Man eist zijn eigen vervolging

Een ex-verdachte van ontucht met kinderen eist dat justitie hem ondanks seponering van zijn zaak toch gaat vervolgen. De man begint een zogenoemde artikel 12-procedure, waarmee een beslissing van het openbaar ministerie bij het gerechtshof kan worden aangevochten.

Het gaat om de 42-jarige J. B. uit Hengelo. Hij wil een proces om zich te rehabiliteren. Dit is in een zedenzaak niet eerder voorgekomen. B. zegt zeker te zijn van vrijspraak.

Tegen B. zijn vorig jaar drie aangiftes gedaan van ontuchtige handelingen met kinderen, waaronder verkrachting. Zijn zaak is vorig jaar na een uitvoerig politie-onderzoek geseponeerd wegens ,,onvoldoende, onbruikbaar of niet overtuigend bewijs'', aldus het OM. De ouders die aangifte deden houden evenwel vol dat hun kinderen door B. zijn misbruikt. B. heeft aangifte gedaan wegens smaad nadat lasterlijke brieven naar zijn werkgever en die van zijn vrouw zijn gestuurd. De brieven waren ondertekend door een verder anonieme `aktiegroep' tegen seksueel misbruik van kinderen. Artikel 12 is oorspronkelijk bedoeld voor slachtoffers van een delict. Volgens T. Schalken, hoogleraar strafrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, erkenden gerechtshoven in eerdere arresten evenwel dat ex-verdachten eveneens vervolging kunnen afdwingen. ,,Door niet duidelijk partij te kiezen in een conflict dat volledig uit de hand dreigt te lopen, laadt justitie een bijzondere verantwoordelijkheid op zich'', aldus Schalken over de zaak-B.. Volgens hem kan dit een rehabilitatieproces rechtvaardigen.

Justitie in Almelo beschouwt de zaak-B. als afgedaan: ,,Er is een sepot en daar moet de verdachte het mee doen'', aldus de persofficier.

Het college van procureurs-generaal stelde vorig jaar vast dat burgers die voor eigen rechter spelen in zedenzaken, daarop door justitie moeten worden aangesproken.

`Onschuld onbewezen'Zaterdags Bijvoegsel, pagina 33