Habsburgse lip

In antwoord op de ingezonden brief van kaakchirurg J.G.N. Swart uit Rotterdam (NRC Handelsblad, 7 maart) op mijn artikel `Karel V en zijn Habsburgse lip' (25 februari) is het hierbij afgebeelde Habsburgse familieportret door Bernhard Strigel (Kunsthistorisches Museum, Wenen) eigenlijk voldoende.

Dokter Swart schrijft dat de volle onderlip afkomstig is van Karel's grootmoeder, Maria van Bourgondië. Hij concludeert in zijn brief: `Hij (Karel) had dus geen Habsburgse, maar een Bourgondische lip'.

Op het schilderij is de beeldschone Maria van Bourgondië rechts afgebeeld. Ze is herhaaldelijk en profile geschilderd en nooit is er sprake van een ontsierende onderlip. Haar legendarische schoonheid gaf ze door aan haar zoon Philips (links van haar), die de geschiedenis in ging als Philips de Schone.

Hoe de Habsburgse kinnebak dan wel in de familie kwam is overduidelijk te zien op het portret van Maria's echtgenoot keizer Maximiliaan I van Habsburg (links). Diens markante profiel met de gebogen neus en vooruitstekende kaak wordt op schilderijen en munten genadeloos weergegeven. Ook diens beide kleinzonen Ferdinand (op de voorgrond links) en vooral Karel (midden) werden met een zware kinnebak geboren. Vrijwel alle Habsburgse nazaten moesten deze last torsen. Men spreekt in de Nederlandse historie en kunsthistorie echter niet van een Habsburgse kaak – hoewel dat natuurlijk de schuldige is – maar wel van een Habsburgse lip of onderlip.