De kunst om veel tegelijk te doen

Het mooiste aan acteren is als je op verschillende niveau's aanwezig kunt zijn, vindt actrice Renée Fokker. In Ibsen leeft ze zich uit.

In Biarritz tijdens het Filmfestival versloeg Renée Fokker haar concurrente Jeanne Moreau. Beiden waren, als beste actrice, genomineerd voor de Gouden Fipa. Het was Renée Fokker die de prijs in de wacht sleepte voor haar spel in de Nederlandse productie Het Paradijs. Renée Fokker, ravenzwart haar, scherp gezicht, moest in die film het cadeau spelen dat twee mannen als prijs ontvangen: een vrouw van lichte zeden. Alles mogen ze met haar doen. Ze moet een stuntvrouw spelen, auto's rijden over haar heen, tientallen dingen gebeuren tegelijk. En dat vindt ze het mooiste van acteren: op verschillende niveaus aanwezig zijn.

In Ibsens drama Kleine Eyolf of de menselijke verantwoordelijkheid (1894) vertolkt zij de rol van Rita Allmers. Regisseur Ivar van Urk nodigde haar uit. Ze zegt: ,,Ik sta in de keuken komkommer te snijden, tomaten moeten in plakjes, ik loop naar de afvalbak en onderwijl voer ik een gesprek, luister, kijk om me heen naar de andere spelers. Dat is het mooie van toneel. Mensen worden samengebracht op die paar vierkante meter van de speelvloer.''

Renée Fokker groeide op in Nijmegen. Ze was `een ondernemend type': ,,Al op mijn dertiende wilde ik clown worden en de clownschool volgen in Zürich. Ik was gegrepen door Festival of Fools, het Footsbarn Theater. In mijn pubertijd, zo in de jaren zeventig, beleefden zij een hoogtepunt. Toneel zei me toen veel minder. Op de stoep stond ik als een lang bakvisje te jongleren met ballen. Ik volgde cursussen van Django Edwards. Ik maakte veel mee, ik kwam in de wonderlijkste situaties terecht. Goede ervaringen opgedaan, maar ook kwalijke.''

Ze wilde naar de theaterschool. In Maastricht. Toen ze moest vertellen waarom ze wilde acteren, liep ze weg. Aan de Amsterdamse Toneelschool, die ze bezocht tussen 1983 en '87, bewaart ze geen goede herinneringen: ,,De wil van de docenten was wet, ze hingen aan hun eigen visie. De enige uitzondering was Wim Meuwissen die je vertrouwen, zelfverzekerdheid en rust gaf. Voor mij de belangrijkste voorwaarden om goed te kunnen acteren.''

Vlak na haar studie deed ze haar eerste grote toneelrol, Julia in Shakespaere's Romeo en Julia. Daarna kwamen filmrollen zoals in Blind Date van Theo van Gogh, waarmee ze een Gouden Kalf verwierf. Verder vertolkte ze de hoofdrol in de dramaserie De Zomer van `45 door Bram van Erkel, en speelde ze in Loos en Terug naar Oegstgeest, beide van Theo van Gogh. Het maakt voor haar geen verschil of ze op het podium of voor de camnera staat. Ze weet, ofwel door een miniem gebaar of ook een onverwachte uitvergroting, veel zeggingskracht in haar oogopslag te leggen, in haar stem of met haar mimiek. De Britse regisseur Peter Brook ontwikkelde een methode om als toneelspeler veel tegelijk te doen. Renée Fokker oefende zich daarin, wat haar stijl die tintelende energie geeft: ,,Brook had als training dat je iemands gelaatsuitdrukking moest imiteren, hoe gek die ook was. Vervolgens sprak een ander in je oor allerhande moeilijke wiskundesommen in en een derde, aan je andere oor, fluisterde je vragen toe, zoals `Wat is je lievelingskleur' en `Hoe heet je moeder.' Door dit vaak te doen kun je jezelf trainen. Het mooiste van het acteren gebeurt wanneer het spel vanzelf gaat, wanneer er vaart in het spel komt en je moeiteloos doorschiet van de ene in de andere scène. Dan splijt je hoofd als het ware open, alles valt op zijn plaats.''

Kleine Eyolf beschouwt ze als een geschenk: ,,Zeker in de eerste twee delen is het een schitterend intermenselijk drama. Daarna, in het laatste bedrijf, wordt het symbolisch geladen en ook moeilijk te spelen. Er gebeuren de gruwelijkste dingen in Kleine Eyolf. De man en de vrouw haten elkaar. Ooit waren ze negen weken verliefd, toen is hun kindje verwekt. Daarna is het misgegaan. De vrouw klampt zich als een pitbull aan die man vast, wil alleen maar bevestiging van zijn kant, dat hij tegen haar zegt: `Ik houd van jou.' Maar dat zegt hij niet. Mijn personage eist de man helemaal op. Dat haar kind door de val van de commode, terwijl zij vreëen, voorgoed mank is, is niet haar schuld, het is de schuld van iedereen behalve zijzelf. Dat maakt haar rol zo wrang en bitter. In Kleine Eyolf is er sprake van een voortdurende machtsstrijd tussen man en vrouw, en daar zit nog een derde tussen: de zuster van de man. Eigenlijk krijgt die zuster alle liefde van de man, ik weet niet of er iets seksueels tussen hen bestaat maar intimiteit bestaat er zeker. Ibsen schetst het drama van mensen die in een verhouding niet met elkaar kunnen bestaan maar ook niet zonder elkaar. Uiteindelijk gaat het kind, de kleine Eyolf uit de titel, dood. Dat doodgaan, is natuurlijk altijd het engst. Mensen klampen zich vast aan een liefde, een plaats in de wereld, al hebben ze er geen vrede mee. Maar ze kunnen niet zonder. Anders heb je niets meer, dan kun je net zo goed dood gaan. Want dat is het recht van bestaan, een plek vinden in de wereld.''

Omdat Renée Fokker zelf moeder is, kwam de rol van Rita zo beangstigend dichtbij: ,,Het is niet erg dat een rol dichtbij komt, dat is mooi en geeft ook diepte. Maar je moet ook niet te veel geïnvolveerd raken. Vergelijk het eens met een huisarts of psychiater. Die kan ook niet elk probleem van zijn patiënt mee naar huis nemen. Ik probeer een personage te begrijpen, maar dat betekent niet dat ik er begrip voor kan opbrengen. Aanvankelijk speelden we alle ellende, al het gescheld op elkaar heel fel en schreeuwend. Dat werkte niet goed. Ivar van Urk kiest nu voor zendmicrofoons zodat we heel zacht kunnen praten, zelfs ijselijk glimlachen en tegelijk de ergste dingen zeggen. Een rol hoeft niet altijd psychologisch verklaard te worden, mensen reageren irreëel en vaak onlogisch. Vanuit die krachten bouw ik Rita Allmers op. Een vrouw die zo bang is de liefde te verliezen terwijl ze die allang verloren heeft.''

Kleine Eyolf van Henrik Ibsen door het Oranjehotel. Vanavond première Grand Théâtre, Groningen.