De filmer en de bandiet

De Braziliaanse cineast João Salles maakte een film over de sloppenwijken. Dat neemt de elite hem niet in dank af, hij is zelfs aangeklaagd wegens `collaboratie'. `Wie praat, is dood.'

Het was een schreeuw zoals ik nog nooit had gehoord. Geen woede of verdriet, zelfs geen schreeuw van angst of pijn. Het klonk als een schreeuw uit een andere wereld. Ik kijk naar de sloppenwijk op de berg voor mijn huis – een van de vijfhonderd favelas van Rio. De lichtjes van de huizen tegen de berghelling glanzen als een kerstboom. Het silhouet van het oerwoud, daarboven de maan. En daartussen die hartverscheurende schreeuw.

Ik sluit de ramen en luiken. Er is altijd wel iets in de sloppenwijk. Schietpartijen, politie-invallen, rivaliserende drugsbenden die de wijk proberen over te nemen.

Ik woon op een paradijselijke berg in het hart van Rio. Anders dan in de rest van de wereld wonen de rijken van Rio niet op de berg. Ze drommen samen in zwaarbewaakte flats in de strandwijken op zeeniveau. In Rio wonen alleen de armen bij de hemel. Ze hebben hun sloppen tegen bergen aangebouwd die met dikke oerwouden over de stad liggen uitgezaaid. Het is een overblijfsel uit de slaventijd, beweert men. Een `blanke heer of dame' zou zich te zeer vermoeien bij het beklimmen van de helling.

De favelas en de strandwereld van Rio vormen twee gescheiden werelden. De elite in Rio komt hooguit de berg op om er aan de poort een grammetje coke of een zakje wiet te kopen.

Zelfs op mijn berg ken ik alleen de buitenkant van de favela. Veel schieten. Zoals afgelopen woensdag bijvoorbeeld. Zwitserse Sig Sauer-mitrailleurs en Amerikaanse AR-15 geweren knallen de laatste carnavalssamba uit de nacht. De volgende ochtend is alles weer lieflijk. Wilde apen slingeren door de bananenbomen. Een kleurig toekan-echtpaar vliegt naar zijn ontbijt. En op de onverharde weg van de favela liggen zes lijken: de opbrengst van de zoveelste aanval van een rivaliserende drugsbende op de wijk. ,,Heb je gehoord wat er gisteren gebeurd is'', vraagt mijn werkster Teresa de nacht na de schreeuw. Ze woont in de sloppenwijk. ,,Ze hebben die jongen levend in stukken gehakt.''

Hoe werkt de favela, waar komt het geweld vandaan, met welke gedachten leven de mensen daar? Dat wilde de Braziliaanse filmmaker João Salles weten. Vorige week verscheen het nieuws in de krant: `Filmmaker Salles had contact met drugsbaas Marcinho VP.' Het stond op de voorpagina met vette koppen. `Braziliaanse cineast begunstigt bandiet uit favela.' Een paar dagen later werd Salles door het openbaar ministerie van Rio de Janeiro in staat van beschuldiging gesteld.

Wat was er gebeurd? De filmmakers João en Walter Salles hadden een reportage gemaakt van het geweld in de sloppenwijken van Rio. Bericht van een particuliere oorlog, heette de film die de broers maakten over het leven in de sloppenwijk Dona Marta. Het is de beroemdste favela ter wereld, sinds Michael Jackson en Spike Lee er in 1996 hun clip They don't care about us opnamen. ,,Ik had de politie geïnterviewd en met bewoners gesproken'', vertelt João Salles over zijn film. ,,Toen kreeg ik via iemand van het team van Spike Lee het aanbod om met Marcinho te praten. Dat greep ik natuurlijk onmiddellijk aan.''

Zoals alle sloppenwijken van Rio heeft ook Dona Marta zijn drugsbaas: Márcio dos Santos heet hij, bijgenaamd `Marcinho VP'. Marcinho is in Dona Marta geboren en zit vanaf zijn zestiende in de drugshandel. Sinds zijn achttiende is hij met zijn groep van ongeveer honderd `soldaten' heer en meester in de wijk.

Een favela in Rio werkt als een middeleeuwse burcht. De drugsdealer als ridder en de bewoners als horigen. De ridder heeft zijn arendsnest bovenin de favela. Hij beveiligt zijn hoofdkwartier met geweren en zware artillerie. Veel drugsdealers hebben machinegeweren op een driepoot, en infraroodkijkers voor 's nachts. De drugsdealer heeft iedereen onder schot die probeert zijn territorium binnen te dringen, de bevolking is het levend schild.

Zo vertelde Teresa eens hoe in haar favela iedereen de opdracht heeft om bij een inval van de politie te blijven staan waar hij staat. Wie voor het raam staat, moet daar blijven. Wie buiten speelt, of een biertje aan de kiosk drinkt, moet dat vooral blijven doen. Bij de inval van de politie speelde een meisje van zeven voor haar hut. Het kind was bang geworden, en naar binnen gegaan toen de politie schietend de berg probeerde te bestormen. Een dag later kwam de straf: de drugsbaas schoot het kind door het hoofd.

Dat is de logica van de nieuwe Middeleeuwen. Niemand komt de wijk in zonder de bescherming van de drugsbaas himself. Zo moest ook Spike Lee in 1996 met Marcinho in zee, om in Dona Marta zijn clip met Michael Jackson te mogen draaien. Marcinho beveiligde de opname met zijn eigen soldaten. Een service waarvoor de Amerikanen uiteraard moesten dokken.

Slaaf

In het mediacircus rond Jackson behaalde Marcinho VP zijn eerste roem. Gewapend verscheen hij voor de camera's. ,,Ik ben drugshandelaar omdat mijn volk door het systeem tot slaaf wordt gemaakt'', zei hij, en beschuldigde de politie van Rio van corruptie en moord in de sloppenwijken. Niet geheel onterecht, meenden Amnesty en het Amerikaanse State Department. Want in plaats van de drugshandel te bestrijden, stelt de politie in Rio zich meestal tevreden met een percentage van de winst van de drugsbazen. Vandaar de titel van Salles' film: Bericht van particuliere oorlog. In de sloppenwijken woedt een privé-oorlog tussen de `bandieten' van de politie en die van de drugshandel. João Salles: ,,Ik wilde weten hoe een kind uit de favela drugsdealer wordt, en hoe hij zijn eigen rol in het geweld beschouwt.'' Hoor en wederhoor, zouden wij zeggen. Maar zo simpel ligt dat niet in Brazilië.

De gebroeders João en Walter Salles behoren tot de top van de Braziliaanse elite. Zoons van de op twee na grootste bankier van het land. Met zijn film Central do Brasil behaalde Walter Salles afgelopen jaar een Oscar-nominatie. Er gaat geen week voorbij of ze staan weer met foto in de bladen. En deze society-parels laten zich in met het laagste uitschot dat er bestaat?

Parlementariërs en ondernemers die geld witwassen, drugs invoeren, moordcommando's leiden: behoor je tot de elite, dan zijn er weinig grenzen. Maar is er één ding dat niet mag: de grens naar de sloppenwijk overschrijden. Je loopt die andere wereld niet binnen, ook niet uit nieuwsgierigheid. Want niet rássenmenging, maar klássenmenging is nog steeds het grote Braziliaanse taboe.

,,Het is oorlog'', verklaart de voormalige politiechef van Rio, Hélio Luz. ,,In Brazilië woedt een oorlog tussen rijk en arm.'' Luz is dezelfde politieman die ook in Salles' film aan het woord komt. Inmiddels is hij Kamerlid voor de Braziliaanse Partij van de Arbeid (PT.) Afgezet als korpschef, omdat hij het in die functie gewaagd had de corruptie in eigen gelederen aan te pakken. ,,De elite beschouwt de armen in de sloppenwijken als de vijand'', legt Luz uit. ,,En tegen een vijand voer je oorlog. Komt hij in opstand, dan val je bij hem binnen. Schietend en moordend. De politie is de gewapende arm van onze elitestaat. Het zou hypocriet zijn dat anders te zien.''

Taboe

De gebroeders Salles lapten het taboe van de elitestaat aan hun laars. Ze gingen voor hun film de favela binnen. ,,Ik ben geboren op een halve kilometer van Marcinho VP vandaan'', zegt João Salles. ,,Toch is de afstand die mij van Márcio scheidt, groter dan tussen mij en een willekeurig iemand uit Hongkong. Wij zijn de vijand voor hen, en zij voor ons.''

De eerste keer dat hij Marcinho ontmoette, zat die ondergedoken in een andere deelstaat. De drugsdealer was in Rio veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf. Maar een half jaar later was hij met zeven anderen alweer op spectaculaire wijze ontsnapt. De man die Salles ontmoet, voldoet echter niet aan zijn beeld van de boef. ,,Het eerste dat me opviel, was hoe onhandig en weerloos Márcio was'', vertelt João Salles over deze ontmoeting. ,,Marcinho is opgegroeid in de favela, daar is hij iemand, en daar kan hij zich verweren. Hier was ik vooral onder de indruk van zijn kwetsbaarheid.''

In het begin wist Salles niet goed hoe hij de dealer moest aanspreken. ,,U van de informele economie'', zei hij deftig. Tot Marcinho hem onderbrak: ,,Zeg maar gewoon bandiet. Want dat is wat ik ben.'' Marcinho legt hem uit waarom hij voor zijn `vak' heeft gekozen. ,,Als u zo meteen naar huis gaat, kunt u voor het slapengaan bedenken dat u de beste filmmaker bent die er bestaat. Ik zou misschien de beste portier kunnen zijn. De beste busconducteur of de beste parkeerwachter. Ik heb besloten de beste bandiet te worden.''

De filmer raakt onder de indruk van de bandiet. Marcinho vertelt over zijn leven. Industrieel tekenaar wilde hij worden. Hij ging zelfs naar een tekencursus in de dure strandwijken, maar stapte weer op. ,,Ik voelde hoe de andere kinderen naar me keken: wanneer zal hij dat potlood stelen, die kleurstift achterover drukken.'' Daarna probeerde Marcinho het als fotomodel. Hij komt niet verder dan de Don Juán van de wijk, en wordt vader op zijn zestiende – de moeder was dertien. Daarna een grote liefde met een oudere vrouw. En toen de drugshandel. Tientallen mulheres de fé, de `vertrouwensvrouwen' waar je als drugsbaas `recht' op hebt. ,,Ziet u die ring'', vertelt zo'n meisje aan een journalist van Jornal do Brasil. Ze heeft de zilveren ring van een drugsdealer om haar vinger. ,,Net een creditcard. Hiermee kan ik alles krijgen wat ik wil. Als ze die ring zien, weten ze wie ik ben.''

De sprong naar het leiderschap kwam voor Marcinho begin jaren negentig. Hij nam de drugshandel in Dona Marta over van zijn oom, die was opgepakt. ,,Een gemeenschap heeft een leider nodig die vrede en rust brengt'', rechtvaardigt Marcinho VP deze stap in het boek dat hij later in opdracht van João Salles schrijft. ,,En voor een leider in de favela is drugshandel de enige optie.'' De filmer wijst de bandiet op de bendeoorlogen, de schietpartijen, het terroriseren van de bevolking. Toch niet bepaald goed leiderschap, houdt hij Marcinho voor. In Rio de Janeiro worden bijna zeven keer zoveel mensen vermoord als in New York. En jaarlijks worden 26 duizend mensen door vuurwapens gedood, tegenover zesduizend in de VS.

,,Op een gegeven moment had ik het gevoel dat Marcinho begon te twijfelen'', zegt Salles. ,,Hij wilde eruit stappen.'' Logisch. Want Marcinho zat klem.

De bende van Zaca – een drugsbaas uit een andere favela – stond op het punt Santa Marta over te nemen. Marcinho had gebrek aan wapens. Een drugshandelaar in Rio verdient dertigduizend gulden per week. Daarvan moet hij de politie betalen, en zijn eigen leger van ongeveer honderd jongeren. Per hoofd is dat dus niet meer dan driehonderd gulden per week. Veel houdt een drugsbaas dus niet aan zijn handel over. Marcinho stuurde één van zijn jongens naar Salles met het verzoek of de rijke filmer geen taxi van hem wilde kopen. Die was van Marcinho's zwager. ,,Met het geld van de taxi wilde Marcinho zich bewapenen'', vertelt de Salles. Dat leek de filmer geen prettig idee.

Via een tussenpersoon waarschuwt Salles de politie dat er een bendeoorlog dreigt in de wijk. De politie bezet Dona Marta, en Marcinho duikt onder. Anderhalve maand later rinkelt bij Salles de telefoon: Marcinho aan de lijn. Of het aanbod van de filmer nog staat om hem een beurs van twaalfhonderd gulden per maand te geven voor het schrijven van een boek over zijn leven. ,,Mijn antwoord was ja. Ik geloofde dat Marcinho met een boek meer bijdraagt aan deze stad, dan met het uitzitten van zijn gevangenisstraf. En dat geloof ik nog steeds.''

Het boek is half af gekomen. `De dag van de doden is om de doden te herdenken', schrijft Marcinho over de veertig jonge `soldaten' die hij in het geweld verloren heeft. `Ik herinner me dat we jong waren en de wereld wilden veranderen. Onze wereld is de favela. De politie blijft er maar binnenvallen. En zo heeft de favela zich opgesloten in zijn kleine wereld, zijn piepkleine wereldje.'

Inmiddels is in Brazilië het schandaal losgebroken. Salles had het al aan voelen komen, en knipte Marcinho helemaal uit zijn film. Een kopie waar Marcinho nog wél opstaat, is echter in handen van de politie gekomen. En zo begon het balletje vorige week te rollen. In de deelstaat Rio is een politieke crisis uitgebroken, nadat de coördinator van het veiligheidsbeleid het voor de filmer had opgenomen. ,,Het feit dat Salles een hoge sociale positie heeft, verschaft hem nog niet de legitimatie om bandieten te helpen'', repliceerde gouverneur Garotinho, en trok zijn steun aan de veiligheidschef in.

Gek van angst

Die middag is de spanning in de sloppenwijk Dona Marta te snijden. Beneden aan de poort staat een haag van tot de tanden bewapende politiemannen. Sinds een week is Dona Marta door de veiligheidstroepen van de militaire politie `bezet'. ,,Ik weet niets, helemaal niets, ik ken helemaal niemand'', zegt een jonge vrouw met angstige ogen. Zwetend beklimt ze met haar drie kinderen de brokkelige trappen die naar de donkere maag van de sloppenwijk leiden. Uit de hutjes klinkt niet de normale kakofonie van muziek en keiharde soaps. Het is vandaag angstig stil.

,,Het is om gek te worden van angst'', zegt Cintia, een jonge advocate van een hulporganisatie die gratis juridische adviezen geeft in de wijk. De mensen verlaten hun huis alleen nog voor boodschappen, zegt ze. Dat is sinds drugsbaas Zaca en zijn gewapende bende vorige week de wijk van Marcinho VP hebben `afgepakt'. 's Nachts vielen ze binnen. Ze gooiden een bom, schoten met hun machinegeweren, en executeerden de dertienjarige Jackson. Omdat het kind als drugsrunner voor Marcinho werkte? Omdat hij per ongeluk in de weg stond? Niemand in Donna Marta zal het vertellen. ,,Wie praat is dood'', zegt Cintia, die haar achternaam zelfs in Nederland niet in de krant wil. ,,Er zijn mensen geslagen en vrouwen verkracht, en sinds de politie hier is, is alles nog erger.'' Maar het ergste, het allerergste, zegt Cintia, is dat drugsbaas Marcinho VP gezworen heeft terug te komen.

,,Het kan ons niets schelen wie de baas is'', zegt een oudere bewoner aan wie Cintia me voorstelt. Hij praat alleen strikt anoniem. ,,Ze zijn allemaal hetzelfde. Als het maar de één, óf de ander is.'' De dreigende inval van Marcinho sloopt de zenuwen van de mensen. Niemand kan met één van de `soldaten' van Zaca gezien worden. Terwijl Zaca juist van de mensen eist dat ze zijn naam op hun voordeur kalken.

Die avond verschijnt Marcinho op televisie. Tegen het tv-netwerk RedeGlobo vertelt hij dat hij een `Sociale Revolutionaire Beweging' wil opzetten: Favelania. Marcinho is bang dat zijn eigen zoon drugshandelaar wordt. ,,Dertig procent van de kinderen in de favela komt in het open riool van de drugshandel terecht'', zegt de man die een proces aan zijn broek heeft wegens het gebruik van minderjarigen als drugskoerier.

En dan is er nieuws. Door alle publiciteit is Marcinho VP de meest gezochte bandiet van Rio geworden, meldt de nieuwslezer. De politie heeft de premie op zijn hoofd verdubbeld van vijfduizend naar tienduizend gulden. De filmer João Salles moet één dezer dagen wegens `collaboratie met een misdadiger' voor de rechter verschijnen, en dreigt de gevangenis in te gaan.

Zo eindigt de tragedie van de filmer en de bandiet.