`Ik heb altijd geleerd weerbaar te zijn'

Ronny Naftaniel maakt zich sterk voor restitutie van joodse oorlogstegoeden. Dat heeft niets te maken met inhaligheid, zegt hij, maar alles met rechtvaardigheid. `Los dit op. Anders gaat het nooit over.'

Nee, Ronny Naftaniel was eigenlijk nooit van plan om van Israel en van het jodendom zijn beroep te maken. Ja, hij vindt de excuses van premier Kok belangrijk, net zo belangrijk als de teruggave van het geld dat Nederlandse instellingen ten onrechte aan het leed van de joden hebben verdiend. En nee, hij vindt zichzelf niet de rechthaberische drammer waarvoor sommigen hem verslijten.

Als je voor belangen opkomt dan dram je meestal, zegt Naftaniel. ,,Ik vind het absoluut onacceptabel dat wanneer wij proberen terug te krijgen wat van ons is, ons wordt verweten dat wij het over geld hebben. Natuurlijk is het vervelend om over geld te praten, maar het gaat hier om hele principiële rechten. Ik heb ongelooflijk de pest aan onrecht. En ik laat me niet leiden door de angst dat iemand hierin aanleiding kan zien om een eeuwoud stereotype over de op geld beluste jood van stal te halen.''

Naftaniel (51) is directeur van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israel (CIDI), vice-voorzitter van het Europees Joods Informatie Centrum in Brussel en – zijn meest in het oog lopende functie de laatste maanden – bestuurslid van het Centraal Joods Overleg, dat met de regering onderhandelt over restitutie van de joodse tegoeden. Econoom van opleiding, lobbyist van beroep, organisator en politicus van inborst, hij verleent met zijn uitgesproken standpunten, zijn zelfverzekerd optreden en zijn vasthoudendheid grote zichtbaarheid aan de zaak waar hij voor staat – en daarmee aan zichzelf.

De commissie-Van Kemenade stelde het kabinet onlangs voor 250 miljoen gulden uit te keren aan de joodse gemeenschap, als `tegemoetkoming' voor geld dat zij in de oorlog is kwijtgeraakt. Maar volgens het Centraal Joods Overleg (CJO) gaat het om aanzienlijk meer: zeker 750 miljoen, en zelfs 2,2 miljard als dat geld in langlopende staatsleningen belegd was geweest. De onderhandelingen zijn nu in de fase van `ambtelijk overleg'. Enkele maanden geleden heeft het CJO een akkoord bereikt met het Verbond van Verzekeraars: 45 miljoen en een streep eronder.

Niet alle Nederlandse joden zijn blij met de inspanningen van het CJO. Vrij Nederland citeerde David Wertheim, 29 en naar eigen zeggen ,,een tweeëneenhalve generatie jood'', die dit ,,een doelloze zoektocht'' vindt die tot nu toe vooral verdeeldheid heeft gezaaid. Kampoverlevende Robert Wolf schreef in een ingezonden brief aan de Volkskrant, dat hij ,,zich diep schaamt voor de inhaligheid van de joodse organisaties''.

Van inhaligheid wil Ronny Naftaniel niets weten. ,,We luisteren scherp naar de achterban, maar er zullen altijd mensen zijn die kritiek blijven hebben. Misschien zijn mensen van de 2,5ste generatie gevoeliger voor wat kwaadwillenden in hun omgeving zeggen, en hopen ze dat we ophouden. Nou, dat doen we niet. Wij houden niet op.''

Premier Kok bood onlangs wel al zijn excuses aan de joodse gemeenschap aan, voor de behandeling na de oorlog, maar pas toen het moest van de Tweede Kamer. In deze krant schreef de historicus Ido de Haan, dat Kok aan Japan vraagt wat hij slechts met de grootste moeite aan de joden geeft. Zijn die excuses nog wat waard?

Naftaniel kiest zijn woorden met zorg. ,,Het heeft me verbaasd dat het nodig was om aan te dringen. Kok heeft zijn boodschap aan de Nederlandse joden uitgesproken op een congres in Stockholm over holocaust-educatie. Daar nam hij duidelijk afstand van het gedrag van de Nederlandse staat na de oorlog. Op de televisie heb ik gezegd dat ik vond dat hij beter ín Nederland spijt kon betuigen.''

Emotionele zuinigheid? Of toch vooral financiële?

,,Beide, misschien. Ik geloof dat hij meent wat hij zegt, dat het heel moeilijk is om 55 jaar na dato te zeggen dat iets hem spijt wat een voorgaande regering heeft gedaan. Misschien denkt hij dat er dan iemand opstaat die een spijtbetuiging wil voor het gedrag van deze regering in Srebrenica. Maar ik denk ook dat hij zich afvraagt: wat kost het.

,,Die excuses zijn zo belangrijk, omdat hiermee, voor de overlevenden van de oorlog bijna postuum, een nieuwe episode in de geschiedschrijving wordt ingezet. Ik ben altijd vol lof geweest voor degenen die echt verzet hebben gepleegd, maar er is nog maar weinig over van het heldenepos dat ik op school heb geleerd, over Nederlanders in het verzet, Nederlanders die zich te weer hebben gesteld op de Grebbeberg, over de rol van het koninklijk huis, over de Nederlandse gastvrijheid.

,,Toen mijn vader als Duitse jood naar Nederland kwam in 1938 is hij bepaald niet gastvrij ontvangen. Hij is meteen opgesloten, eerst in tuchthuis Veenhuizen en daarna in Hellevoetsluis. Daar kreeg hij één gulden per maand, hij had honderd vierkante meter bewegingsruimte en moest zijn jas verkopen aan de slager omdat hij anders omkwam van de honger. Toen mijn ouders na de oorlog Westerbork verlieten, moesten ze op appèl verschijnen en mochten ze één deken meenemen. De koffers werden onderzocht om te zien of ze iets van de eigendommen van Westerbork hadden meegenomen. A. de joden hadden hun verblijf in Westerbork zelf betaald en B. het feit dat die koffers werden gecontroleerd getuigt van een enorm wantrouwen, alsof de overlevenden de boeven waren. Mensen die terugkwamen uit de onderduik werden helemaal niet warm onthaald. Het was hier kil, koud en akelig.

,,In de loop van de tijd is met al die mythes afgerekend. Het is nu keurig in perspectief gezet, dat er goede en slechte mensen waren en vooral een grote grijze massa die helemaal niks deed. En nu wordt ook de naoorlogse periode rechtgezet.''

Hoe is het uw familie vergaan in de oorlog?

,,Mijn vader is vóór het uitbreken van de oorlog naar Westerbork overgebracht, dat als opvang diende voor Duitse joden. De hele oorlog zat hij daar, hij had onder het Nederlandse gezag een baantje gekregen als magazijnmeester en hield dat onder het bewind van de nazi's. Ergens in dat magazijn had hij de Nederlandse vlag verstopt, en bij de bevrijding heeft hij die samen met de Engelsen en de Canadezen geheven. Ik heb me altijd afgevraagd waarom, want zo'n goede ervaring had hij met Nederland niet.

,,Hij kwam uit een gezin van dertien kinderen, die tijdens de oorlog over de hele wereld verspreid zijn geraakt: Engeland, Amerika, Israel, Hongkong, Zweden, Nederland. Mijn moeder kwam uit Arnhem, zij leerden elkaar in de oorlog in Westerbork kennen. Pas toen ze na de oorlog naar Amsterdam gingen, woonde mijn vader na zeven jaar voor het eerst hier in een huis.

,,Mijn opa aan mijn moeders kant is vergast in Auschwitz, maar voor de rest is de familie redelijk intact gebleven. Mijn vader ging al vrij snel na de oorlog voor zijn zaak - hij handelde in fournituren voor de sigarenindustrie - naar Duitsland, al ging hij er niet met vakantie. Er werd thuis ook vrijelijk over de oorlog gesproken. Niet op een wraakzuchtige manier, maar ik heb altijd geleerd weerbaar te zijn. Mijn oma was strijdbaar. Ik weet nog goed dat ik als kind met mijn oma in de tram stond en dat ze dwars door de tram naar een mevrouw riep: `Hé vuil NSB-wijf!' Ik vond dat natuurlijk op dat moment gênant, maar later denk je: toch wel moedig.''

In hoeverre bent u zelf praktizerend joods?

,,Er zat in mijn familie dus een zekere felheid waar het om joodse zaken ging, maar we waren niet religieus. Ik moest wel bar mitzvah worden, de ceremonie waarbij je als jongen van dertien tot de gemeenschap van mannen toetreedt, maar ik had er jarenlang helemaal geen interesse voor. Dat is tijdens mijn studie veranderd. Het joods zijn is voor mij een soort lotsverbondenheid, het gevoel tot één volk te behoren met een gedeelde geschiedenis en achtergrond. Op vrijdagavond steken we thuis de sjabbat-kaarsen en zeggen de gebeden, dat wel. Voor de rest ben ik typisch een niet-religieuze, maar zeer bewuste jood – iets wat je in Nederland niet zo veel vindt, maar in Amerika en andere landen veel meer.

,,In mijn studententijd heb ik samen met vrienden begin jaren zeventig een joods jongerencafé opgericht op de Zeedijk. Dat was nog controversiëler! Op de Zeedijk, of all places. `Gotspe' heette het. Het was een daverend succes, we hadden tweeduizend jongeren in de kaartenbak. Ik heb er trouwens mijn vrouw Jet leren kennen. Behalve een kroeg was het ook een ontmoetingsplaats, met culturele activiteiten, discussiebijeenkomsten, optredens van onder anderen de zingende rabbijn Shlomo Karlebach. Ik deed er van alles: barman, frietbakker, discjockey, uitsmijter. De afspraak was dat de kroegbaas de bar zou beheren en wij als stichting het kosjere eten. Na driekwart jaar was hij ongeveer failliet, want wat blijkt nou: joden zijn niet zulke grote drinkers, maar wel grote eters! Dus wij zaten behoorlijk goed in onze slappe was. Maar het kon niet zo doorgaan, de tent is gesloten en wij hebben dat geld aan Israel gegeven. Dat was het einde van het avontuur.

,,Tijdens mijn studie heb ik samen met een aantal vrienden de Werkgroep Israel opgericht, die zich inzette niet alleen voor het erkennen van veilige grenzen van Israel, maar ook voor erkenning van het Palestijnse recht op zelfbeschikking - mits dat Israel niet in gevaar zou brengen. In die tijd was dat not done, en we kregen daar ook problemen over met de joodse gemeenschap. Maar ik vond het een uitdaging om met een eigen standpunt op de barricade te staan. In 1976 werd ik gevraagd bij het CIDI te komen werken, en sinds 1980 ben ik er directeur. Ik heb het niet zo gepland, het had net zo goed heel anders kunnen lopen.''

Het is leuk op de barricade, maar u zult toch altijd moeten kiezen waar u zich voor in de strijd gaat werpen? U kunt onmogelijk álle onrecht aanpakken.

,,Je hebt het niet altijd voor het kiezen. Ik vond dat het begin jaren tachtig als CIDI-medewerker tot mijn taak behoorde om in actie te komen tegen niet-joodverklaringen die sommige Nederlandse bedrijven gaven om in Arabische landen te kunnen werken. Ik heb er een zwartboek over geschreven, en Nederland was het enige Europese land dat echt maatregelen heeft genomen tegen die boycot. Israel werd daarmee politiek en economisch beschadigd, dat moet je als CIDI oplossen. En dan bereik je iets.

,,Ja, natuurlijk heb ik ook wel eens dingen gedaan waarvan ik achteraf dacht: donquichotterie, zonde van de energie. Ik herinner me al te goed een dorpsrel in Vledder. Er was een meneer die aanstoot nam aan de `Jodenweg', die leidde naar het voormalige kamp van joodse arbeiders die afgevoerd waren. Die straatnaam vond hij onkies, waarom niet `Jodenstraat' of `Jodenpad'. Ik heb hem ondersteund met een brief aan de gemeenteraad. Die haalde eerst de provinciale pers, toen was het hele land in rep en roer, toen tot CNN aan toe. Uiteindelijk vond ik het behoorlijk gênant.'' Schaterlachend: ,,Remco Campert had het in de Volkskrant over het `Centrum voor Informatie en Documentatie over Israel en Vledderveen'. Dodelijk!''

Wat bezielt u om uw leven in dienst te stellen van Israel? U woont er niet, u heeft er weinig familie, het land staat regelmatig op voet van oorlog met de buren – en het is bovendien steeds minder een joodse staat. Is uw houding: my country, right or wrong?

,,De schrijver Abel Herzberg heeft Israel ooit omschreven als: een blanco cheque die je kunt invullen op het moment dat het nodig is. De joodse gemeenschap kan alleen veilig en rustig bestaan dankzij het feit dat Israel er is. Het is een vluchtplaats. Uiteindelijk is Israel een garantie voor de geestelijke en culturele steun aan joden elders. Persoonlijk ontleen ik veel steun en warmte en zekerheid aan het bestaan van dat land, en ik vind het zeker de moeite waard om het te steunen en te promoten. Een beetje gespleten is het wel, maar mijn vrienden en familie wonen híer, daar wonen zou betekenen een leegte hier achterlaten. Mijn leven bestaat uit meer dan joden en Israel alleen.

,,Israel zelf is inderdaad veel minder idealistisch geworden, veel Westerser. Als je door Tel Aviv loopt kan het net zo goed New York zijn. Het hoeft van mij niet alleen maar religie en traditie te zijn, want vanuit die traditie kun je ook een moderne samenleving opbouwen. Er zit een enorme dynamiek in dat land, de software-industrie staat voorop in de wereld. Ondanks de oorlogen, ondanks de ligging in een ondemocratische Arabische wereld is het een bruisend land en kan het voor zijn identiteit opkomen. Ik heb diep respect voor de wijze waarop Israeliërs zich staande hebben weten te houden.

,,Dat wil niet zeggen dat ik het met alles wat de regering doet, eens hoef te zijn. Het CIDI heeft zich al vroeg uitgesproken vóór de Palestijnse staat, en tegen de nederzettingenpolitiek van Likud. Je kunt niet zeggen dat het CIDI geen eigen koers vaart. Wij zijn geen windvaan.''

Israel is bruisend, zoals u zegt, maar in de omgang is men vaak keihard met elkaar. Heeft u daar zo recht voor z'n raap leren spreken?

,,In Israel word je heel mondig, ja. Soms lijkt het alsof ze er een nationale sport van maken om oudjes van de bushalte te stoten, maar als hier iemand in het water valt staat iedereen toe te kijken hoe die verdrinkt. Daar niet. Ten diepste is daar wel mededogen. Er is een verschil tussen beleefdheid en medemenselijkheid. Israel is ruw, hard, niet beleefd, wel menselijk. Nederland is vooral erg beleefd, formalistisch, het is moeilijk te weten wat iemand echt vindt. In Israel weet je dat binnen twee minuten en dat vind ik verfrissend. Daar is men intens bezig met leven, met overleven. Hier hoeft dat veel minder, hier is het vooral huis, carrière, gezin. Het politieke landschap is vlak geworden en het paarse kabinet helpt daar hard aan mee. Ik zou hier graag meer politieke felheid zien. Ik heb zelf actief de provotijd meegemaakt. De macht was toen in handen van een kleine elite en dat moest veranderen. Nu is de slinger weer terug naar de pre-provoperiode.''

Wat stemt u zelf?

,,Meestal PvdA. Ha, nee, dat helpt inderdaad ook niet. Maar ja, klein-christelijk is voor mij ook geen alternatief.''

Hoe vindt u dat de regering tot nu toe is omgegaan met de restitutie van de joodse tegoeden?

,,De overheid loopt te marchanderen, die wil de zaak met een `gebaar', een `tegemoetkoming' afkopen. Dat is beledigend. Wat de staat ons presenteert, is een sigaar uit eigen doos. Het gaat om het geld van de joodse gemeenschap zelf waarmee de staat zich daarmee decennialang heeft verrijkt, en dan zouden we daar een stukje van terug kunnen krijgen? Een tegemoetkoming? Nee. Dat is een verkeerd standpunt. Deze regering moet duidelijk maken dat de staat niet mag profiteren van dit soort onrecht, ook al zijn we vijftig jaar verder. Het erkennen van dat principiële recht is belangrijker dan de hoogte van het bedrag. Ik zeg: los dit nu op, zet er een streep onder, want als je het níet oplost gaat het nooit over. Die erkenning is een essentieel onderdeel van de hele kwestie van excuses en spijtbetuigingen.''

Hoe lang verwacht u dat deze onderhandelingen gaan duren?

,,Ik hoop dat het vóór de meidagen voorbij is, als we 55 jaar bevrijding gaan vieren. Als de regering en de effectenbeurzen slim zijn, dan proberen ze er samen met ons een streep onder te zetten, een materiële streep. Maar als het een slepende kwestie wordt, zal ik me er nog jaren voor inzetten, zo simpel houdt het niet op. Als het niet lukt zullen niet alleen wij onze mond blijven open doen, maar ook de joodse wereldgemeenschap, met name de nog levende oorlogsslachtoffers. Zij zullen met z'n allen naar Nederland wijzen als een land dat kennelijk hiervoor geen gevoel heeft.''

Gaat het goed met het jodendom in Nederland? Merkt u veel van antisemitisme?

,,We houden per jaar een lijst bij met antisemitische incidenten, maar dat aantal blijft redelijk constant. Waar ik me meer zorgen over maak, is de houding binnen de joodse gemeenschap ten opzichte van elkaar. Men denkt veel te exclusief. Men is bang dat het jodendom door assimilatie zal verwateren, en daarom wordt iemand die met een niet-jood trouwt, veel te gauw verstoten. Dat is zó onverstandig. Je moet juist ínclusief denken.''

Wie is volgens u `de' joodse gemeenschap?

,,Dat is een conglomeraat van linksen, rechtsen, orthodoxen, niet-orthodoxen, in ieder geval van mensen die zich op een of andere wijze identificeren met het joodse volk. Voor mij maakt het niet uit of iemand wel of niet religieus is, een joodse moeder of vader heeft: als hij zichzelf als jood beschouwt, dan behoort hij tot de gemeenschap waarvoor ik wens op te komen. Het is vooral een persoonlijk, emotioneel criterium, een lotsverbondheid, het behoren tot één volk.

,,Twee weken geleden was er een demonstratie in Wenen tegen de FPÖ van Haider. Met een man of veertig zijn we vrijdagavond in een bus gestapt en 's nachts naar Wenen gereden om daar zaterdag mee te demonstreren. En diezelfde nacht weer terug. De orthodoxe opperrabbijn Just heeft in een brief naar de kranten geschreven dat het CIDI de weg kwijt was, omdat we op Sjabbat reisden, dat mag volgens de orthodoxe leer niet.

,,Ik begrijp dat hij zich eraan gestoord heeft, maar hij ziet niet dat deze mensen opkomen voor de belangen van de joodse gemeenschap. De regels waren voor hem belangrijker dan het doel van de reis.

,,Met zo'n houding stoot je mensen af. Het is toch al zo'n kleine gemeenschap van zo'n dertigduizend Nederlanders en misschien tienduizend Israeliërs, met een geringe organisatiegraad. U kent het gezegde: twee joden, drie meningen. Joden houden van ouds van discussies. Niets als feit aanvaarden, alles ter discussie stellen – ik vind het een gezonde levenshouding.''

De staat presenteert ons een sigaar uit eigen doos. Dat is beledigend

Israel is een vluchtplaats, een blanco cheque die je kunt invullen als het nodig is