Nieuwkomers hebben ruimte nodig

Van allochtonen mag gevraagd worden eigen verantwoordelijkheid te nemen. Maar de politiek dient wel de nodige handreikingen te doen, vinden Ahmed Aboutaleb en Tineke van den Klinkenberg.

Oud-VVD-leider F. Bolkestein nam tien jaar geleden het initiatief tot het minderhedendebat. Links Nederland voelde zich daar uiterst ongemakkelijk bij. In progressieve kring werd de discussie over dit onderwerp afgehouden met het argument dat een probleem maken van asielzoekers, hen als groep stigmatiseerde en zou bijdragen aan vreemdelingenhaat. Nederland wordt nu gealarmeerd over het ontstaan van een `etnische onderklasse', die een gevaar zou kunnen opleveren voor de stabiliteit van de hele samenleving. Angst speelt opnieuw een rol in de discussie. Angst voor het zichtbaar worden van de islam in het publieke domein. Irritaties daarover worden met fundamentalisme verward.

De generatie van de jaren '60, die een belangrijke rol speelt in de huidige discussie, was nu juist zo opgelucht dat de godsdienst zoveel mogelijk uit het openbare leven was teruggedrongen, dat de vrouwen zich aan het aanrecht ontworsteld hadden en homo's bestaansrecht hadden verworven. Onze ervaring leert dat iets meer lucht in de discussie en respect over en weer een hoop ruimte kan geven. Een zindelijke discussie over migratie en integratie is gediend met een evenwichtige beeldvorming die op feiten is gebaseerd.

Een voorbeeld van een onzindelijke discussie is het voortdurend ter discussie stellen van nut en noodzaak van islamitische scholen en het tegelijkertijd niet ter discussie willen stellen van artikel 23 van de Grondwet, dat de vrijheid van onderwijs waarborgt. VVD-senator H. Dupuis pleit openlijk voor het niet toestaan van islamitische scholen met een fundamentalistisch karakter. Maar hoe zit het met christelijke scholen met een fundamentalistisch karakter? Wie bepaalt dat en volgens welke criteria? Het enige criterium is datgene wat wettelijk is vastgelegd. Zodra een school de wetten overtreedt, is die school strafbaar. Het kan niet zo zijn dat met twee maten gemeten wordt.

Dat niemand in dit land de vrijheid van onderwijs aan de orde durft te stellen, is in historisch perspectief te begrijpen. Niemand zit te wachten op een hernieuwde onderwijsstrijd. Een eigen identiteit hoeft niet strijdig te zijn met de integratiegedachte. Dat sommigen de Nederlandse cultuur als superieur beschouwen is hun goed recht. Dit standpunt is echter niet te verteren als de verdedigers ervan dragers van andere culturen als een inferieur soort mensen gaat zien.

Is de angst voor fundamentalisme terecht of overdreven? Niet alle uitingen waarmee we geconfronteerd worden, zoals de hoofddoek, verdienen het etiket fundamentalisme. De Nederlandse rechtsstaat is voldoende stabiel en kan tegen een stootje. In geval van excessen zoals eerwraak biedt het juridisch systeem voldoende mogelijkheden om die aan te pakken. Dat geldt ook voor uitingen van discriminatie over en weer. De overgrote meerderheid van in Nederland wonende allochtonen respecteert en waardeert de democratie en de Grondwet. Waarom zou de islam niet te verenigen zijn met universele mensenrechten en de scheiding van kerk en staat? De houding `wij zijn de betere' – van welke kant dan ook – draagt niet bij tot een klimaat waarin op basis van gelijkwaardigheid meningen worden uitgewisseld over hoe we met elkaar om willen gaan in het publieke domein. Daarbij kan het gaan over de inrichting van de openbare ruimte, over organisatie en inhoud van hulpverlening, opvoeding, onderwijs, werk en (politieke) participatie. Wanneer mensen het gevoel hebben buiten te worden gesloten, trekken ze zich terug in hun eigen (verzuilde) hok.

Nederlanders hechten aan hun individuele vrijheden. Daarin zit verwend gedrag, dat een luxe afstand schept tot anderen. Die vrijheden zijn immers voornamelijk mogelijk geworden dankzij economische vooruitgang. De groeiende welvaart heeft de keuzemogelijkheden aanzienlijk verruimd. Bij allochtonen zal het niet anders gaan. Hun mag gevraagd worden eigen verantwoordelijkheid te nemen en zich in te spannen voor een zelfstandige plaats in de Nederlandse samenleving. Een zekere aanpassing aan de dominante cultuur, hoe moeilijk deze ook valt te definiëren, kan behulpzaam zijn bij de eigen lotsverbetering. Dat migranten elementen van hun cultuur afstoten en herkenbare Nederlandse gebruiken overnemen, is evident en gebeurt ook. Integratie is een kwestie van meedoen en het zich eigen maken van de nieuwe spelregels die bij een nieuwe omgeving horen. Nieuwkomers moeten de potenties waarover ze beschikken met kracht aanwenden om zich te kwalificeren voor deelname aan een ontwikkelde samenleving. Nederlandse taal en omgangsvormen zijn daarbij sleutelbegrippen.

Premier Kok heeft in de regeringsverklaring terecht uitgebreid stilgestaan bij de positie die etnische minderheden innemen. Volgens Kok is er `veel positiefs te melden', maar op het terrein van werkgelegenheid en onderwijs bestaat reden tot bezorgdheid. De dalende werkloosheid onder met name jonge migranten en het feit dat hoge scholen en universiteiten steeds meer Surinaamse, Turkse en Marokkaanse studenten inschrijven, stemmen tot optimisme. Het zijn kleine lichtpuntjes die hopelijk andere migranten zullen stimuleren en aanmoedigen hetzelfde te doen.

Maar regeren is vooruitzien. Daarom is het voor de politiek belangrijk een aantal ontwikkelingen die voor de toekomst van belang zijn, scherp in het vizier te houden. Willen we voorkomen dat de tweede generatie–jongeren in dezelfde marginale positie komt als hun ouders, dan wordt het tijd voor een onorthodoxe aanpak. Het is een illusie te denken, dat simpele oplossingen – een project hier en een project daar – tot het gewenste resultaat zullen leiden. Kernbegrippen als `samen' en `integraal' zijn inmiddels een gepasseerd station. Waar het nu op aankomt is snelheid en durf. Snelheid omdat te lang wordt gepraat, terwijl niemand het voortouw wil nemen. Durf, omdat politieke moed nodig is om het model dat nu gericht is op het compenseren van tekortkoming van mensen, in te ruilen voor investeringen in de ontwikkeling van hele jonge kinderen en hun ouders. Een samenhangend pakket van maatregelen gericht op de beheersing van de Nederlandse taal en het ontwikkelen van cognitieve vaardigheden, verdient een serieuze kans. Voorts zou kinderopvang tot een basisvoorziening gemaakt kunnen worden voor iedereen. Daarmee wordt voor autochtone ouders een deel van het kinderopvangprobleem opgelost terwijl kinderen van migranten op die manier naar de `voorschool' kunnen teneinde op zeer jonge leeftijd vertrouwd te raken met de Nederlandse taal.

Nederland ontvangt voortdurend nieuwe migranten. Tientallen kleine gemeenschappen blijken volledig buiten beeld te vallen. Dit zijn mensen met wie wij nauwelijks affiniteit hebben. Van het kabinet mag verwacht worden dat het er alles aan zal doen om de communicatie met deze nieuwe groepen tot stand te brengen. Ook moet worden voorkomen dat nieuwkomers in een demotiverende uitkeringsmachine terechtkomen. Slimmeriken onder hen moeten worden gesteund bij het volgen of afmaken van een opleiding. Lieden met een ondernemersgeest moeten worden geprikkeld tot initiatief. Het integratieproces kan niet plaatsvinden, als we niet bereid zijn in te schikken. Dat betekent letterlijk ruimte maken.

Ahmed Aboutaleb en Tineke van den Klinkenberg vormen de directie van FORUM, instituut voor multiculturele ontwikkeling.

DOSSIERwww.nrc.nl