Laf uit berekening

Dieren houden niet van zinloos geweld. Ze schatten nauwkeurig hun kansen in om te winnen.

Het is vaak een tegenslag voor makers van natuurdocumentaires op zoek naar een spanningsboog: dieren vechten zo weinig. Zelfs vechtspelen met hanen, Siamese kempvissen en honden verlopen teleurstellend als de dieren elkaar al te goed kennen. Dan gedraagt de ene zich laf, en de ander hoeft ook niet altijd zonodig zijn dominantie te bewijzen. Vermoeiende en riskante vechtpartijen met soortgenoten? Dieren zijn meestal wel wijzer, als ze tenminste de gelegenheid krijgen inzicht over elkaar op te bouwen en toe te passen.

Door het inschatten van de eigen kans een conflict te winnen kan een individueel dier voorkomen dat het in een heilloze vechtpartij terechtkomt die alleen maar verwonding oplevert. Zulke risicobepaling vindt op verschillende manieren plaats, zoals het schatten van de kracht en afmetingen van de rivaal. Maar een meer ingewikkelde manier krijgt de laatste tijd veel aandacht: het gadeslaan van de sociale verrichtingen van anderen en daar conclusies uit trekken. Kippen blijken zulke informatie nuttig toe te passen. De uitkomst van een conflict tussen anderen, waar ze volledig buiten worden gehouden, heeft direct gevolg voor hun eigen gedragsstrategie.

Dat bleek uit inventief onderzoek door onder meer Jacques P. Beaugrand, etholoog aan de Universiteit van Québec in Montreal (Canada). Hij onderzocht de rol van het observeren van anderen tijdens de formatie van triades, ofwel driehoeksrelaties, tussen leghennen. Daarvoor gebruikte hij een stelsel hokken waar de dieren zicht op elkaar hadden, maar niet altijd bij elkaar konden komen.

Bij de eerste uitgebreide test konden toeschouwers een voor een toezien hoe de dominante kip die tot dan toe boven hen in de hiërarchie stond werd verslagen door een vreemde. De laatste werd daarna bij hen werd geïntroduceerd. In dat geval gedroegen ze zich alsof ze geen kans hadden een nieuwkomer te verslaan. Ze begonnen nooit een aanval tegen haar, en als ze zelf werden bedreigd gaven ze zich direct onderdanig over.

In de andere situatie zagen de kippen nu juist vanuit een apart hok hoe hun dominant een nieuwkomer glansrijk versloeg. In dat geval gedroegen ze zich daarna alsof ze wel degelijk enige kans tegenover de vreemde dachten te hebben. In de helft van de gevallen begonnen ze zelf een aanval, en van het totale aantal gevechten wonnen zij grofweg de helft en werden zij de dominante figuur. In het geval dat de kippen zomaar een vreemde bij zich kregen, zonder voorkennis over diens prestaties en relatieve status, vielen ze minder vaak aan dan wanneer ze vermoedens hadden van goede kansen: in een kwart van de gevallen. Maar in die gevallen was het meteen goed raak: eenmaal begonnen conflicten losten zich veel minder makkelijk op dan bij de eerste proef, omdat geen van tweeën het hoofd wilde buigen.

Deze feiten suggereren sterk dat toeschouwers informatie oppikten uit de relatie die tussen hun meerdere en de vreemde tot stand kwam. De verkregen kennis pasten ze coherent toe. Zelfs kippen – toch niet de meesterbreinen van de dierenwereld – kan het vermogen tot transitieve inferentie, ofwel overgankelijke gevolgtrekking, niet ontzegd worden. Hun gedragsstrategieën passen zij aan op grond van wat zij als niet-betrokken toeschouwers hebben vastgesteld; en dat kan een flinke hulp zijn bij het min of meer vloeiend opstellen en bijstellen van verhoudingen in de pikorde.

Beaugrand publiceerde zijn verhaal in Behavioural Processes (38: 241-252) en maakt er nu ook op Internet goede sier mee in zijn strijd om een plek in de wetenschappelijke rangorde. Er zijn meer dieronderzoekers die zich tegenwoordig met het opslaan van sociale informatie voor latere toepassing bezighouden. Dat erkend `politieke' dieren als chimpansees en andere apen met uitgewerkte hiërarchiesystemen er gebruik van maken is niet verwonderlijk. Maar het verschijnsel is op steeds meer niveaus van het dierenrijk aangetoond. Transitieve inferentie is een groeimarkt. Sinds het begrip door onderzoekers van apengedrag werd ontwikkeld, bleek het ook van toepassing op het gedrag van simpeler dieren als ratten en duiven. Kippen sluiten zich nu in de rij aan.

In het beste geval heeft zulk onderzoek praktische gevolgen, want ook onderzoekers van dierenwelzijn houden zich met het verschijnsel bezig. In de bio-industrie wordt namelijk heel wat afgeknokt, met bijbehorende stress, door dieren die opeens in een hok met wildvreemde soortgenoten worden geplaatst. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij kippen, maar ook bij varkens die naar leeftijd en gewicht worden doorgeschoven. Evolutionair psycholoog Byrne verdiept zich aan de Schotse Universiteit van St. Andrews in cognitieve processen bij varkens, en uit zijn kennisexperimenten blijkt dat die dieren uitstekend de kennis van anderen weten te gebruiken. Zo volgen ze `kenners' die in een bepaalde proefopstelling meer kunnen weten dan zijzelf. Maar ook `lezen' ze als buitenstaander het gedrag van anderen om gevolgtrekkingen te maken over hun sociale relaties.

Wanneer varkens enige dagen zicht op elkaar hebben gehad, en elkaar hebben kunnen ruiken, hebben ze al gegevens om elkaar in te schatten en verloopt het werkelijk samenzijn een stuk beter dan na een plompverloren ontmoeting. Maar helemaal mooi is het als een nieuwkomer, via bijvoorbeeld een traliehek, de sociale gebeurtenissen in een groep kan gadeslaan voordat hij er werkelijk in wordt geplaatst. Zo'n dier vindt uiteindelijk veel vloeiender zijn plek in de rangorde, en de bijkomende stress is navenant lager.