Een leidende rol in de buurt

De woningcorporaties staan al enige tijd grotendeels op eigen benen. Het was wijlen staatssecretaris Heerma (Volkshuisvesting) die begin jaren negentig besloot de subsidies aan de corporaties af te kopen. Voor de corporaties aantrekkelijk omdat ze daardoor onder de regelparaplu van de overheid uit konden, de boekhouders in Den Haag waren verlost van een dure en feitelijk onbegrensde subsidieregeling.

Maar het had voor de corporaties ook een prijs: zij moesten toezeggen zich als `maatschappelijke ondernemer' te gedragen. In de loop van de tijd werd ze bovendien een leidende rol toebedeeld in de `stedelijke vernieuwing' die overal in het land tot een beter woon- en klimaat zou moeten leiden. Maar voor het overige werden de corporaties steeds vrijer gelaten. Wel hield de overheid nog een stok achter de hand om er voor te zorgen dat corporaties hun kerntaak, het zorgen voor voldoende en adequate sociale woningbouw niet verwaarlozen: zo lang ze dat doen, hoeven ze geen vennootschapsbelasting te betalen.

Ook van staatssecretaris Remkes (Volkshuisvesting) krijgen de corporaties de ruimte. De afgelopen maanden heeft Remkes al verscheidene malen uitgesproken dat wat hem betreft de corporaties (waarvan de meeste overigens van oudsher al private organisaties zijn) de vrije markt op kunnen. Maar tegelijkertijd wil hij dat deze `woningbedrijven' hun publieke verantwoordelijkheid nemen. Dat ze zorgen voor voldoende huisvesting in de sociale woningbouw maar ook dat ze verantwoordelijk zijn voor het leefklimaat in wijken.

De corporaties kunnen die vrijheid volgens Remkes ook krijgen omdat de woningmarkt de afgelopen jaren ingrijpend is veranderd. Het tekort aan woningen is grotendeels ingelopen en bewoners stellen steeds hogere eisen aan hun huisvesting: de tijd dat ze tevreden waren met wat ze werd aangeboden is voorbij.

Vanuit Den Haag kon je nog wel regelen hoeveel woningen van welk type en volgens welke bouwvoorschriften moesten worden aangeboden, maar vanuit het ministerie kun je niet regelen hoe je precies op zeer uiteenlopende, en soms ook snel wisselende wensen moet reageren.

In de discussie die vooraf gaat aan de nota `Wonen in de 21e eeuw' (die Remkes binnenkort zal publiceren) heeft de staatssecretaris al aangegeven dat wat hem betreft de corporaties naast hun publieke taken ook gewoon de vrije markt op kunnen. Ze mogen zelf projecten ontwikkelen buiten de sociale woningbouw. Op voorwaarde dat ze niet bij de overheid voor steun aankloppen als het een keer fout loopt.