GroenLinks lijdt niet aan morele preoccupaties

De filosoof Achterhuis betwistte in deze krant de opstelling van GroenLinks inzake Kosovo. Hij zat er naast, meent Paul Rosenmöller.

Te veel moraal in de politiek pakt slecht uit. Althans, volgens Hans Achterhuis in deze krant van 15 februari. Hij acht de NAVO-interventie in Kosovo een mislukking en vreest dat Realpolitik is verruild voor Moralpolitik. Een gevaarlijke ontwikkeling, omdat hoge morele doelen in de politiek altijd door de middelen verdraaid en gecorrumpeerd kunnen worden.

Voortbordurend op zijn recente essay `Politiek van goede bedoelingen' meent Achterhuis dat de buitenlandse politiek van GroenLinks, zeker sinds de Kosovo-interventie, zich laat leiden door het adagium `het doel heiligt de middelen'. Een onzinnige stelling, die Achterhuis alleen kan staven door feiten geweld aan te doen.

Het afgrijzen dat Achterhuis overmant inzake Kosovo, maakt hem blind voor het gegeven dat hij in mij juist een bondgenoot treft als het gaat om de interpretatie van politieke denkers als Machiavelli en Hannah Arendt. In plaats van mij te verwijten uit een `vat vol vooroordelen te putten', moet hij het toejuichen dat ik de Florentijn onlangs in mijn Machiavelli-lezing als kampioen van het republikeinse politieke leven roemde. Machiavelli heeft ons geleerd de politiek te beschouwen zoals deze zich tussen mensen afspeelt. Aan hem danken we het inzicht dat tegenover het onvermijdelijke politiek-morele verval een politieke deugd staat; het vermogen om creatief en krachtdadig om te gaan met veranderingen in de samenleving.

Ik begrijp daarom goed waarom Achterhuis, zowel in zijn artikel van 15 februari als in zijn essay, betoogt dat de politiek niet vanuit een puur morele invalshoek met de gebruikelijke doel-middelen categorieën moet worden beschouwd, maar eerder als de politieke deugd van de virtu à la Machiavelli of een handelen à la Arendt.

Met Hannah Arendt vindt ook Achterhuis dat macht gezien moet worden als een potentie die ligt opgesloten in het politieke samenzijn van mensen en dat het publieke domein als ontmoetingsplaats voor sprekende en handelende mensen in stand dient te worden gehouden. Geweld ondermijnt dit samenzijn en daarmee de politiek. Zonder uitzicht op harmonie of consensus dienen in de politiek pluraliteit, verschillen en strijd eeuwig centraal te staan. Ook dit punt heb ik in mijn lezing geprobeerd te verwoorden: ,,Goede politieke democratie is naar mijn mening altijd aan revisie toe. Ze kan namelijk nooit meer dan tijdelijk sociale conflicten verzoenen; het mag deze conflicten nooit volledig beslechten, want daarmee wordt onze vrijheid geknecht. Dit maakt dat een ware politieke democratie per definitie verdeeld dient te zijn, zodat sprake kan zijn van een permanent gevecht om de macht. Een macht die niemand zich definitief mag toe-eigenen.''

Helaas eigende Servië zich die macht toe over de Kosovaren, toen in 1989 de autonomie aan Kosovo werd ontnomen. Deze gebeurtenis en de spiraal van onderdrukking en geweld die er op volgde, leidde tien jaar later tot de kritische steun van GroenLinks voor de NAVO-interventie. Die steun was een triest maar logisch vervolg op het politieke handelen, zoals dat al jaren daarvoor door ons was ingezet. Dat handelen werd niet geleid door morele preoccupaties zoals Achterhuis suggereert, maar hield rekening met de haast iele marges van de internationale politiek.

Te bont maakt Achterhuis het met de stelling: ,,Toen vervolgens de ingezette middelen duidelijk uit de hand liepen, kwam geen protest van GroenLinks en werden geen Kamervragen gesteld.'' Ook zou volgens hem `de politiek' de oorlog niet ter discussie hebben gesteld en is geen verantwoording afgelegd.

Namens GroenLinks heeft Marijke Vos tijdens het Kamerdebat van 24 maart, de dag waarop de interventie begon, uitvoerig gesproken over de motieven achter het `moeilijkste besluit' dat wij tot dan toe hadden genomen. Ze ging in op doelen en middelen en vroeg nadrukkelijk aandacht voor risico's. In een vroeg stadium drongen wij aan op (beperkte) grondacties om vluchtelingen te beschermen. Ook gedurende de oorlog hebben wij vele kritische vragen gesteld, met name over het bombarderen van bruggen, Servische media, elektriciteitscentrales en de Chinese ambassade, ook werd met zusterpartijen gepleit voor bombardementspauzes.

GroenLinks heeft tijdens de interventie verantwoording afgelegd, niet alleen in Kamerdebatten, ook daarbuiten. In diverse drukbezochte openbare bijeenkomsten werd stevig gediscussieerd over onze kritische steun. Dit herhaalde zich in het najaar, nadat wij onze Kosovo-evaluatie uitbrachten. Het debat ging niet alleen over moraal, over doelen en middelen, maar zeker ook over politiek. Men kan ons politieke handelen bestrijden, maar niet ontkennen dat wij het ter discussie hebben gesteld.

Achterhuis kan waarschijnlijk moeilijk accepteren dat in het geval van Kosovo er iets vreemds is gebeurd. Er was brede politieke steun voor de interventie, waarschijnlijk omdat Realpolitik en Moralpolitik juist grotendeels samenvielen. Of wil hij de stelling verdedigen dat het van ultieme Realpolitik zou hebben getuigd als de NAVO niet geïntervenieerd zou hebben? Dat weet ik niet. Feit is dat hij noch in zijn artikel, noch in zijn essay aangeeft wat volgens hem had moeten gebeuren. Laat staan dat hij ingaat op de vraag hoe dit politiek had moeten worden gerealiseerd. Hij schrikt uiteindelijk terug voor de consequenties van zijn betoog en verschanst zich achter een moreel oordeel.

Paul Rosenmöller is fractievoorzitter van GroenLinks in de Tweede Kamer.