In de Kamer

Nu en dan gaat het gerucht dat deze of gene politicus (Kok zelf, Dijkstal, Melkert) eigenlijk buitengewoon geestig is.

,,Maar daar merk je buiten Den Haag weinig van'', zei ik.

,,Daar merk je in Den Haag ook niet veel van'', zei Jan Marijnissen. We grinnikten een beetje.

,,Nee'', ging ik verder. ,,Wanneer heb je nou voor het laatst gelachen in de Kamer?''

De laatste dinsdag voor het voorjaarsreces. Stemmingen. Jeltje van Nieuwenhoven kijkt verstoord op. Haar blik blijft rusten op de geachte afgevaardigde Van Heemst. Ze zegt: ,,Hij is er alleen op dinsdag hoor; op woensdag en donderdag is hij er niet.''

Jan onderbrak zichzelf en keek me vorsend aan. Nu moet je weten dat Van Heemst nogal rumoerig is, lastig voor de voorzitter. En dat hij na een ziekte zijn werkzaamheden nog maar gedeeltelijk heeft hervat. En hoe Van Nieuwenhoven zoiets zegt – met een mengeling van strengheid en berusting.

Regels, sfeer, karakters. daaruit ontstaan in de Kamer, net als elders, momenten dat er gelachen wordt. ,,Humor is zo vluchtig'', zei Jan. ,,Ik vergéét die momenten.''

De Kamer is ook niet bepaald op humor georganiseerd. Als je op iets wil reageren moet je opstaan, naar de interruptiemicrofoon lopen en je beurt afwachten. Dan kun je moeilijk zeggen: vijf minuten geleden zei de minister dit of dat en toen dacht ik zus of zo.

Humor veronderstelt bovendien de bereidheid om risico's te nemen. Jij zegt iets ten koste van een ander, een ander zegt iets ten koste van jou. Zo gaat dat. Zo gaat dat meestal niet in de coalitiepolitiek, waar elke kleinigheid kan opzwellen tot een rel van jewelste.

Lof voor Zalm, zei Jan. Die gaat overal op in, houdt van risico's. En het andere uiterste: Van Aartsen. Gaat nergens op in, probeert elk risico te mijden.

Ach, Van Aartsen. Laten we eerlijk zijn Jan, als jij en ik 's morgens zo'n vreselijke das op zo'n treurig overhemd moesten knopen, zouden we de rest van de dag ook niet erg geestig zijn.