Gedreven zangers in sobere Così

In 1998 ontstond Opera Trionfo met als opzet pas afgestudeerde zangers de kans te bieden tegen een salaris op uitkeringsniveau podiumervaring op te doen. De eerste productie bleek een succes, en dit jaar trekt het gezelschap voor de eerste maal langs negentien theaters met een sobere enscenering van Mozarts Così fan tutte onder de strakke en enthousiaste leiding van Vincent de Kort.

In het aantal voorstellingen en de repertoirekeuze is Opera Trionfo volwassen en ambitieus, in budget, aantal musici en repetitietijd staat het initiatief in de kinderschoenen. Zware zangpartijen, een enkelvoudig bezet ad hoc-orkestje van tien jonge musici waarvan de twee violisten ook het koor vormen, nauwelijks regie en een decor dat bestaat uit weinig meer dan een schutting - het zestal heel jonge solisten dat door Opera Trionfo in het diepe wordt gegooid, zal aan het einde van volgende maand kunnen terugkijken op een werkervaring die de omstandigheden van het kleinste professionele operagezelschap een paradijselijke luxe zal doen lijken.

Het is de vraag waarom voor deze eerste grote productie werd gekozen voor een weliswaar luchtige maar vocaal en muzikaal zware opera als Così fan tutte die, het respectabele aantal coupures ten spijt, nog altijd ruim tweeënhalf uur duurt. Eind volgend seizoen brengt Opera Trionfo de één uur durende opera Les Mamelles de Tiresias van Poulenc met het Nieuw Ensemble onder Ed Spanjaard, Dat lijkt een passender keuze binnen het kader.

Tijdens de première in Zwolle dwongen de zes zangers om wie Così draait allen respect af met de gedreven wijze waarop zij de voorstelling draaiende hielden. Sopraan Machteld Vennevertloo bezette de rol van het doortrapte dienstertje Despina met veel vocaal en theatraal inlevingsvermogen, en was in de veelal statische personenregie van Jan Bouws een aangenaam middelpunt van bewegelijkheid. Ook sopraan Esther Bijma bijkt goed getypecast als de wat bedeesde Fiordiligi. Zij kwijt zich met een fraai middenregister van haar aria Per pièta in de tweede akte en ontroert in de duetten met Dorabella, welke rol in mezzo Ineke Vlogtman met veelbelovend warm en rekbaar timbre gestalte krijgt.

In deze Così is het vooral de inbreng van Vlogtman en bas Robbert Muuse (Guglielmo) die het vocaal niveau van de voorstelling op een hoger plan tilt. Muuse brengt Guglielmo's cynische aria omtrent de trouweloosheid van de vrouw (Donne mie, la fate e tanto) met een ruimte en souplesse die letterlijk en figuurlijk even het kleinschalige karakter van deze productie ontstijgt.

Voorstelling: Così fan tutte van W. A. Mozart door Opera Trionfo o.l.v. Vincent de Kort m.m.v. Esther Bijma (sopraan), Ineke Vlogtman (mezzo-sopraan), Machteld Vennevertloo (sopraan), Robbert Muuse (bas), Livio Gabbrielli (bariton), Jan Carpentier (bariton). Regie: Jan Bouws. Gezien: 7/3 Schouwburg Odeon, Zwolle. Tournee t/m 1/5.