Licht lijnen toegestaan

Moeders die een aantal maanden een halve kilo per week afvallen terwijl ze borstvoeding geven doen hun kinderen niets te kort. Dit concluderen Amerikaanse onderzoekers die matig lijnende vrouwen die borstvoeding gaven vergeleken met vrouwen die borstvoeding gaven, maar geen poging deden om gewicht te verliezen (New England Journal of Medicine, 17 febr.).

Toch krijgen zogende vrouwen in Nederland het advies om niet af te vallen tijdens de lactatie: door het afvallen komen extra veel giftige stoffen, zoals dioxine, uit het vetweefsel van de moeder vrij, die in de moedermelk terechtkomen. Dit zou schadelijk zijn voor de ontwikkeling van het kind. Dr. Caren Lanting, tot vorig jaar onderzoekster bij het Nederlandse PCB/dioxine-Moedermelk Project, nuanceert dat advies. Zij onderzocht de effecten van blootstelling aan onder andere dioxine op de ontwikkeling van kinderen. Bij moeders die een pond per week afvallen, zoals in het Amerikaanse onderzoek, stijgt volgens Lanting de concentratie PCB's en dioxinen niet dermate sterk dat de kinderen zich daardoor minder goed ontwikkelen.

Het Amerikaanse onderzoek is het eerste gerandomiseerde onderzoek naar het effect van afvallen van een moeder tijdens de lactatie op de groei van het kind. De onderzoekers deelden veertig pas bevallen vrouwen die borstvoeding gaven, in twee groepen in. De vrouwen waren allemaal te zwaar: van hun totale gewicht bedroeg het vetpercentage 34. De eerste groep moest per dag 500 kilocalorieën minder eten dan ze gewend waren én vier keer per week drie kwartier sporten. De andere groep kon gewoon eten wat ze wilde en mocht bovendien hoogstens één keer per week sporten.

De vrouwen die probeerden om gewicht te verliezen, vielen gedurende de tien weken dat het onderzoek duurde, gemiddeld bijna 5 kilo af. Zij kregen in deze periode circa 2.000 kilocalorieën per dag binnen. De vrouwen die niet lijnden en sportten, vielen gemiddeld één kilo af. De kinderen van de lijnende vrouwen bleken in de tien weken dat het onderzoek duurde, niet korter of lichter te zijn dan de kinderen met volop etende moeders.

Volgens de onderzoekers kunnen pas bevallen vrouwen daarom best afvallen, als ze maar niet te snel te veel gewicht verliezen. Zij zien geen bezwaar als een lacterende vrouw een halve kilo per week verliest. Uit andere onderzoeken is bekend dat vrouwen die borstvoeding geven, een constant gewicht houden wanneer zij 2.950 kilocalorieën per dag binnenkrijgen. Onderzoekers hebben berekend dat van die 2.950 kilocalorieën er 550 worden gebruikt voor de productie van moedermelk. Ook is al eens vastgesteld dat vrouwen die minder dan 1.500 kilocalorieën per dag binnen krijgen, 15 procent minder moedermelk maken dan niet lijnende vrouwen. Volgens de onderzoekers moeten vrouwen daarom niet te streng gaan lijnen wanneer ze ook borstvoeding geven.

Een commentaar in dezelfde editie van de New England Journal of Medicine schrijft dat de onderzoekers niet naar de individuele correlatie tussen afname van gewicht van de moeder en de toename van gewicht van de baby gekeken hebben. Zij keken alleen naar gemiddelden van de twee groepen. Door alleen te kijken naar gemiddelden, kunnen individuele uitschieters onopgemerkt blijven. Bovendien deden maar veertig vrouwen mee aan dit onderzoek, te weinig voor een een nauwkeurige, algemene conclusie.

In Nederland staat de kwaliteit van de moedermelk al enkele jaren ter discussie omdat moedermelk dioxinen en andere giftige stoffen kan bevatten. In het Amerikaanse onderzoek is de kwaliteit van het zog en met name het PCB- en dioxinengehalte, niet bepaald. Vuilverbrandingsinstallaties scheiden onder andere dioxine en polychloorbifenylen (PCB's) uit. Deze stoffen komen in het milieu terecht en bereiken de mens voornamelijk door dierlijke producten, zoals vlees en zuivel. Het menselijk lichaam slaat dioxine en PCB's in het vetweefsel op. Wanneer vet vrij komt, zoals bij borstvoeden en vermageren, komen ook dioxine en PCB's met het vet in de moedermelk terecht.

Nederland heeft een van de hoogste concentraties dioxinen en PCB's in het milieu. Halverwege de jaren tachtig ontstond er opschudding over de vraag of flesvoeding dan toch niet beter voor het kind zou zijn dan borstvoeding. Daarom ondersteunde de Nederlandse overheid in 1989 het Nederlandse PCB/dioxine-Moedermelk onderzoek, waarin de effecten van deze giftige stoffen op kinderen onderzocht zijn.

Caren Lanting, gepromoveerd op dit moedermelkproject dat werd uitgevoerd aan de Rijksuniversiteit Groningen en het Sophia Kinderziekenhuis Rotterdam: ``Uit ons onderzoek bleek dat blootstelling aan deze stoffen tijdens de zwangerschap een negatief effect had op vrijwel alle aspecten van de ontwikkeling: kinderen die tijdens de zwangerschap veel van de giftige stoffen binnenkregen, bleven de eerste drie maanden na hun geboorte kleiner dan hun leeftijdsgenoten die de stoffen niet via de moeder hadden binnengekregen. Ook hadden de kinderen die de dioxinen en PCB's binnenkregen, meer last van infectieziekten zoals waterpokken en middenoorontsteking. Negatieve effecten van blootstelling via de moedermelk konden we echter niet aantonen. Waarschijnlijk wegen de voordelen van moedermelk nog steeds op tegen het nadeel van extra PCB- en dioxinebelasting. Onze conclusie was dan ook dat borstvoeding, ondanks de aanwezigheid van PCB's en dioxinen, te prefereren is boven het geven van flesvoeding.''

Een interessante vraag is of de concentratie dioxine in de moedermelk door afvallen dusdanig stijgt dat het kind er last van krijgt. Wanneer een zogende Nederlandse vrouw van 70 kilo, 500 gram per week afvalt, stijgt het dioxinegehalte in haar melk met ongeveer 3 procent. Lanting: ``Ik denk niet dat deze stijging nadelige effecten zal hebben op de ontwikkeling van het kind.''