Indië-veteranen 1

Elsbeth Etty schreef over mevrouw Spoor, die een aantal kritische kanttekeningen plaatste bij het voornemen van premier Kok om Indonesië excuses aan te bieden. Inmiddels heeft Kok gelukkig en terecht die voornemens achter de horizon laten verdwijnen.

Etty vraagt zich af: ,,Weet iemand nog dat in 1969 twintig jaar na de soevereiniteitsoverdracht het Tweede Kamerlid J.M. den Uyl vergeefs een parlementaire enquête voorstelde naar de `excessen', zoals de in Indonesië door Nederlandse troepen gepleegde oorlogsmisdaden hier eufemistisch werden genoemd? ''Ik was in die tijd zelf lid van de Tweede Kamer. De Handelingen uit die tijd leren ons dat de heer Den Uyl een motie had opgesteld. Dat was `niet het voorstel tot het houden van een enquête', maar hij wilde eerst aftasten of de Kamer zo'n enquête zou willen steunen. Er ontspon zich een opmerkelijke, en terecht sterk procedureel bepaalde discussie. Einde van het lied was dat Den Uyl zijn motie aanpaste. In wezen ging het hem erom dat de Kamer uitsprak dat zij het gewenst achtte `een door hem in te dienen voorstel in overweging te nemen tot het instellen van een enquête naar de wijze waarop de politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheden hebben gefunctioneerd bij het tot stand komen van handhaven in de zaak Zuid-Celebes van besluiten waarbij systematisch werd afgeweken van de geldende normen van rechtspleging.'' Duidelijk is hierbij dat het door hem aangegeven onderzoeksterrein zeer beperkt was.

Etty pleit er ook voor excuses aan te bieden aan `de Nederlanders die zo dapper waren zich tegen hun eigen overheid te verzetten', zoals de dienstweigeraars. Zelf heb ik indertijd als oorlogsvrijwilliger dienst gedaan in het toenmalige Nederlands-Indië. Dienstweigeraars hebben indertijd geweigerd hun wettelijke plicht te vervullen. In ons bestel volgt dan een correctie en dat is terecht, in het bijzonder tegenover de tienduizenden die wèl hun plicht vervulden en naar een terrein van actie gingen waarop ruim zesduizend Nederlandse militairen het leven lieten. Velen ondervinden tot op de dag van vandaag ernstige fysieke en/of psychische gevolgen, terwijl de dienstweigeraars rustig thuis konen blijven en geen levensgevaar liepen.