Nandrolon?

Troy Douglas werd deze week door de Nederlandse atletiekunie vrijgesproken van het gebruik van nandrolon. Hoe moet de sportwereld omgaan met deze spierversterker?

Jessica Gal, judoka, arts en lid van de atletencommissie van NOC*NSF: ,,Het is duidelijk dat er meer onderzoek moet worden gedaan naar nandrolon. Want ook buiten zijn schuld kan een sporter een te hoog nandrolongehalte in zijn lichaam hebben. Ik heb begrepen dat nandrolon in voeding kan zitten, bovendien kan het lichaam nandrolon aanmaken. Topsporters moeten uitgebreid onderzocht worden, daarna moet er een norm worden gesteld. Het heeft geen zin om niet-topsporters te onderzoeken, want die hebben een andere hormoonspiegel dan topsporters.''

Cees-Rein van den Hoogenband, chirurg en arts bij voetbalclub PSV: ,,Nandrolon is een speelbal voor juristen, chemici en dopingdeskundigen. In dat mijnenveld bevond Douglas zich. Voor nandrolon bestaat nog geen regelgeving. In de angst om achter te lopen op de ontwikkelingen, hebben bestuurders van sportbonden bepaalde normen en sancties vastgesteld. Wat er moet gebeuren? Er dient uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar nandrolon gedaan te worden, waarna er normen moeten worden vastgesteld. Het is jammer dat sporters als Douglas maar ook schaatster Marianne Timmer slachtoffer worden van een gebrek aan regelgeving.''

Prof. J.M. van Rossem, dopingdeskundige: ,,Bij nandrolon hanteert men als criterium het aantal nanogrammen per milliliter, men meet dus de concentratie nandrolon. Die denkwijze is fout, want het aantal nanogrammen kan dagelijks sterk variëren. Het is veel beter om die concentratie nandrolon te koppelen aan andere lichaamseigenschappen. De wijze waarop sporters op testosteron worden getest is een goed voorbeeld daarvan. In dat geval wordt namelijk het testosterongehalte bekeken in verhouding tot het epitestosterongehalte. Zo kun je makkelijk zien of een sporter wel of geen doping heeft gebruikt. Als er nandrolon bij een sporter wordt gevonden, moet zo iemand niet meteen gestraft worden.''

Peter Winnen, oud-wielrenner, erkende doping te hebben gebruikt: ,,Wat nandrolon betreft, is het duidelijk dat het gaat om een hiaat in de regelgeving. De ene bond zegt dat een bepaald gehalte te hoog is, de andere bond noemt weer een ander getal. En dat gaat al jaren zo. In 1983 was er al een affaire met nandrolon, destijds rond Joop Zoetemelk. Ook toen kwamen de leidinggevenden in de sport er niet uit. Sommige bestuurders vinden het nu eenmaal leuk om sporters als misdadigers op te knopen. Ach, als sporter ben je bij voorbaat al verdacht en kun je om zes uur 's morgens door dopingcontroleurs van je bed gelicht worden. Die hele sfeer staat me tegen. Wat de beste oplossing is? Waarschijnlijk meer onderzoek naar nandrolon. Het hele probleem is misschien wel te ingewikkeld om op te lossen. Bovendien, kun je iemand ergens voor bestraffen waar weinig over bekend is?''

Mr. E. Vrijman, raadsman van Troy Douglas: ,,Nandrolon is een lichaamseigen stof. Wanneer die stoffen in het spel zijn, moeten we niet meteen uitgaan van dopinggebruik. Er is te weinig kennis over nandrolon, wetenschappelijk onderzoek naar die stof is dan ook vereist. Het zou raadzaam zijn als er dan per individu een norm wordt gesteld, want elk mens heeft een andere hormoonhuishouding. De laboratoria van het IOC doen wel onderzoek naar nandrolon, maar de resultaten maken ze nooit bekend. Bovendien is hun apparatuur veel te gevoelig, waardoor nandrolonwaarden enorm kunnen fluctueren. Ondertussen houden ze wel vast aan een norm van 2 nanogram per milliliter voor mannen en 5 nanogram per milliliter voor vrouwen. Die IOC-laboratoria werken met verouderde methodes en zijn gewoon misdadig bezig. De grote verliezers zijn de atletiekunie en Troy zelf.''