Klein Vuil

1.De tulpenhandel bloeit weer, als nooit tevoren. Een mevrouw heeft een droom, waant zich meteen Martin Luther King, en iedereen tuint er met open ogen in. Ik doel natuurlijk op internetprovider Worldonline onder leiding van de struise Nina Brink, die rond de beursgang van haar bedrijf een graad van collectieve hysterie georganiseerd heeft die zijn weerga niet kent.

Een paar jaar geleden nog maar was Worldonline een schimmig aanbiedertje dat probeerde ook een graantje mee te pikken op de schuchter beginnende providermarkt. Dat was in de tijd dat XS4ALL met een paar duizend aansluitingen als een gigant gold, dat KPN dacht Het Net te moeten opzetten als een binnenlandse geïsoleerde speeltuin, en dat een gesubsidieerd experiment om inwoners van Flevoland aan een gratis aansluiting te helpen spoorslags verzoop in onfrisse ruzies waar Brink ook bij betrokken was. Er was gedonderjaag over de dienstverlening van Worldonline, wachtwoordbestanden van Brinks bedrijf kwamen op straat te liggen, er werd geklaagd over haar lompe en agressieve optreden, kortom, Worldonline leek allesbehalve een blijvertje. Maar zie, soms werkt megalomanie. Brink overleefde als een van de weinigen door handig aan te sluiten bij grotere partijen, waardoor ondanks de beroerde `track-record' het abonneebestand van Worldonline toch groeide tot een voor nieuwe internetters vertrouwenwekkend groot aantal. Dat werkte als vliegwiel, en Worldonline groeide vanzelf verder.

Op zichzelf genomen is het knap om een bedrijf dat van huis uit bitter weinig te bieden had, ook in vergelijking met zijn concurrenten, op te blazen tot een van de grootste providers van Nederland. En nu haalt Brink haar volgende Münchhausentruc uit: het opblazen van Worldonline tot in elk geval financieel een van de grootste bedrijven ter wereld. Want opnieuw heeft Worldonline eigenlijk niets te bieden.

Aandelen in internetgerelateerde bedrijven zijn flippo's voor volwassenen geworden. Een rage. Cijfers doen niet ter zake, lijkt het, zelfs voor de anders zo bezadigde institutionele beleggers. Maar waar de meeste bedrijfjes nog wortelen in een min of meer concreet beloftevol product, is dat bij Worldonline niet het geval. Er is eenvoudig geen onderliggend product, geen enkel `unique selling point'. Alles wat Worldonline doet, doen tientallen anderen ook, en vaak beter. De indrukwekkende abonneelijst waarmee men schermt is minstens zo schimmig als die van anderen - onder meer omdat Worldonline een gratis provider is, wemelt hij hoogstwaarschijnlijk van de dubbele accounts en spookrekeningen die nooit gebruikt worden. Daarbij wordt die lijst de laatste weken nog eens extra opgepompt met loze accounts door de belofte dat abonnees voorrang hebben bij de uitgifte van de schaarse voor de kleine belegger beschikbare stukjes. Worldonline is niet meer dan een gezwollen reclamecampagne met de arme Christopher Reeve als profeet en Brink zelf in de rol van Jezus: laat de guldentjes tot mij komen.

Beleggen in Worldonline, dat is geen gokken meer, dat is tulpenbollenhandel in optima forma. Voor de aanstormende beleggers valt te hopen dat het bedrijf met het verworven giga-kapitaal als de donder de intrinsieke waarden inkoopt die voor een echt fundament onder dit vrijzwevend kapsel kunnen zorgen, anders zou hun investering wel eens als sneeuw voor de zon kunnen verdampen. Aandelen Worldonline zijn hete aardappelen die je snel moet doorgeven wil je je er niet aan branden. Want wie ze het laatst heeft, mag ze houden, allemaal.

2. De volgende oorlog zal vanachter het computerscherm beslist worden. Wat tien jaar geleden nog science fiction leek, is getuige het recente, tamelijk huiveringwekkende overzicht van wat er nu al gaande is van Rob Sijmons in Vrij Nederland maar al te realistisch. Cyberwar bestaat.

Jammer genoeg gaat het niet om robotoorlogen, waarbij het menselijke kanonnenvlees vervangen is door elkaar bekampende machines. En al was het wel zo, dan was er nog geen reden voor optimisme. De kans dat de verliezende partij zich na uitschakeling van zijn cybersoldaten bij zijn nederlaag neerlegt lijkt mij gering. Ook de mooiste onbemande vliegtuigjes, slimme raketten, op afstand bestuurde tanks en robotkrijgers betekenen op zijn best dat het wat langer duurt voordat als vanouds het grote slachten begint.

Maar dat is, zoals gezegd, ook niet wat cybernetische oorlogvoering inhoudt. Veel eerder gaat het om een onvoorstelbare groei van de sector spionage en sabotage. Cyberwar gaat over het ontregelen van de computersystemen en bijbehorende gegevenstromen van de tegenpartij. Strikt militaire toepassingen, zoals het vervormen van radarbeelden, het storen van verbindingen en het onklaar maken van computergestuurde apparatuur van telefoon tot slagschip, zijn daar maar een betrekkelijk klein onderdeel van. Minstens zo belangrijk zijn de civiele systemen. Denk aan het financiële verkeer, aan de water- en energievoorziening, aan voedseldistributie, media en telecommunicatie. Bij computeroorlogvoering is de burger het primaire doelwit.

Daarmee is de computeroorlog een volgende stap in de devolutie van het gewelddadig conflict. Met de groei van technologie en beschaving vervaagt het onderscheid tussen militairen en non-combattanten steeds verder. Ooit was oorlog, afgezien van plunderincidenten, roofpartijen en af en toe een gerichte terreurcampagne, een zaak van militairen onderling. Napoleons massale conscriptielegers vormden de eerste stap in de deprofessionalisering van de oorlogvoering, maar nog aan het begin van de eerste wereldoorlog kwamen in Oost-Afrika de dames van beide partijen op een heuvelrug toekijken hoe de Britse en Duitse koloniale legertjes elkaar aan de voet van de Kilimanjaro te lijf gingen. Daarna kwam de totale duikbootoorlog, gericht tegen zuiver economische doelen, een kwart eeuw later de `Totale Krieg' en de massale terreurbombardementen. In Vietnam vervaagde het onderscheid burger-soldaat weer verder, en nu is het de maatschappij zelf die vernietigd moet worden. En bij elke stap stijgt steevast het aantal stervende non-combattanten. Ook dat heet vooruitgang.