van 1.770 gulden. Wie meer onkosten maakt, vist achter het net. Frieda Rozemeijer schat dat zo'n 30 procent van de werknemers hier nadelige gevolgen van ondervindt. ,,Dan kan een gesprek met de werkgever een oplossing zijn, want die mag veel onbelast vergoeden'', zegt ze.

,,Het gaat erom dat die vergoeding redelijk is en niet beschouwd kan worden als maatschappelijk voordeel.'' Een krantenabonnement geldt als maatschappelijk voordeel. In dat geval protesteert de inspecteur, want die zal vinden dat er sprake is van loon in natura, waarover belasting betaald moet worden. Vakliteratuur mag daarentegen onbelast vergoed worden, net zoals de kosten van opleidingen en congressen. Hetzelfde geldt voor de aanschaf van een mobiele telefoon of een fax. ,,Ook de telefoonrekening thuis mag door de werkgever vergoed worden, als de werknemer maar zelf de abonnementskosten betaalt'', zegt Rozemeijer.

Zij is voorstander van een cafetariamodel, waarbij werknemers en werkgevers flexibele afspraken maken over salariëring en extraatjes. ,,Stel dat je bruto 5.000 gulden per maand verdient. Voor een werkgever maakt het niet uit of dat bedrag uitsluitend uit loon bestaat, of uit loon met een paar extraatjes. Je kunt dan afspreken dat je voortaan 4.000 gulden loon krijgt en dat de werkgever 1.000 gulden betaalt aan jouw kinderopvang. Op die manier betaal je minder belasting en houd je netto meer over.''

Ze merkt op dat ondernemingsraden hier meestal moeite mee hebben. Werknemers die op deze manier hun loon verlagen, ontvangen later minder pensioen en een lagere uitkering bij eventuele arbeidsongeschiktheid. ,,Dat is waar, maar toch is er veel te zeggen voor het cafetariamodel. Als je 30 bent en jonge kinderen hebt, is je pensioen nog ver weg en de kans op arbeidsongeschiktheid klein, terwijl je wel elke maand te maken hebt met de kosten van kinderopvang.''

Wie het cafetariamodel te ver vindt gaan, kan gebruik maken van de krapte op de arbeidsmarkt. Zo krijgen Deloitte & Touche-medewerkers met jonge kinderen maandelijks een paar honderd gulden als tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. ,,Dat is de enige manier om vrouwen binnen te houden'', zegt Rozemeijer. Ook met andere extraatjes kan een werkgever zich aantrekkelijk maken. ,,Voorheen mocht een werkgever drie keer per jaar 100 gulden weggeven. Als hij daarnaast nog een kerstpakket gaf, deed de fiscus daar miezerig over. Maar nu mag dat allemaal. Of een fiets van maximaal 1.650 gulden, compleet met fietspak. Dat is toch een leuk extraatje.''

Alleen als het gaat om vergoedingen voor werkkleding zijn de mogelijkheden beperkt. De inspecteur accepteert alleen kledingstukken die mensen privé niet snel aantrekken, dus veel meer dan een toga, een stofjas of een jack met een bedrijfslogo van minstens 70 vierkante centimeter – de wetgever is op dit gebied zeer grondig tewerk gegaan – zit er niet in.

Daarentegen mogen de ziektekosten die buiten het ziekenfondspakket vallen wel onbelast vergoed worden, ook aan werknemers met een particuliere ziektekostenverzekering. ,,Als je aan het eind van het jaar een bonus kunt krijgen, houd je netto maar de helft over'', zegt Rozemeijer. ,,Je kunt ook vragen of je baas je nieuwe bril en de tandartsnota's van het hele gezin betaalt. Dan wordt die bruto bonus indirect netto uitbetaald.'' Ze kent ook situaties waarbij de werkgever de facelift van zijn werknemer betaalt.

,,Terecht, want de facelift is door een arts uitgevoerd, dus die nota kun je als ziektekosten beschouwen. Maar of de inspecteur dat accepteert is de vraag. Die beschouwt het waarschijnlijk als een cosmetische ingreep. En dan is het weer een maatschappelijk voordeel dat belast moet worden.''