KABELJAUW STERFT SNEL UIT IN WARMER NOORDZEEWATER

De populatie kabeljauw op de Noordzee loopt het risico op zeer korte termijn catastrofaal af te nemen. Niet alleen de gestage overbevissing speelt daarin een rol, maar ook een tot nu toe onvoorzien effect van klimaatverandering. De afgelopen 10 à 12 jaar was het water in de Noordzee ruim een graad hoger van temperatuur dan het gemiddelde van de drie decennia ervoor. Deze temperatuurstijging ging gepaard met een opvallende daling van de jaarlijkse aanwas (de recruitment) aan jonge kabeljauwvisjes (Nature, 9 maart).

Een statistisch verband tussen de afname van de jaarlijkse jonge aanwas en de stijgende zeewatertemperatuur lijkt aannemelijk (al is het niet volstrekt overtuigend). In het enige jaar (1996) van het afgelopen decennium waarin het water van de Noordzee weer even koud was als vroeger, was ook gelijk de aanwas weer op het oude peil. De onderzoekers deden de intrigerende ontdekking dat de invloed van de temperatuur op de aanwas sterk afhankelijk is van de omvang van de populatie geslachtsrijpe kabeljauw. Er tekent zich behoud van ellende af: als de populatie sterk is gekrompen, en de kans op een flinke aanwas sowieso gering is, is er nauwelijks effect van de temperatuur. Zijn de aantallen geslachtsrijpe vis weer flink toegenomen dan is de ongunstige invloed van een hogere temperatuur maximaal. Het temperatuur-effect is niet al te verwonderlijk. De kabeljauw op de Noordzee bevindt zich aan de zuidgrens van haar verspreidingsgebied, waarvan de ligging waarschijnlijk mede door de temperatuur wordt bepaald.

Het nieuwe inzicht betekent een extra complicatie voor het beheer van de kabeljauwstand op de Noordzee. Drie jaar geleden werd in Nature (6 februari 1997) al voorgerekend dat de huidige vangstregeling neerkomt op het toelaten van een overbevissing die onontkoombaar de kabeljauw zeldzaam maakt in de Noordzee. De meeste kabeljauw is pas na vier jaar geslachstrijp, maar vissen met een leeftijd van nog geen twee jaar worden al volop gevangen. Naar schatting zal maar 4 procent van de eenjarige vissen de geslachtsrijpe leeftijd van vier bereiken: in de huidige populatie Noordzee-kabeljauw domineert de onvolwassen vis. Al eerder verdween de kabeljauw vrijwel bij IJsland en voor de oostkust van Canada.