Class-action met plukze-sausje

Justitie wil van uitzendbedrijf Content binnen twee weken weten of het akkoord gaat met een voor Nederlandse begrippen unieke schikking in de voorkenniszaak.

Het openbaar ministerie (OM) in Amsterdam valt in de voorkennisaffaire rond uitzendbedrijf Content van de ene verbazing in de andere. Het begon op woensdag 24 november, toen M. van Hemele, directievoorzitter van Creyf's, de Belgische eigenaar van Content, zich bij justitie meldde met een interne voorkenniszaak. Één beursdag voordat de overname van Content door Creyf's bekend werd, bleken nog personeelsopties te zijn uitgegeven en eigen aandelen te zijn ingekocht. Fraudeofficier H. de Graaff nam de zaak dankbaar in ontvangst en startte een onderzoek waarbij president-commissaris A. Maas en twee directeuren nog steeds als verdachten worden gezien.

Niet lang na die gedenkwaardige woensdag meldde Creyf's zich opnieuw. De Belgen wilden voor hun rechtspersoon Content zo snel mogelijk van de zaak af en stelden een schikking voor. Binnen een aantal weken lag er een ingenieuze `driehoeksdeal' op tafel, opgesteld door de juristen van Creyf's advocatenkantoor Loyens & Loeff, in samenspraak met de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). De overeenkomst ademt de sfeer van een Amerikaanse class action met een Hollands `plukze'-sausje.

De dealmakers hebben zich vooral geconcentreerd op de inkoop van de eigen aandelen door de Content-top in maart. Advocaat mr. J. Hoff van Loyens & Loeff omschreef die actie onlangs nog in deze krant als ,,bij uitstek laakbaar'. Immers: de mensen die hun aandelen Content verkochten hadden geen weet van de lopende overnamegesprekken, in tegenstelling tot de Content-top. ,,Hier is welbewust, met voorkennis, goedkoop ingekocht', aldus Hoff.

Om deze beleggers schadeloos te stellen is een voor Nederland unieke constructie gekozen. Naast een boete van 250.000 gulden, betaalt Creyf's 3 miljoen aan justitie die dat bedrag weer doorsluist naar een speciaal fonds. Beleggers worden via advertenties opgeroepen zich te melden waarna de VEB de 3 miljoen onder hen verdeelt. In ruil daarvoor zal de VEB geen procedures tegen Creyf's meer beginnen en schrapt justitie de vervolging van de rechtspersoon.

Al met al komt Creyf's op een chique manier van de affaire af en krijgt de VEB als intermediar een interessante rol. Justitie tenslotte houdt de zaak als een primus inter pares in de gaten en heeft een boete en schuldbekentenis op zak. De schikking geldt niet voor de twee directeuren en Maas, die de verdachtestatus blijven houden.

Toch blijkt de afwikkeling van de schikking niet te verlopen zoals de Creyf's-bedrijfsleiding zich dat voorstelde. Volgens Van Hemele had de deal tijdens een commissarissenvergadering van 17 februari goedgekeurd moeten worden, maar dat gebeurde niet. Reden daarvoor, zo vertellen bronnen binnen Creyf's, was dat met name president-commissaris Maas in een ongemakkelijke positie verzeild is geraakt.

Maas moet immers beslissen over een zaak waarin hij zelf verdachte is. Stemt hij in met de deal in de huidige vorm, en dus met een schuldbekentenis van de rechtspersoon, dan zegt hij daarmee impliciet dat hij zelf ook schuld aan de affaire had. En de rechtspersoon mag op grond van de schikking dan vrij van strafvervolging zijn, voor Maas geldt dat niet, omdat justitie hem als verdachte blijft zien. Vandaar dat tijdens de vergadering van de 17e werd besloten een onafhankelijke deskundige om een second opinion te vragen. Dat oordeel ligt er inmiddels en is positief over de schikking. Toch is de deal nog steeds niet ondertekend.

Het OM heeft nu blijkbaar genoeg van de slepende kwestie. Deze week blijkt De Graaff een brief aan de Content-commissarissen te hebben geschreven waarin hij opheldering vraagt over hoe de vlag er nu precies bij hangt. In de brief stelt De Graaff dat hij binnen twee weken van de Content-commissarissen uitsluitsel verwacht over het transactievoorstel.

Hoff wil geen commentaar geven op de vraag hoe de onderneming uit de impasse denkt te komen. De raadsman van Maas, D. Doorenbos, constateert ,,dat het hoogst opmerkelijk is dat justitie zich met de interne besluitvorming binnen een vennootschap bezig houdt''. Hij wil niet ingaan op de vraag of de deal in de huidige vorm zal worden goedgekeurd: ,,Het belangrijkst lijkt mij dat de besluitvorming zorgvuldig verloopt''.